Grote vette dooiers

Joël in ’t wild Wie de weg kent in de natuur, kan er goed van eten. Joël Broekaert gaat het leren. Deze maand: ganzeneieren rapen.

Foto Lars van den Brink

Kogelschieten kan ik wel een beetje. Kwestie van goed mikken, adem inhouden en zo min mogelijk bewegen. Je moet de trekker zo zacht beroeren dat je elke keer zelf schrikt van het moment dat het geweer af gaat (dat geeft een flinke klap). Dat lukt me dus aardig, dat mikken en schrikken. Hagelschieten is een ander verhaal.

Een gans schiet je niet met een kogel. Het kan wel, maar dan hoef je ’m niet meer te plukken. Klein wild, zoals duiven en hazen, schiet je met hagel. Anders blijft er van het vlees weinig over. Zo’n patroon bestaat uit tientallen tot honderden kleine ronde kogeltjes (u heeft er vast eens een tussen uw kiezen gehad). Die dringen niet door tot de vitale organen. Het beestje komt te overlijden door het shockeffect dat veroorzaakt wordt door de impact van al die kleine metalen balletjes.

Hagelschieten oefen je op kleiduiven. Die bewegen. Je moet dus niet mikken op waar de duif ís, maar waar hij naartoe gaat. Hoe ver je ervóór moet zitten, hangt af van welke kant hij komt. Dat is verdomde listig en behoorlijk frustrerend. Op het examen moeten we daarbij aanschouderen op zicht van de duif: het geweer pas aan je wang zetten als je de kleiduif daadwerkelijk hebt gezien. Alles in één vloeiende beweging. Dat maakt het nóg moeilijker, maar wel realistisch. Want in tegenstelling tot de schietinstructeur zegt zo’n gans niet even netjes ‘tiro’ voordat-ie over komt vliegen.

Er zijn te veel ganzen. Ze verstoren het luchtverkeer en zijn een plaag voor de landbouw. Ze vreten de weilanden kaal. En schijten de rest onder. Dan lusten de koeien het gras niet meer – en geef ze eens ongelijk. Daar moet ik straks als jager iets aan doen. Dus moet ik flink blijven oefenen met dat hagelschieten.

Gelukkig is er ook een andere, simpele en oh zo smakelijke manier om de populatie wat in te dammen: de eieren opeten. In Nederland broeden naar schatting 150.000 paren, die leggen gemiddeld zes eieren. Dat zijn 900.000 gratis eieren – enorm groot en waanzinnig lekker. Die grote vette dooiers zijn zo vol smaak, als je daar een omelet van bakt is het net alsof de kaas er al doorheen gesmolten zit.

Ganzeneieren zijn er tot eind april. Zomaar zelf gaan rapen mag niet, maar er worden genoeg eierexpedities onder begeleiding aangeboden (de poelier heeft ze soms ook). Eieren schudden of steken is officieel efficiënter als bestrijding, dan blijft de gans broeden op een ei dat nooit uitkomt. Haal je het nest leeg, dan gaat ze een tweede keer eieren leggen. Maar ik zie het probleem niet zo. Want dan kunnen we nog een keer rapen! Je weet niet wat je proeft.