Opinie

    • Carolina Trujillo

Als de bal gaat praten

Voor de taalliefhebber was het afgelopen week prijsschieten in het sport kijken. Voor de beginnende sportkijker was het een hobbelige weg. Bij mij zijn die twee dagelijks aan het bekvechten: de sportkijker en de schrijver. Het taalfestijn begon toen een commentator over een voetballer zei dat hij „onzichtbaar is op het veld, maar dat geen reden is om hem niet in de gaten te houden”.

„Gaten staat in die uitdrukking voor ogen”, legde de schrijver ongevraagd uit. Hij grinnikte erbij.

„En over welke speler ging het?”

Dat hadden we niet onthouden.

„Kampioenen van de standaardsituaties” kwam voorbij, in de opwinding die dat veroorzaakte vergaten we weer de context te noteren. Uitblinken in standaard zijn. Prachtig.

„Prutser.”

„Beginnend sportkijker”, verbeterde de schrijver.

De hobbels kwamen toen de sportwereld op de trom begon te slaan in de aanloop naar Ajax-PSV. Overal hadden ze het over de kraker. Kraker zus, kraker zo. De krakers die ik ken, kijken nooit naar sport. Van de legaal wonende voetbalkijkvrienden kreeg ik verschillende definities. Een kraker zou een wedstrijd zijn waarbij veel wordt gescoord zei de een, een wedstrijd die consequenties heeft voor het klassement zei de ander, een wedstrijd tussen de twee clubs bovenaan het klassement. Intussen kwamen ook ‘kampioenskraker’, ‘topper’ en ‘titelkraker’ voorbij.

Alsof dit niet voldoende was om de taalliefhebber aan de buis gekluisterd te houden, vergeleek Van Hooijdonk Ajax met een zwalkende bokser. De metafoor werkte als een toverspreuk die van het hele elftal één man maakte, al was het eigenlijk maar een tiental, want Mazraoui was net van het veld gestuurd waarna onmiddellijk een doelpunt volgde, wat ertoe leidde dat die enorme bokser het veld opkwam.

Ik zag een met touwen omringd voetbalveld waar een gehavende reus zwalkend over de grasmat ging. In minuten 72 en 96 lukte het hem het piepkleine balletje in het doeltje van de tegenstander te werken en verloor PSV alsnog van de afgetuigde zwalker. Erben Wennemars zei met bijna Cruijffiaanse allure: „Het leven van een topsporter is een aaneenschakeling van teleurstellingen met zo nu en dan een hoogtepunt.” De sportkijker applaudisseerde en keek naar de schrijver. Die hield de armen gekruist en zei: „Dat is in de letteren niet anders, op het uitblijven van de hoogtepunten na.”

Voor de meeste mensen, van buitenwijk tot crisisgebied, is het leven een aaneenschakeling van teleurstellingen. Wie zo nu en dan een hoogtepunt wil, moet gaan sporten. Bedankjes voor dit inzicht hoeven niet naar mij, die kunnen naar Erben Wennemars.

Bij de ronde van het een of ander kregen we een moraal voor het leven: „Een ervaren rijder laat voor hij de kasseien opgaat wat lucht uit zijn banden.”

„Namen? Rugnummers?”

Het gaat om wat er gezegd wordt: om de woorden, niet om de spreker, om de bal, niet om de spelers. Als de weg hobbelig wordt, lucht uit je banden. Bij moeilijkheden, uitademen. Prachtig.

„Of een scheet laten”, zei de sportkijker.

De schrijver gaf hem een tik. „Kijk fietsen en zwijg.”

Wielrennen, verbeterde de bruut in zichzelf.

Carolina Trujillo is schrijfster.