Opinie

Turkse oppositie kan lessen trekken uit verkiezingsuitslag

Nederlaag Erdogan

De lokale verkiezingen in Turkije hebben afgelopen zondag geleid tot een forse tik voor president Recep Tayyip Erdogan en zijn AK-partij (AKP). Na ruim 15 jaar is de hoofdstad Ankara niet meer in handen van de regeringspartij. En in Istanbul, de grootste stad van het land, lijkt eveneens sprake van een machtswisseling ten gunste van de oppositie. De Kiesraad heeft de overwinning in de nek-aan-nekrace in deze stad maandag toegewezen aan de oppositie maar de AKP betwist de uitslag.

Hoe dan ook, de verkiezingen hebben duidelijk gemaakt dat Erdogan en zijn partij niet almachtig zijn. De economische prestaties die eerder zorgden voor het electorale succes van Erdogan, zitten hem nu dwars als gevolg van de huidige forse terugval van de economie. Grote werkloosheid, hoge inflatie en een steeds verder in waarde dalende lira hebben het vertrouwen in de president aangetast.

De president die volop meedraaide in de lokale verkiezingscampagne kwam weer met de meest fantastische complottheorieën – groentehandelaren die hun prijzen aanpasten werden bijvoorbeeld door hem vergeleken met terroristen - maar een flink deel van de ruim 48 miljoen kiezers heeft zich daarvoor wijselijk niet ontvankelijk getoond.

Erdogan heeft een aantal belangrijke steden verloren, maar dat neemt niet weg dat zijn AK-partij nog altijd veruit de grootste van het land is met ruim 44 procent van het totaal aantal stemmen: 14 procentpunt meer dan de CHP, de seculiere directe rivaal. Bij het duiden van de verkiezingsuitslag gaat het dan ook vooral om de symboolwaarde van de uitslag in een aantal belangrijke steden. Zoals Erdogan die zijn politieke opmars in 1994 als burgemeester van Istanbul begon zelf vaak zei: wie Istanbul verliest, verliest Turkije.

Het is nog lang niet zo ver dat Erdogan met deze verkiezingen Turkije verloren heeft. Met zijn vorig jaar door een referendum gelegitimeerd geïntroduceerde presidentieel stelsel zit de president voorzien van extra bevoegdheden tot 2023 stevig in het zadel. Het is vooral de vraag of de traditioneel sterk verdeelde oppositie de uitslag van zondag zal aangrijpen om beter te gaan samenwerken. Het verkiezingsresultaat in een aantal grote steden heeft aangetoond dat het met een overtuigend alternatief mogelijk is de AKP een nederlaag toe te brengen.

Een overwinning die extra opmerkelijk is gegeven de moeilijke omstandigheden waaronder campagne moest worden gevoerd, zoals de waarnemersmissie van de Raad van Europa heeft vastgesteld. Turkije kent nauwelijks nog een onafhankelijke pers waardoor Erdogans AKP veel makkelijker toegang tot de media kreeg dan andere partijen, de staatssubsidies voor de campagne waren onevenredig verdeeld ten gunste van de AKP en bovendien staat het recht op vrije meningsuiting permanent onder druk.

Cruciaal is hoe de kwetsbare Turkse economie zich zal ontwikkelen. De druk op de lira die deze zomer 30 procent in waarde daalde is onverminderd groot. Alleen steunoperaties aan de vooravond van de verkiezingen hebben een verdere daling weten te voorkomen. Maar de regering van Erdogan kan hier niet onbeperkt mee doorgaan. Stopt dit dan zal het aanvankelijke groeisucces van Erdogan een zeepbel blijken te zijn met alle verdere crisisgevolgen van dien.

Neemt Erdogan het signaal van de kiezer serieus of zal hij als een kat in het nauw de repressie verder opvoeren? Dat is de angstige vraag die niet alleen Turkije aangaat maar ook de aangrenzende Europese Unie.