Opinie

Gekend

Ellen Deckwitz

Onlangs ontmoette ik op het Boekenbal de Franse auteur Michel Houellebecq, dat wil zeggen, ik stond in de weg toen hij net op de foto ging voor een kwaliteitskrant. We zeiden tegelijkertijd sorry tegen elkaar. Er zijn geliefden tegen wie ik minder beleefd, laat staan eerlijk ben geweest.

Ik had hem nog veel meer te melden. Dat ik al zijn romans had gelezen. Dat zijn essaybundel De koude revolutie van mij niet zozeer een beter mens als wel een betere lezer had gemaakt. Maar ik verstarde. Van een afstandje zag ik hoe enkele vrienden selfies met hem namen. Geen van hen, zo ontdekte ik achteraf, kende zijn werk. Even wou ik dat dat ook voor mij gold, dan had ik hem tenminste durven aanspreken.

Ik moest denken aan een passage in zijn laatste roman, Serotonine: „Het is slecht als geliefden dezelfde taal spreken, het is slecht als ze elkaar echt kunnen begrijpen… woorden werpen terwijl ze klinken barrières op, terwijl een vormeloos, halftalig verliefd gebrabbel, praten tegen je vrouw of je man zoals je tegen je hond zou praten, de voorwaarden van een onvoorwaardelijke duurzame liefde schept.”

Hoe minder begrijpelijk je bent, hoe beter het contact. Misschien dat daarom mijn conversaties met schrijvers altijd een beetje pijnlijk zijn. Sommige zaken kan je immers alleen aan het papier toevertrouwen, omdat in gesprek meteen alle alarmbellen zouden gaan rinkelen. Als Camus zijn De mythe van Sisyphus niet had geschreven maar had gespeecht tijdens bijvoorbeeld een babyshower („Geachte familie en vrienden, er bestaat maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord”) zou de boodschap waarschijnlijk niet helemaal zijn overgekomen.

Ik heb vrienden die schrijven over de duistere kant van de vriendschap, in het bijzonder over hoe er nooit echt gelijkwaardigheid tussen mensen kan zijn. „Heb je mijn boek gelezen?” vragen ze weleens. Als ik knik weten ze niet hoe snel ze moeten beginnen over hoe ze sinds ze aan manuele lymfedrainage doen ’s ochtends veel minder last hebben van een plofkop.

En zo kan je je als vriend in zekere zin zelfs gestraft voelen voor je poging om dichterbij te komen. Je komt tot de bedroevende conclusie dat taal bepaalde kloven tegelijkertijd verkleint én vergroot. En dat maakt van vriendschappen met schrijvers in zekere zin een tantaluskwelling. Zie hen vanaf het papier naar je zwaaien, met elke handreiking van taal verder van je afdrijven. Waardoor je hen alleen nog maar beter leert kennen, tot ze uiteindelijk oplossen aan de horizon, geheel gekend en daardoor verdwenen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.