Geen jongere die in Eritrea wil blijven

Eritreeërs in Ethiopië In volle bussen verlaten vooral jonge Eritreeërs hun land. Sinds de vrede met Ethiopië kunnen ze zo de dienstplicht ontlopen.

Straatbeeld in Asmara, de hoofdstad van Eritrea. Veel jongeren ontvluchten het land, vooral vanwege de lange dienstplicht die het regime onderdanen oplegt.
Straatbeeld in Asmara, de hoofdstad van Eritrea. Veel jongeren ontvluchten het land, vooral vanwege de lange dienstplicht die het regime onderdanen oplegt. Foto Patrick Wiggers

In Gofa, een wijk in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, zitten jongeren op zaterdagmiddag aan het bier. De zon schijnt over terrasjes met witte plastic tafels en stoelen. Drie vrienden hangen boven een bak fata, een Eritrese salade met tomaat, ui, yoghurt en brood. Om de beurt nemen ze een grote hap.

De meeste bewoners van Gofa zijn de voorbije jaren vanuit buurland Eritrea naar Ethiopië gevlucht. Weg voor de dienstplicht in de repressieve Eritrese staat, waar je als scholier aan begint en die je als oude man of vrouw beëindigt. Eritreërs in Ethiopië waarschuwen: Eritrea loopt leeg, het land heeft binnenkort geen jongeren meer over. Tussen 2014 en 2017 deden meer dan 17.000 Eritreeërs een asielaanvraag in Nederland.

Op straat lopen twee vrienden met de armen om elkaars schouder. Een van hen is een 33-jarige Eritrese artiest, hij draagt een zwart shirt met de tekst: ‘Never give up.’ Zes jaar geleden vluchtte hij via Soedan naar Ethiopië, dat hem het minste heimwee bezorgt. „We hebben hier ons vrije mini-Eritrea gebouwd. Het land dat we hadden willen zijn”, vertelt hij anoniem, hij durft anders niet over politiek te praten. Zijn broer was 25 toen hij het leger in ging en 50 toen hij eruit kwam, zegt hij. „Ik wilde het niet zover laten komen.”

In Eritrea werkte de zanger zes jaar als soldaat, onvrijwillig. „Ik moest elke dag zwaar fysiek werk doen: wegen aanleggen, huizen bouwen voor regeringsfunctionarissen.” Toen hij aangaf zanger te willen worden, mocht hij bij militaire vieringen liedjes zingen over hoe fantástisch het leger was, zegt hij cynisch. „Niet de liedjes die ik leuk vond.” In Ethiopië kan dat wel. Op YouTube staan zijn clips, een is meer dan een half miljoen keer bekeken. Het liefst zou hij naar Europa komen.

Vorige zomer sloten Eritrea en Ethiopië officieel vrede; na twintig jaar oorlog werd in september de grens tussen de landen geopend. Nu hoeven Eritreeërs niet meer illegaal met hulp van smokkelaars de grens over. In volle bussen verlaten jonge Eritreeërs hun land, vermagerd komen ze aan in Ethiopië, zeggen ze in Addis. Ruim 45.000 Eritreeërs kregen de laatste negen maanden asiel in Ethiopië, zegt de Ethiopische vluchtelingendienst ARRA. Wijken als Gofa doen intussen denken aan Eritrese studentenwijken.

Met vijf man huren jongeren een studio in Gofa, werken als kapper, verkopen zakjes friet op straat, of serveren in de vele koffiezaakjes, blijkt uit gesprekken met zo’n vijftien Eritreeërs tussen de 18 en 38 jaar. Sommigen krijgen geld toegestuurd van familie elders in Afrika en Europa. De namen van de geïnterviewden mogen niet in krant. De oren en ogen van de Eritrese regering achtervolgen Eritreeërs in Ethiopië – en ook verder van huis, in Europa.

Daarom is de 20-jarige vrouw die vlak na de grensopening aankwam, voorzichtig als ze over Eritrea praat. Ze zit met haar armen over elkaar op een blauw krukje voor een schoonheidssalon. Ze heeft zwarte lijnen om haar ogen getekend en ze ziet eruit alsof ze met één arm opgetild kan worden. „In het leger ben ik wat kilo’s afgevallen”, zegt ze bijna fluisterend. Met lange pauzes vertelt ze hoe tieners in Eritrea niet ouder willen worden. „Je weet dat de dag nadert dat je moet opdraven bij het leger”, zegt ze. „Daarna is je vrijheid voorgoed weg.”

Toen het vredesakkoord met Ethiopië werd aangekondigd heerste even de hoop dat Eritrea vrijer zou worden. Sommigen wachtten een paar maanden op verandering, maar niets verbeterde, zegt ze. „Het is geen land waar je een toekomst opbouwt.”

Lees meer over het historische vredesakkoord tussen Ethiopië en Eritrea

Generatieconflict

Veel jonge mensen lichten hun ouders niet in over hun vertrek, blijkt uit gesprekken. Die vinden dat hun kinderen dankbaar moeten zijn dat ze niet in tijden van oorlog leven. Deze getraumatiseerde generatie vocht onder leiding van de nu 73-jarige president Isaias Afwerki voor onafhankelijkheid en kreeg die in 1993. Vanwege de blijvende vermeende militaire dreiging van aartsvijand Ethiopië heeft de Eritrese regering de nationale dienstplicht gehandhaafd.

„Sommige oudere Eritreeërs zien Afwerki nog steeds als hun held. Maar hij heeft van Eritrea een openluchtgevangenis gemaakt”, zegt een 34-jarige Eritrese man die in een kapperszaak in Gofa werkt. Voordat hij naar Ethiopië vluchtte, moest hij elke dag in dienst van de staat vissersboten registreren. „Ze creëren nutteloze banen om ons bezig te houden.” Hij veranderde in een robot, zegt hij. „Je volgt alleen maar orders op van boven. Er gaat van alles door je hoofd maar je mag niks zeggen, ook niet tegen je vrienden of huisgenoten.”

De kapper heeft genoeg vrienden opgepakt zien worden. „Ik snap dat het voor een Europeaan niet gek is om op je 18de weg te gaan bij je familie en in een ander deel van het land te wonen”, zegt hij. „Maar wij zijn dat niet gewend. Wie moet er straks voor onze ouders zorgen?”

Correctie (5 april 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de afgelopen twee jaar meer dan 17.000 Eritreeërs een asielaanvraag indienden in Nederland. Dat moet zijn tussen 2014 en 2017.