Stel dat Baudet dit etiket opvat als smaad

Ewoud Sanders

Inmiddels is de vraag gesteld of Thierry Baudet een fascist kan worden genoemd. Op overdemuur.org, een nuttige site die zich verzet tegen de ‘betaalmuren’ van commerciële websites, betoogt de filosoof en cultuurwetenschapper Bram Ieven dat dit het geval is. „De koers van FvD is fascistisch. Plain and simple”, stelt hij in een artikel getiteld Waarom Thierry Baudet een fascist is.

In een discussie op Radio 1, onder leiding van Tijs van den Brink, werd Ieven van repliek gediend door de historicus Robin te Slaa, auteur van het boek Wat is fascisme? Diens standpunt: vanuit historisch perspectief kun je Baudet, ondanks zijn „zeer bedenkelijke ideeën”, geen fascist noemen. Het probleem bij dit soort discussies is: welke definitie neem je als uitgangspunt? En uit welke bron?

In Ievens stuk ontbreekt een definitie. Hij is van mening dat je Baudets denkbeelden kunt vergelijken met die van NSB-leider Mussert in de jaren dertig. „Natuurlijk is Baudet geen dunne doordruk van de NSB”, stelt hij. „Maar de politieke denkkaders en de retorica baseren zich op dezelfde principes.”

Om de discussie te stroomlijnen, nam Van den Brink de definitie van Wikipedia als uitgangspunt. Daarin staat dat fascisme een extreme vorm is van autoritair nationalisme, dat antidemocratisch, anticommunistisch, antiliberaal, antiparlementair en anti-intellectueel is.

Bij juridische conflicten wordt, indien nodig, meestal de Dikke Van Dale als scheidsrechter gebruikt. Dat is aanvechtbaar maar wel begrijpelijk, want dat woordenboek wordt gemaakt door een onafhankelijke redactie. Artikelen in Wikipedia kunnen, zoals bekend, door Jan en alleman worden aangepast en zijn dus niet stabiel.

De definitie van fascisme in de Dikke Van Dale komt op weinig punten overeen met die in Wikipedia. Volgens Van Dale is fascisme een politiek systeem berustend op ultranationalistische, corporatistische, autoritaire en onverdraagzame (met name anticommunistische) beginselen. Een fascist kan volgens de Dikke Van Dale een voorstander of aanhanger van het fascisme zijn of een lid of afgevaardigde van een fascistische partij. Daarnaast kan fascist worden gebruikt als „scheldnaam voor iemand die fascistoïde trekjes vertoont, met name voor iemand die te autoritair wordt gevonden”.

Je ziet meteen hoe lastig het voor een rechter moet zijn om op basis van dit soort definities te bepalen of iemand al dan niet terecht fascist wordt genoemd. Want stel dat Baudet dit etiket opvat als smaad. Bij een rechtszaak zou dat zonder twijfel leiden tot een discussie over de vraag wat er in die Van Dale-definitie precies moet worden verstaan onder „fascistoïde trekjes”. Van Dale stelt dat fascist als scheldnaam kan worden gebruikt voor „iemand die te autoritair wordt gevonden”. Gaat dit om autoritair gedrag in het algemeen of bijvoorbeeld om gebrek aan souplesse bij het toepassen van regels?

Wie zoekt in rechtelijke uitspraken ziet dat fascist in het verleden herhaaldelijk is gebruikt als kwalificatie voor politieagenten, parkeerwachters en ordehandhavers, in scheldpartijen die ik hier niet zal aanhalen. Ook de Van Dale-definitie van fascisme zorgt overigens voor problemen, want de kernbegrippen ultranationalistisch en corporatistisch worden in dit woordenboek niet apart gedefinieerd.

Zelf vind ik het een slecht idee om Baudet een fascist te noemen. Je kunt het Italiaanse, Duitse en Nederlandse fascisme niet op één hoop vegen. Bovendien roepen dit soort etiketten onmiddellijk heftige associaties op. Bijvoorbeeld met antisemitisme, een woord dat in beide definities ontbreekt.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders