Opinie

    • Ko Colijn

De NAVO viert moeizaam feest

Veiligheid De NAVO is vaak overbodig verklaard, maar lijkt na 70 jaar behoorlijk vitaal. Het gaat weer om zelfverdediging, schrijft .

NAVO-bombardement op de Servische hoofdstad Belgrado in 1999, tijdens de NAVO-operatie in Kosovo
NAVO-bombardement op de Servische hoofdstad Belgrado in 1999, tijdens de NAVO-operatie in Kosovo Foto Sasa Stankovic/EPA

De zeventigste verjaardag van de NAVO is een sober feestje in Washington, waar men de eregast liever niet ziet komen uit angst dat hij het licht uitdoet. Niet-vieren is echter geen optie; het oudje is meer dan een noodzakelijk kwaad. In de huidige wereld geldt de NAVO als nuttige verzekeringspolis.

Charles Kupchan, ooit somber over de NAVO, voorspelt in Foreign Affairs nu een gouden toekomst. Zelfs Trumps minister van buitenlandse zaken, Mike Pompeo, heeft het over „de volgende zeventig jaar”.

Dertig jaar geleden viel de Berlijnse Muur, kort erna zeeg de Sovjet-Unie ineen, en boekten de NAVO-landen een fors ‘vredesdividend’ in. Sommigen geloofden dat de NAVO bij gebrek aan een dreiging zou verkruimelen. In plaats daarvan veranderde ze van gedaante en wierp zich op als een ‘wereldwegenwacht’, die op verzoek van de Verenigde Naties conflicten probeerde op te lossen of in te dammen. Dat ging niet zo goed. In Kosovo (1999) rukte de NAVO uit zonder zo’n verzoek, na ‘11 september’ (2001) bleek dat de VS liever hun eigen coalitie samenstelden. Nog weer later werd ‘out of area’ de zelfgekozen missie, acties buiten het gezamenlijke territorium van de NAVO-lidstaten zelf.

Wel een missie met beperkingen. Om te beginnen stonden de NAVO-lidstaten niet in de rij. Artikel-5 uit het Verdrag (‘One for all, all for one’) gold alleen voor zelfverdediging bij een aanval op een lidstaat. Deelname was bovendien een perverse loterij; landen zelf, niet de NAVO, draaiden op voor de kosten; de missies in Afghanistan kosten Nederland zo’n twee à drie miljard euro. Wie niet meedeed kon rekenen op Amerikaanse tegenwind. Die kwam ook als je wel meedeed, maar bijvoorbeeld niet de Amerikaanse inzichten over counterinsurgency volgde. Afghanistan werd een existentiële test (‘We can’t afford to fail’), ‘transformatie’ een lakmoesproef. Anno 2019 ettert de Afghaanse oorlog door. Voor de huidige overlevingskracht mag de NAVO vermoedelijk Vladimir Poetin bedanken. Diens annexatie van de Krim en het gestook in Oost-Oekraïne heeft zelfverdediging weer de hoofdtaak gemaakt en het gekibbel over ‘out of area’ naar de achtergrond geschoven.

Na jaren zoeken naar een rol is de NAVO dankzij Poetins agressie teruggeworpen op zijn oorspronkelijke missie: de eigen verdediging.

Twee problemen worden nóóit vergeten. Dat zijn: eerlijke lastenverdeling, en de vraag wie lid mag zijn (en wat je daarvoor kan verwachten). De afspraak (uit 2014) dat elk land in 2024 twee procent van zijn bbp aan defensie moet besteden – aan die eis voldoen nu acht van de 29 leden – lost het probleem niet op. Om te beginnen is het een ‘input-criterium’, dat niet meet wat een land werkelijk met dat geld doet (denk: militaire pensioenen of nieuwe vliegtuigen?).

Roestend materiaal

Nu al blijkt dat een aantal landen in die richting beweegt, maar Nederland of Duitsland zullen dat doel in 2024 nooit halen. In totaal zouden de NAVO-lidstaten (zonder de VS) 102 miljard euro per jaar méér moeten uitgeven om het zelfopgelegde doel te halen. Toch ligt het eigenlijk niet aan het geld. Eerder aan het hopeloze gebrek aan samenwerking en een overschot aan roestend materiaal.

Bovendien vervuilen verkeerde cijfers de discussie. De Amerikanen beweren dat ze voor tweederde van het NAVO-budget opdraaien. In werkelijkheid geven de VS op hun totale defensiebegroting ( 600 miljard dollar) ongeveer 24 miljard, zo’n vijf procent, uit aan de NAVO in Europa. Het zal de VS er niet van weerhouden de rekening voor het huisvesten van Amerikaanse troepen naar de ‘rijke’ bondgenoten te schuiven.

Lees ook: Hoe overleeft de NAVO ook de volgende 70 jaar?

In het oprichtingsjaar 1949 waren er twaalf leden. Met het jongste lid Noord-Macedonië zullen het er spoedig dertig zijn. Inclusief alle partnerschappen met andere landen zijn dat vele zielen in één borst. De NAVO noemt zich een bondgenootschap van democratieën, maar op lidstaten als Turkije, Hongarije en Polen is rechtstatelijk en democratisch van alles af te dingen. Maar ook als je de NAVO louter als een belangengemeenschap ziet – landen die zich dezelfde vijand van het lijf moeten houden – heerst er geen eenstemmigheid. Trumps belediging van het een na jongste lid Montenegro rimpelt na. In juli vorig jaar vroeg hij zich hardop af of het wel wijs was om dat landje tot de alliantie toe te laten.

Sindsdien vraagt iedereen zich af wat de Artikel-5-garantie eigenlijk waard is. En wat heb je aan een bondgenoot als Turkije, dat luchtafweersystemen koopt in Rusland en tegelijkertijd de F-35 denkt te kunnen bestellen in de VS?

Het Amerikaanse Congres wil er een stokje voor steken. En ook voor Den Haag is het een (verzwegen) probleem dat de Nederlandse F-35 deels in Turkije geproduceerd wordt. Kopen wij een vliegtuig waarvan de blauwdruk straks ook bij Poetin op het bureau ligt?

Lees ook: De Amerikanen dreigen Turkije om Russische raketten

Zee van Azov

Georgië en Oekraïne willen niets liever dan toetreden, maar worden aan het lijntje gehouden. De Russische de facto annexatie van de Zee van Azov, tussen Rusland en de Krim, kan de NAVO moeilijk over zijn kant laten gaan, al zit ze niet op een confrontatie met de Russische marine te wachten. Veel vlagvertoon en militaire hulp, kortom, maar geen riskante avonturen. Georgië wijst slim op Anaklia, zijn nog aan te leggen haven aan de Zwarte Zee, waar ook diep stekende NAVO-schepen kunnen aanleggen. En Georgië is dan wel geen lid, het laat niet na om erop te wijzen dat het wèl aan Trumps financiële eis voldoet. NAVO-militairen, ook Nederlandse, hebben de afgelopen weken flink in Georgië getraind. Jens Stoltenberg, de secretaris-generaal, ging zo ver om te zeggen dat de NAVO een ‘opendeurbeleid’ hanteert en dat landen eigenlijk zelf besluiten of ze lid willen worden, mits ze maar aan bepaalde eisen voldoen. Dat is de kat op het spek binden. Tegen zijn gastheren zei hij dat alle bondgenoten vonden dat Georgië lid kon worden (Hallo, minister Blok, wat vindt u van die uitspraak?).

Trumps merkwaardige zinspeling op een Braziliaans lidmaatschap van de NAVO, tijdens het bezoek van de ultrarechtse president Bolsonaro aan het Witte Huis in maart bewijst wel hoe hij over bondgenootschappen denkt: een losse organisatie waar je per ingeving veiligheid kunt regelen, alsof je een auto huurt. Het is niet ondenkbaar dat ook Israël of Saoedi-Arabië op een dag met zo’n zinspeling verblijd worden.

Kruisrakettendiscussie

Na Poetin is ook het kernwapen terug en dat kan een splijtzwam worden. Het INF-Verdrag, dat Europa dertig jaar heeft gevrijwaard van grondgelanceerde middellangeafstandsraketten, is stervende. Intussen zoekt de NAVO moeizaam naar het juiste antwoord op de vermeende Russische dreiging met SSC-8-kruisraketten met een kernkop. Op een herhaling van de kruisrakettencrisis uit de jaren 80 van de vorige eeuw zit niemand te wachten, dus nu worden alternatieve tegenmaatregelen tegen elkaar afgewogen, zoals verdediging vanuit zee, vanuit de lucht, of zelfs een nieuw verdrag, nu ook met China.

Een lastige discussie, want Europa zal wel een veer moet laten. Het kan nucleair niet voor zichzelf zorgen, is afhankelijk van de Amerikaanse atoomparaplu van de VS, maar Washington denkt wereldwijd en vindt het – evenals Moskou – niet van deze tijd dat landen als China, India, Pakistan en Iran niet meededen met wapenbeheersing en rustig hun arsenaal kunnen uitbreiden.

Om onderhandelingstactische redenen zijn de VS intussen nu ook met de productie van een nieuwe grondgelanceerde kruisraket begonnen, dus de geest lijkt uit de fles. De luxe van een Europese ‘wapenstilstand’, afgedwongen door het oude INF, lijkt nu ondergeschikt aan andere overwegingen. Wapenbeheersing is bovendien geen hobby van Trump en diens Nationale Veiligheidsadviseur, John Bolton. Een prettig gesprek binnen de NAVO is het sowieso niet.

Conclusie: de NAVO viert geen leuk verjaardagsfeestje, al lijken de kwesties waarover het bondgenootschap tien jaar geleden bijna struikelde, nu even niet zo belangrijk. Ironisch genoeg heeft Poetin, en op iets langere termijn wellicht China, het bondgenootschap weer teruggeworpen tot zijn oorspronkelijke missie: de eigen verdediging. Dat is een geruststelling, maar familieruzie en zelfs scheiding liggen wel op de loer. Zeventig jaar geleden speelde een jazzcombo in Washington Plenty of nothing. Dat gaf al te denken; je vraagt je af of er nu een orkestje is met I will survive op de playlist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.