Frisse smaken voor een goed humeur

Aan tafel Aflevering 3 van een serie over lekker eten. Marjoleine de Vos over vreugde-impulsjes door gehakte peterselie of geraspte citroen.

iStock

Ja dat lijkt me logisch, dacht ik, hangend boven de krant waarin ik las dat er mogelijkerwijs een verband is tussen darmen en depressies. De onderzoekers wisten nog niet wat dat verband was, of eerst de bacteriënsamenstelling verandert en daardoor een depressie tot stand komt of andersom en eigenlijk ook niet of het verband zó duidelijk is, maar dat kan een gelukkige eter niet schelen. Had zojuist een beschuitje met geitenkaas besmeerd en daar overheen wat geurige zelfgemaakte marmelade gelepeld (er zitten ook een paar bergamotcitroenen door). Dat is zó’n opwekkend beschuitje! Het hele buikje en alle darmen knorren en spinnen dan zó voldaan.

Natuurlijk is een depressie een zware ziekte en bacteriën zijn eigenwijze rakkertjes die zich niets van marmelade aantrekken, of misschien heel eventjes en dan niet meer, dus het gaat niet aan om van die frivole verbanden te leggen. Maar het is wél zo dat iets zuurzoets een geweldige invloed heeft op het humeur. Zoveel kan ik toch gerust onwetenschappelijkerwijs beweren. En niet alleen het eten van iets zuurzoets, ook het klaarmaken.

Het is nu natuurlijk te laat voor marmelade, die moet in januari gemaakt worden als de Sevilla-sinaasappelen op de markt zijn, maar het is niet te laat om andere opwekkende dingen te bereiden. Als het buiten sterk wisselvallig weer is, of als je een beetje sloom bent, of te lang naar het beeldscherm hebt zitten staren, dan is niets zo goed om het humeur te verbeteren als je voornemen te gaan koken of bakken.

Heel verkeerd zou het zijn om dan uit luiigheid een oude soep op te lepelen, of een lusteloze boterham met pindakaas te smeren omdat je toch nergens zin in hebt. Je hebt wél ergens zin in, maar je weet het nog niet. Zonder calvinistisch te willen zijn kan ik toch wel zeggen dat een beetje inspanning enorm bijdraagt aan genot. Die beroemde gebraden kippetjes uit Luilekkerland, die ons zomaar in de mond vliegen, die zijn een misverstand. Wat je zomaar in de mond vliegt kan natuurlijk wel lekker zijn, maar opwekkender wordt het als je Spotify je lievelingskookmuziek laat spelen, iets met een vrolijk ritme, en aan de slag gaat.

Je hersenen weten niet wat ze meemaken! Die gaan enorm aan de gang, produceren zeer veel ideeën en vreugde-impulsjes zodra de neus gehakte peterselie ruikt, of in boter gebakken knoflook, of geraspte citroen en kaneel voor in een taart.

Al jarenlang doen we heel druk over troost-eten en ‘comfort food’, maar dat klinkt zo zompig. Meestal hoort er heel veel gesmolten kaas bij. Maar bij goedhumeur-eten horen ook pittige en frisse smaken. En de geur van iets dat kookt of stooft, kleine tomaatjes met knoflook en olijfolie op niet al te hoge temperatuur in de oven bijvoorbeeld. Die geur verdrijft elke dip in het humeur.

Sommige onderzoekers denken trouwens ook dat wij mensen zulke grote hersenen hebben omdat we ons eten zijn gaan koken. Of het waar is, is nog niet zeker, maar het is wel een aantrekkelijk idee. Dus geef die bacteriën van katoen. Ren naar buiten, doe boodschappen en begin!