‘Afrikaanse hardlopers zijn de dupe van hun dominantie’

Atletiek Afrikaanse hardlopers winnen overal ter wereld races over lange afstanden. Probeert de atletiekfederatie IAAF actief die dominantie terug te dringen?

Een groep hardlopers in training bij Kaptagat in Kenia, waar veel trainingscentra voor lopers te vinden zijn.
Een groep hardlopers in training bij Kaptagat in Kenia, waar veel trainingscentra voor lopers te vinden zijn. Foto Franck Fife/AFP

In het volle besef dat de term zwaar beladen is, spreekt Michel Boeting van „een zekere mate van racisme” als de atletenmanager de nieuwste kalenderaanpassingen van de wereldatletiekbond IAAF duidt en waarvan Afrikaanse langeafstandlopers onevenredig vaak de dupe zijn. „Misschien is het niet eens bewust racisme, noem het tribalisme, maar voor mij staat vast dat Afrika niet meetelt.”

Boeting is boos. En niet zo’n beetje ook. Natuurlijk, hij heeft als manager van 25 Keniaanse lopers een belang, maar als atletiekliefhebber ziet hij zijn sport ook sluipenderwijs naar de gallemiezen gaan. Daartegen komt hij in opstand, vooralsnog met woorden en met intern verzet, maar hij staat niet alleen. Zijn collega Jos Hermens, die naast Kenianen ook veel Ethiopiërs onder contract heeft, verweet de IAAF onlangs in NRC de Afrikaanse lopers te beledigen. En Marc Corstjens, Belgisch atletenmanager en racedirecteur van de Rotterdam Marathon, stelt droogjes vast „dat Afrikanen relatief vaker de dupe worden van IAAF-maatregelen”.

Wat is de bron van die oplopende onvrede? Dat begon met het besluit van de IAAF de frequentie van de WK veldlopen terug te brengen tot eens in de twee jaar. Vervolgens zwichtte de bond voor de druk van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) ruimte te maken voor moderne, meer ‘hippe’ sporten en werd besloten het deelnemersveld van de marathon bij de Spelen van 2020 in Tokio van 150 in te krimpen tot 80 lopers. En recentelijk werd zowel de 5.000 meter als de steeplechase mannen uit het programma van de Diamond League geschrapt. Ingrepen ten nadele van Kenianen en Ethiopiërs, die de lange afstanden domineren.

Lees ook: Lange afstanden geschrapt bij Diamond League: ‘Belediging voor de Afrikaanse lopers’

Boeting mist binnen de IAAF, door Europeanen gedomineerd, een visie. Hoe moet atletiek worden ingericht? Waar wil de sport naar toe? Vragen waarop de Britse voorzitter Sebastian Coe en de zijnen volgens hem dringend antwoord moeten geven. Nu is atletiek in zijn ogen eens per jaar een echte sport: tijdens de WK, of een continentaal kampioenschap als de EK. Buiten die toernooien ontbreekt het zijns inziens aan een wedstrijdformat met opdrachten en status. Wat betekent winst in de Diamond League? Volgens Boeting relatief weinig. In de acht jaar dat dé ster Usain Bolt kon starten in de Diamond League verscheen hij bij slechts 25 van de 112 wedstrijden. Het is allemaal te vrijblijvend, vindt Boeting. „In de atletiek heeft niemand verplichtingen.”

De atletenmanager verwijt de IAAF een hapsnapbeleid, met ook nog eens besluiten die Afrikanen extreem benadelen. De bond zou die groep in de Diamond League juist moeten beschermen tegen wedstrijdorganisatoren, die redeneren dat ze vanwege Kenianen geen kaartje extra verkopen en zich afvragen waarom ze die atleten nog moeten uitnodigen. Een argument: Afrikanen hebben geen ‘gezicht’.

„Bullshit”, zegt Boeting. „Zeggen Amerikanen dan wel iets zinnigs? Ja, zij presenteren zich goed en hun Engels klinkt beter, maar inhoudelijk is het meestal nul. Mensen willen zich met iemand identificeren. Afrikanen zijn nu de zondebok; die worden weggezet als atleten die niks toevoegen, alleen komen halen. Als Afrikanen niet zouden domineren, zouden we deze discussie niet hebben.”

Diamond League moet goedkoper

Het terugsnoeien van de Diamond League tot een televisiegenieke wedstrijd van 90 minuten is volgens Boeting louter ingegeven door geld. Het moet goedkoper, omdat steden als Oslo, Stockholm, Parijs en Lausanne hun financiën moeilijk op orde kunnen krijgen. De manager rekent voor: vier onderdelen schrappen, zoals het plan is, betekent een vermindering van zo’n vijftien atleten per discipline. Bezuiniging op prijzengeld plus reis- en verblijfkosten: grofweg 45.000 dollar. Dat bedrag maal vier betekent een budgetverlaging van zo’n 180.000 dollar (160.000 euro).

De aanzwellende kritiek raakt met name Coe, die ook al in Zuid-Afrika onder vuur ligt vanwege de kwestie Caster Semenya, de olympisch en wereldkampioen 800 meter, die haar testosteronspiegel moet aanpassen om als vrouw te worden aangemerkt. Allemaal slecht nieuws voor de man die volgend jaar voor nog eens vijf jaar als IAAF-voorzitter herkozen wil worden. Vandaar dat Coe, die zelf onbereikbaar was voor commentaar, afgelopen weekeinde bij de WK veldlopen in het Deense Aarhus, samen met IAAF-directeur Jon Ridgeon, in gesprekken met zowel de Keniaanse als Ethiopische bond een poging tot damage control ondernam.

Ten aanzien van de Kenianen lijkt dat redelijk gelukt, want de IAAF sprak in een persbericht van een begripvolle voorzitter Jackson Tuwei. Het zoethoudertje: een 5.000 en 10.000 meter mag buiten het Diamond League-programma worden gehouden en tv-zenders zouden daarvoor al interesse hebben getoond.

De Ethiopiërs lijken allesbehalve meegaand, want het gesprek met interim-voorzitter Derartu Tulu, oud-olympisch en wereldkampioen 10.000 meter, werd achter gesloten deuren gehouden. Na afloop kwam er geen verklaring of persbericht.

Lees ook: Marathon onder de twee uur? Dat duurt nog even

Commissie Gelijke Behandeling

Kritische geluiden over discriminatie van Afrikaanse lopers klinken Louran van Keulen bekend in de oren. Als directeur van de Utrecht Marathon besloot hij in 2011 het prijzengeld vrijwel geheel te besteden aan Nederlandse deelnemers door een zogeheten Dutch Battle in te voeren, waardoor zegge en schrijve één (onbekende) Keniaan aan de start verscheen. Het land was te klein; er werd gesproken van schande. Van Keulen moest zich na afloop zelfs verantwoorden voor de Commissie Gelijke Behandeling, die begreep dat het bedoeld was de Nederlandse loopsport te stimuleren, maar vond dat er desondanks wel degelijk sprake was van discriminatie.

Achteraf blijft Van Keulen achter zijn omstreden besluit staan, maar hij had het beter moeten communiceren. De directeur wilde zijn budget van 70.000 euro, waarvan een fors deel gesubsidieerd, niet meer aan hoofdzakelijk buitenlanders besteden. Utrecht moest het als kleine, nationale marathon niet van zijn snelle tijd hebben, dus koos Van Keulen voor een strijdmarathon tussen Nederlanders. Afrikanen werden niet geweerd, maar zij hoefden niet te rekenen op startgeld en ontvingen maximaal 100 euro aan prijzen. Van Keulen: „Wij wilden kijken of een marathon anders kon worden ingericht, zonder al die power van Afrikanen, en minder gericht op tijd. Wij redeneerden: wat moet Utrecht met een Keniaanse loper van wie na twee seconden de naam is vergeten?”

Vooralsnog nemen de grote marathons, zoals zondag in Rotterdam, de Afrikanen graag op. Zij zijn veruit de snelsten en verschaffen die categorie met hun toptijden status. Maar toch, racemanager Corstjens vertelt dat Rotterdam niet alleen mikt op Afrikanen, die worden geacht 2.05,00 uur of harder te lopen. Achter hun rug wordt een strijd ingestoken tussen de Nederlanders Abdi Nageeye en Khalid Choukoud met de Belg Koen Naert. Zijn verklaring: „Om de aantrekkelijkheid te vergroten.”