Een flatje en voor elke twee weken 110 euro leefgeld

Noodopvang Utrecht Utrecht helpt asielzoekers zonder verblijfsvergunning. „Als één dingetje ongeloofwaardig is, wijzen ze je af.”

Sara (44) uit Guinee vluchtte naar Nederland omdat ze uitgehuwelijkt dreigde te worden.
Sara (44) uit Guinee vluchtte naar Nederland omdat ze uitgehuwelijkt dreigde te worden.

Wil van Beek (67) zit achter een grote houten tafel en deelt aan de lopende band briefjes van 50 euro uit. „Vijftig, honderd en dat maakt honderdtien euro. Rijk man hè?”, lacht ze. De man uit Sierra Leone grijnst, stopt het geld in de rechterzak van zijn vest en verdwijnt. „Next.”

Een doordeweekse ochtend, tien uur, bij Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht (SNDVU). In een kamertje grenzend aan de Sint-Dominicuskerk in de Utrechtse wijk Oog en Al piept de zon door het glas-in-loodraam heen. Op de achtergrond zachte orgelmuziek. In een metalen spaarpotje op tafel liggen tientallen envelopjes gevuld met 110 euro. Dat leefgeld krijgen Utrechtse asielzoekers zonder verblijfspapieren voor twee weken van de gemeente.

Ze heten Jalloh, Meysam, Sara en Floribert en komen uit Iran, Sierra Leone, Guinee en Congo. Alle vier hebben ze naar eigen zeggen geen verblijfspapieren. Ze willen niet met hun achternaam in de krant, uit angst dat dit de procedure ongunstig beïnvloedt. Stuk voor ze stuk hebben ze veel meegemaakt, zegt Rana van den Burg, die als begeleider werkt bij SNDVU, dat zo’n honderd uitgeprocedeerden begeleidt in de stad.

De meesten zijn gevlucht voor oorlog, bedreiging, geweld of vanwege hun seksuele voorkeur, zegt Van den Burg. Maar eenmaal in Nederland is hun asielaanvraag afgewezen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en kunnen of willen ze niet terug naar hun land van herkomst.

November vorig jaar bereikte het kabinet-Rutte III vrij plotseling een overeenstemming met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers, ook wel ongedocumenteerden genoemd. Jarenlang was deze ‘bed-bad-brood-discussie’ een slepende kwestie. Een eerder kabinet gleed er bijna over uit. Het huidige kabinet besloot voor 48 miljoen euro een proef te beginnen. Die is deze maand begonnen in Utrecht, Rotterdam, Amsterdam, Groningen en Eindhoven en wordt na drie jaar geëvalueerd. De kern: afgewezen asielzoekers betere begeleiding bieden.

Randen van de stad

In Utrecht werkt bed-bad-brood zo: pakweg 250 uitgeprocedeerden wonen vooral aan de randen van de stad, in de wijken Kanaleneiland, Overvecht en Zuilen. „Kleinschalig opvangen is bij ons al jaren de norm”, zegt wethouder Maarten van Ooijen (Asiel, ChristenUnie). „Mensen zijn vaak verbaasd als ze horen dat ze naast ongedocumenteerden wonen.” Belangrijkste component van de Utrechtse aanpak, zegt Van Ooijen: de begeleiding. Die varieert van medische tot juridische hulp, ondersteuning bij het opnieuw aanvragen van asielvergunning, hulp bij terugkeer naar het land van herkomst of het opvragen van officiële documenten.

Voor de meeste uitgeprocedeerden, negen op de tien gevallen, zegt hij, hebben we de afgelopen vijftien jaar een oplossing gevonden. „Fe-no-me-naal”, vindt hij. Meer dan de helft krijgt verblijfspapieren, een op de vijf keert terug naar het land van herkomst.

Meysam (28) uit Iran woont met drie Iraniërs in één van de 21 flats die SNDVU in Utrecht beheert. Hij is drie jaar geleden zijn land ontvlucht, omdat hij christen is. In Utrecht volgt hij vier keer per week bijbelstudie, zegt hij, maar in zijn thuisland hangt hem een fikse straf boven het hoofd als ze erachter komen dat hij geen moslim is. Hij praat alleen met zijn zus stiekem over zijn geloof. De IND, zegt Meysam, wil dat ik documenten laat zien dat ik christen ben. „Maar die heb ik niet.”

Begeleider Rana van den Burg stuurt haar grijze Mazda de bocht door in Overvecht. Grote grijze hoge flats doemen op. „Hé”, zegt Van den Burg en ze wijst naar een man die voorbij fietst, „die woont ook bij ons”. Het belangrijkste bij een gesprek met de IND is, zegt ze, dat asielzoekers overtuigend verklaren over hun vluchtverhaal. „Als maar één klein ding ongeloofwaardig is, wijzen ze je af.”

Lees ook over uitgeprocedeerde asielzoekers in de hoofdstad: In het linkse Amsterdam zijn ze niet welkom

Uitgehuwelijkt

Van den Burg belt aan bij Sara (44) uit Guinee, op zes hoog. Een lichte woonkamer met een strakke, zwarte bank. Sara is negen jaar in Nederland. De eerste zeven jaar woonde ze met haar Nederlandse vriend, maar die viel bijna twee jaar geleden van de trap – en overleed.

Ze ontvluchtte Guinee, vertelt ze, omdat ze dreigde uitgehuwelijkt te worden én – ze maakt een knipgebaar met haar hand – omdat familieleden haar „poes wilden knippen”. Via een procedure probeert ze verblijfspapieren te regelen.

Terug naar Guinee is geen optie, zegt Sara. Haar ouders zijn overleden en „mijn familie wil me niet”. Sommige mensen zitten klem, erkent Van den Burg. De begeleider hoopt dat de nieuwe bed-bad-broodregeling ervoor zorgt dat de hulpverlenende organisaties, IND en Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) nog beter kunnen samenwerken.

Wethouder Van Ooijen hoopt dat door de nauwere samenwerking zelfs de „meest ingewikkelde casussen die al jaren slepen”, worden opgelost. De maatschappelijke organisatie en de ambtelijke, juridische instanties zoals IND en DT&V zijn verschillende werelden, zegt Van Ooijen. „Het zou mooi zijn als we die twee dichter bij elkaar kunnen brengen.”