Recensie

Recensie

De nieuwe Dacia Duster is een ontwapenend, onderschat stumpertje

Autotest Snelheid was niet het fort van Dacia. Maar met de nieuwe Duster gaat los op de Duitse Autobahn.

De Dacia Duster bij Arend auto in Purmerend.
De Dacia Duster bij Arend auto in Purmerend. Foto Merlijn Doomernik

Steeds overschrijden automerken op enig ogenblik hun socioculturele grenzen. Bijna altijd is de grote stap de trede hoger op de statusladder, het binnendringen van een branchevreemd territorium. Zulke momenten waren de eerste zescilinder in de Golf, de eerste Lexus van Toyota, de eerste SUV van Porsche, de eerste Volvo die een BMW bijhield.

Voor Renault-dochter Dacia leek zo’n vlucht naar voren uitgesloten. Als zelfs Renault verstandig afziet van de eervolle promotie naar de premium-divisie, kan het Roemeense pauperfiliaal die koninklijke route schudden. Toch presenteert het nu zijn eerste auto’s met een top van 190+. Uitgerekend het budget-SUV’tje Duster wordt voor het trage Dacia wat voor de vliegerij het doorbreken van de geluidsbarrière is geweest. Voor normale merken is zo’n snelheid niks, de sloomste Golf of Focus haalt hem fluitend. Maar de typische Dacia-rijder wist niet eens dat zijn Lodgy of Sandero harder dan 120 kon. Wat ontroert aan de prestatie is de wereldvreemde onschuld van het streven.

In Roemenië zien ze ook wel in dat hun ruime, sober uitgevoerde sprintertje in evolutionair verband geen potten breekt. Ze durven nauwelijks met hem uit de kast te komen. Ze hebben geen tweede uitlaat onder hem gehangen, geen turbo-logo op de kofferklep geplakt. Hij moet het als voorheen zonder xenonlicht, leren bekleding, elektrische stoelen en panoramadaken stellen. Wel zijn een achteruitrijcamera, airconditioning, led-dagrijverlichting, een dodehoeksensor en zelfs Apple Car Play tot zijn nederige veste doorgedrongen. Na het verlaten van de auto sluit het Dustertje zichzelf shockerend zelfgenoegzaam af met een belachelijk bedompt toet-toet-signaal. Verder is hij het ontwapenende, onderschatte stumpertje gebleven dat een beetje bang is voor zijn charmes uit te komen.

Anabolenkuur

Maar waarachtig, zijn nieuwe motor vind je ook in de kleine modellen van Mercedes, dat hem samen met Renault ontwikkelde. Het is een 1.3-liter turbo met al naar gelang de software-instellingen 115 tot 160 pk. De mijne heeft er 150, 25 meer dan de sterkste Duster tot nu toe. De anabolenkuur is voelbaar. Gewichtloos vlindert het licht schakelende, licht sturende, zacht hellende satanskind over ’s heren wegen.

Mijn vrees voor een opschaling van de prijs naar dertigduizend-plus bleek ongegrond. Voor 25 heb je hem zo supervet als hij in vrolijk rood metallic voor me staat, met Duster-logo in de dakrails en bodembeschermingsplaten in Fisher Price-look. De beproefd capabele vierwielaangedreven versie zal iets meer kosten, maar dan nog. En dan nog hard gaan ook. Het was tot op heden niet zijn fort, zacht uitgedrukt. Laat maar eens zien dan, Dustertje.

Speciaal voor hem ga ik naar Duitsland om het budgetbeest legaal zijn turbokeeltje schor te laten brullen. Ik woon in de buurt en na het passeren van de grens is hij er met een opgewarmde motor en een droge, stille Autobahn tot aan de verre einder klaar voor. Los!

De monstersprint is een Hollandse kwakkelwinter. Hij valt niet mee, hij valt niet tegen. Tot honderdveertig trekt de Dacia er dapper aan, daarboven gaat de luchtweerstand hem in de wielen rijden. Maar zie, we naderen de 170. Vanaf nu worden de seconden uren. Boven de honderdtachtig begint een trilling in het stuur vaag op de zenuwen te werken, al blijft de auto keurig in het spoor en hoor ik het verrassend stille motortje niet op zijn tandvlees lopen. De premiejager in mij klopt de consumentenwaakhond in een roes van fanatisme. Mijn bucketlist wordt op de tweebaans E31 zo concreet als in een Porsche met 300; je bidt tot God dat Hij je de stompzinnigheid vergeeft. Niet inhalen, truckervrienden. Niet mijn koetsje met drie sterren in de botstest tegen de vangrail drukken, rukwind. Eureka; 190, 191, 192, terwijl de motortemperatuur keurig op 90 blijft. Hij doet het!

Met koppijn van de opwinding redbull ik terug naar Nederland. Deze auto staat voor veel meer dan voor een evolutionaire inhaalrace. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Ik heb met een Dacia Mercedessen en Audi’s ingehaald. Dat nemen ze mij en de gewone, hardwerkende burgers van de Duster-fanclub nooit meer af. Zijn prestatiecurve kan de opstand van de onderklasse stuiten. Tegen de gele hesjes moet Macron zeggen: koop een Dacia, mes amis, uw eigen koninkrijk voor 25 mille.

Schaterlachend meld ik u tot slot dat de Dacia voortaan ook te koop is met verlichte portierdorpels. Het moet niet gekker worden, Roemeense turbovrienden. Straks gaan er nog voetballers in rijden.