China geeft kabinet keuzestress

Overnames Nederland koestert zijn open grenzen. Buitenlandse investeerders zijn welkom. Nu doet Europa ‘systeemrivaal’ China in de ban. Hoe te reageren?

Overleg in het Elysée tussen de Franse president Macron, zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping, bondskanselier Merkel en voorzitter Jean-Claude Juncker, van de Europese Commissie.
Overleg in het Elysée tussen de Franse president Macron, zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping, bondskanselier Merkel en voorzitter Jean-Claude Juncker, van de Europese Commissie. Foto EPA

De boodschap van inlichtingendienst AIVD is, op z’n Amsterdams gezegd, recht voor zijn raap. „Verreweg de grootste dreiging op het gebied van economische spionage is afkomstig van China.”

In zijn jaarverslag waarschuwt de nieuwe (sinds eind 2018) directeur-generaal Dick Schoof van de AIVD in schrille bewoordingen voor de afhankelijkheid van de Chinese buitenlandse economische politiek, zoals de investeringen van honderden miljarden euro’s in de nieuwe zijderoutes die China met het Westen moeten verbinden. De AIVD wijst op de risico's van afhankelijkheid van Chinese technologie, zoals bij de toekomstige digitale 5G-netwerken. En voor de kans dat China „een breed scala aan (heimelijke) middelen” inzet „die het verdienvermogen van Nederlandse bedrijven ondermijnen”.

Het dinsdag gepubliceerde jaarverslag is de openbare versie, die de vraag oproept wat er in het échte verslag staat. De openbare versie staat bol van waarschuwingen, maar ontbeert elk voorbeeld.

Daar komt bij: de AIVD is een waakhond die inlichtingen verzamelt en blaft. Maar zij maakt geen beleid. Dat doet het kabinet. Wel vallen AIVD-waarschuwingen uit dit verslag in vruchtbare aarde. Op afzienbare termijn ontvouwt het kabinet een eigen China-strategie.

In die stap zie je een bijna complete politieke ommezwaai terug die zich de laatste tien jaar heeft voltrokken. Van geen probleem met Chinese overnames, gaat u rustig slapen, tot uitgesproken beleid en (mogelijk) verhoogde waakzaamheid.

Voor Europese regeringsleiders is niet Brexit, maar China prioriteit

Hét voorbeeld van hoe het wás, speelde zich negen jaar geleden af. De Italiaanse kabelmaker Prysmian deed een bod op Draka, een Nederlandse concurrent. De top van Draka was akkoord, maar toen kwam opeens een Chinees bedrijf op de proppen met een hoger bod. Dat gaf geen beroering in Den Haag. Het toenmalige kabinet koos de traditionele Nederlandse koers. Nederland staat als middelgroot land tussen grootmachten (Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk) voor vrijhandel, voor een open investeringsklimaat en is gekant tégen protectie. Dus moet de overheid zich afzijdig houden in overnamegevechten tussen bedrijven.

Maar op de politieke lijn Brussel-Rome was het juist wél druk. Vanuit Brussel kwam een warm pleidooi voor afscherming van de Europese industrie tegen buitenlandse (lees: Chinese) overnames. Een van de mogelijkheden daarbij was een toetsing van de motieven van de koper, of van hun eigenaren of van hun betrouwbaarheid. Met de politieke wind in de rug deed het Italiaanse concern een hoger bod, de Chinese tegenstrever deed niks en Prysmian kocht Draka.

Europa eerst

Bij Draka-Prysmian zag je al de elementen die in de Europese en de Nederlandse discussie over China nu weer de hoofdrol opeisen. Dat is de angst dat technologie in verkeerde buitenlandse handen komt. Dat is het ongelijke speelveld: Chinese bedrijven kunnen wel in Europa overnames doen, maar kunnen Europese bedrijven ook een Chinees technologiebedrijf kopen? En dan is er nog de Europese industriepolitiek. Moet Europa niet zelf naar eigen kampioenen streven die de concurrentie op de wereldmarkt aankunnen?

Lees meer over het ongemak over de Chinese miljarden

In het afgelopen decennium werden politici in Brussel, Berlijn en Parijs steeds strenger. Het Duitse kabinet verbood in 2016 voor het eerst een concrete Chinese overname.

Eerder dit jaar bepleitten Berlijn en Parijs luidruchtig de fusie van de treindivisies van hun kampioenen Alstom en Siemens als de uitdager van Chinese concurrentie. De Europese Commissie zei nee. Op de Europese markt is geen dreiging van Chinese concurrenten en de Chinese markt is voor buitenlandse bedrijven gesloten. Maar twee weken geleden bestempelde de Europese Commissie China wel als een ‘systeemrivaal’ van de Europese Unie. Voor Europese regeringsleiders is niet Brexit, maar China prioriteit nummer één.

In Washington ging president Trump vorig jaar al zover om een miljardenovername van chipmaker Qualcomm te verbieden uit angst dat het bedrijf achter zou komen te liggen op Chinese concurrenten.

Naïef of paranoia?

En Nederland? Regeringsadviseurs waarschuwden. De Adviesraad Internationale Vraagstukken riep het kabinet eind 2013 op om beleid te ontwikkelen dat „zowel recht doet aan het open karakter van de Nederlandse economie als aan de bescherming van vitale nationale belangen”. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (toen onder leiding van Dick Schoof) kwam in 2014 met een rapport (Tussen naïviteit en paranoia) om de „nationale veiligheidsbelangen” bij buitenlandse overnames effectiever te waarborgen.

In concrete situaties koos het kabinet voor politieke bescherming van voormalige nutsbedrijven tegen buitenlandse overnames, zoals KPN (2013) en PostNL (2016).

Maar Nederland wil ook heel graag bekend blijven staan als een liberale, open economie. Begin februari verwoordde minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus (CDA) die ambivalentie in de kabinetsreactie op een Europese richtlijn voor de bescherming van vitale infrastructuur, zoals energie- en transport. Nederland is al adequaat beschermd, vond Grapperhaus. „De effectiviteit, relevantie en toegevoegde waarde van de richtlijn worden daarom als minimaal gezien.”

Maar dat is niet het héle verhaal. Want „op verzoek van en in samenwerking met andere lidstaten bevindt Nederland zich momenteel wel in het proces om mogelijke Europese vitale infrastructuur te identificeren.”

Een vergelijkbare keuzestress verraadt het beleid van staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA): een wetsontwerp indienen dat telecombedrijven moet beschermen tegen kwaadwillige investeerders, maar óók in een interview met NRC het traditionele credo belijden:„Nederland is en blijft een open economie.”