Opinie

Het boerkaverbod stimuleert juist boerka’s

Onderwijsblog Het boerkaverbod dwingt moslimstudenten in de verdediging, terwijl ze niets voor de boerka voelen. Laat ze er in de klas vrij over discussiëren, bepleit Karim Amghar.

Claus Rasmussen EPA/Mads DENMARK OUT

Als democraat, moslim, docent Omgangskunde en trainer van docenten maak ik me eerder druk over de uitspraken van de AIVD over radicale islamitische predikers en over het vanaf augustus in te voeren boerkaverbod dan dat ik me er veilig door voel.

Pas door het verbod op boerka’s gaan studenten nadenken over die kleding. Eerder hadden ze nooit bij de boerka stil hoeven staan, omdat ze zelden op straat zijn te vinden. Nu de overheid komt met een nieuw verbod, betrekken veel islamitische studenten dat verbod op zichzelf, terwijl ze volgens eigen zeggen nooit over boerka’s hebben nagedacht. ,,Zie je wel meneer, ze moeten gewoon weer ons hebben. Het is gewoon moslims pesten “, zeggen studenten.

Met andere woorden zo’n verbod werkt eerder averechts dan dat je ervoor zorgt dat mensen zich in Nederland veiliger voelen. Want hoeveel mensen dragen eigenlijk een boerka? En hoeveel mensen vinden een boerka eigen passen bij henzelf? Bijna niemand. Daarom vind ik het verbod alleen maar symbolisch en polariserend: bijna niemand draagt een boerka.

En dan waarschuwt de AIVD ook nog tegen islamitische predikers die radicale ideeën zouden verbreiden. Natuurlijk moeten we mensen die de wet overtreden en docenten die indoctrineren en polariseren aanpakken. Maar de nadruk ligt nu teveel op angst en dreiging. Angst dat onze volgende generatie geen democratische denkwijze zou hebben. Terwijl het bij voorbaat veroordelen van kritiek juist een democratische denkwijze in de weg staat Forum voor Democratie begint nu met meldpunten voor indoctrinatie. Wat is de volgende stap? Dat de overheid ons docenten een mail stuurt per les wat we moeten zeggen? Dat we iedere les studenten rapporteren die kritisch zijn jegens hetgeen de overheid doet? Die kant moeten we niet op.

Als docent en trainer wil ik juist dat studenten en docenten bij alles vraagtekens zetten, ook bij de democratie. Ze moeten daar dan over in discussie of dialoog gaan. Vanuit onderling vertrouwen om zich vrij te kunnen uiten gaan ze de democratie pas omarmen en niet omdat ze die opgelegd krijgen door de overheid. Die overheid hoort eerder in dienst van de samenleving te werken dan andersom. Door discussie leer je studenten kritisch nadenken. Dat probeer ik als docent en trainer te stimuleren. Zo leren ze zich ook met argumenten verweren tegen radicale predikers. En dat zullen ze ook echt gaan doen. Je ziet dat ook als je een in Nederland geboren Marokkaanse Nederlander een half jaar naar Marokko stuurt. Die komt terug met meer waardering voor democratie.

Je merkt dat de studenten en docenten die kritische vaardigheden hebben opgedaan in vrijheid mensen uitdagen om te komen met iets beters dan ons democratische stelsel, want ze weten dat ze in openheid dat gesprek aankunnen zonder bang te zijn overgehaald te worden tot radicale, antidemocratische ideeën.
Laat het handje vol dwalende docenten hun discussies over de democratie voeren, want in Nederland zal de democratie altijd overwinnen omdat ik overtuigd bent dat er niks beters is.

Karim Amghar is mbo- en hbo-docent omgangskunde en radicaliseringexpert bij wijwijs.nl.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.