Recensie

Recensie Theater

Fletse uitvoering van ‘In wankel evenwicht’

In ‘In wankel evenwicht’ van Toneelschuur Producties, in de regie van Maren E. Bjørseth, staat een huwelijk op instorten. Maar de tekst, van Edward Albee, blijft aan de oppervlakte.

‘In wankel evenwicht’ van Toneelschuur Producties
‘In wankel evenwicht’ van Toneelschuur Producties Foto Sanne Peper

De opstelling bij In wankel evenwicht van Toneelschuur Producties oogt aantrekkelijk. Talentvolle regisseur, Maren E. Bjørseth: check. Goed stel acteurs, met onder andere Malou Gorter en Hajo Bruins: check. Respectabele auteur, Edward Albee: check. Mooi decor (ontwerp Juul Dekker): een opengewerkt huis van één kamer, met een verdieping, in een zee van houtsnippers.

Maar zoals vaak in het Nederlands theater is de tekst de achilleshiel. Die wil maar niet boeiend worden. Albee is de auteur van de onverslijtbare klassieker over een huwelijkscrisis, Who’s Afraid of Virginia Woolf (1962). Dit vier jaar later uitgekomen In wankel evenwicht oogt in deze vorm als een fletse kopie.

Agnes en Tobias zijn een ruziënd stel, dat te veel drinkt en de last van een overleden kind torst. Een bevriend stel, dat lijdt aan een onbestemde angst, komt op een avond op bezoek en krijgt de kamer van hun getrouwde dochter. Het dunne plotje is bijzaak: de ruzie over die kamer, want even later arriveert de dochter die weer thuis wil komen wonen.

De hoofdzaak, de psychologische loopgravenoorlog, kent nauwelijks ontwikkeling. In de ruzies lukt het de personages niet om elkaar wezenlijk te raken en te zelden zijn de beledigingen zo geformuleerd dat ze een attractie op zich zijn.

Misschien ligt het aan de besluiteloze regie van Bjørseth. De tekstbehandeling is gestoeld op psychologisch realisme, die wordt benadrukt door het benauwde huisje, waar ze bovenop elkaar zitten. Deze mensen zitten klem. Agnes (Gorter) lijkt alleen te praten om anderen niet aan het woord te laten komen. Ze ratelt maar voor zich uit, waardoor het personage een soort witte vlek wordt.

In bewegingssequenties wordt daarentegen een vervreemdende abstractie ingevoegd. Die staat helaas op zichzelf. Pas in een door Bruins prachtig verzenuwd gespeelde tirade aan het slot komen de gekte en de frustratie samen.