Opinie

De politie moet netwerken om op de hoogte te blijven

De politie werkt op basis van kennis. Maar moet die dan ook zelf durven gaan ‘halen’, in de samenleving. Netwerken is essentieel, schrijft Janine Janssen in de Veiligheidscolumn.

Foto ROBIN UTRECHT

Door Janine Janssen

‘Verbinden’, ‘contact maken’, ‘inclusieve samenleving’, het zijn allemaal woorden en benamingen die in het debat over de ondergang van het Avondland onder het paraplubegrip ‘jeuktermen’ worden gevat. Toch meen ik dat de politie meer dan ooit serieus werk moeten maken van netwerken onder alle groepen in de samenleving.

Met het eveneens modieuze woord ‘netwerken’ bij politiewerk bedoel ik niks ingewikkelds of pretentieus. Het gaat eenvoudig om het opbouwen en onderhouden van relaties met individuen en organisaties. ‘Ach ja,’ hoor ik critici verzuchten, ‘dan gaan we weer naar een Iftar of een bijeenkomst in een kerk’. Inderdaad, maar dat heeft niets te maken met doorgeslagen cultuurrelativisme. Het is intelligent politiewerk in dikwijls gesloten gemeenschappen. Want als je snapt wat mensen beweegt, dan kan je daar op anticiperen.

Dat is iets anders dan goed praten van laakbaar gedrag als eerwraak en huwelijksdwang. Wie belast is met de handhaving van de openbare orde, is nu eenmaal blij met voorkennis over betogingen van wat voor stroming of politieke overtuiging dan ook. En wie de leiding heeft over een complex moordonderzoek, steekt de beperkte middelen graag in het uitzoeken van realistische hypothesen en scenario’s over wat burgers aangezet heeft tot geweld.

Naar buiten

Politiemensen zijn geen renaissancemensen, die minimaal drie Europese talen kennen plus Arabisch, Chinees en Swahili, alsmede diepe inzichten in de politiek hebben, inclusief psychologische en psychiatrische ziektebeelden. Het zijn maar mensen. Ze kunnen niet alles weten en beheersen. Om in een complexe samenleving te kunnen duiden wat er zich op veiligheidsgebied afspeelt, moeten zij gevoed worden. In de beslotenheid van het politiebureau gaat dat niet lukken. Zij zullen naar buiten moeten treden en contact moeten maken met alle facetten van de samenleving.

Tot op heden heeft het opbouwen en onderhouden van netwerken in wat ‘de haarvaten van de samenleving’ heet, bij de politie echter doorgaans een vrij magere invulling. Als je dat goed wilt doen, is dat een diepte-investering van jaren. Ondanks betrokkenheid van individuele dienders, strandt structureel contact dikwijls op het vaak gemaakte onderscheid tussen nice to know en need to know. Contacten moeten snel gewenste informatie opleveren. Het idee dat net als in integer diplomatiek verkeer relaties opgebouwd en gekoesterd moeten worden, wordt vaak niet begrepen. Het moet bij wijze van spreken wel allemaal om vijf uur klaar zijn. En het leidt intern tot opmerkingen als ‘Kan dat niet met een handige app?’

Netwerkopbouw moeten we zien als een essentieel en integraal onderdeel van het dagelijkse politiewerk. De politie pretendeert immers aan informatiesturing te doen. We treden niet op als een kip zonder kop, maar gaan te werk op basis van kennis. Die kennis zit niet alleen in de digitale kaartenbakken van de politie. Die systemen vullen zich niet van zelf maar worden gevoed door wat burgers de politie komen vertellen en wat politiemensen zelf opsteken, het bekende ‘brengen’ en ‘halen’ van informatie.

Receptietijger

Als we die netwerktaak niet steviger ter hand nemen, lopen we het risico dat het verwordt tot een oppervlakkig charmeoffensief. Het kopje thee in de moskee na een incident, borrels bezoeken door de receptietijgers, of het wordt afgeschoven op collega’s met een migratie-achtergrond. Alsof we ons alleen in migrantenkringen zouden moeten verdiepen en of die uitsluitend zitten te wachten op collega’s met dezelfde achtergrond.

In tijden waarin de criminaliteitscijfers dalen maar de angst voor onveiligheid en polarisatie toeneemt, kan de politie het zich simpel weg niet permitteren om niet systematisch te investeren in contact met bevolkingsgroepen, met en zonder migratieachtergrond, van politiek links naar rechts en in het midden. Dat raakt simpelweg de legitimiteit van de politie. Nu de lente aanbreekt doe ik deze oproep: de paden op, de lanen in!

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie. Daarnaast is zij lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans hogeschool.

Blogger

Folkert Jensma

Journalist en jurist Folkert Jensma (1957) werkt sinds 1985 voor NRC Handelsblad op de terreinen bestuur, justitie, politiek en Europa. Hij schreef als correspondent Brussel over de Europese eenwording door de verdragen van Schengen in 1985 en van Maastricht in 1992. Als hoofdredacteur, tot september 2006, was hij mee verantwoordelijk voor de introductie van nrc.next, de bijlage Opinie & Debat, het magazine M en de introductie van Europa- en Wetenschapspagina's in de dagkrant. Sindsdien schrijft hij als commentator recht en bestuur hoofdartikelen, jurisprudentie-rubrieken en columns voor NRC Media. Voor zijn columns ontving hij in 2013 de Jacques van Veen jubileumprijs en in 2014 de J.L. Heldringprijs.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.