Recensie

Recensie Beeldende kunst

Oorlog vanuit het standpunt van soldaten en nabestaanden

Tentoonstelling Met de expositie Hidden Histories wil Eye Filmmuseum een meer persoonlijk perspectief op oorlog geven. Maar er is een overmaat aan verhalen, het ene nog erger dan het andere.

In Meiro Koizumi’s Portrait of a Young Samurai (2009) repeteert een acteur een korte, dramatische tekst waarmee een kamikazepiloot definitief afscheid neemt van zijn ouders.
In Meiro Koizumi’s Portrait of a Young Samurai (2009) repeteert een acteur een korte, dramatische tekst waarmee een kamikazepiloot definitief afscheid neemt van zijn ouders. Foto Studio Hans Wilschut
    • Janneke Wesseling

De bondigste omschrijving van het begrip ‘geschiedenis’ komt van de wetenschapsfilosoof Donna Haraway: „Wat telt als object is precies waar de wereldgeschiedenis over blijkt te gaan” (in haar essay ‘Situated Knowledges: The Science Question in Feminism anbd the Privilege of Partial Perspective’, 1988). Deze uitspraak stelt dat hetgeen niet beschreven is door historici dus niet telt als object van onderzoek en dan ook geen relevantie of waarde heeft voor de (wereld)geschiedenis.

Dit is waarom inheemse Amerikanen, Aboriginals in Nieuw-Zeeland, zwarten in Westerse culturen, vrouwen en zoveel andere onderdrukte groepen zo hard vechten om de geschiedschrijving te corrigeren. Een officiële geschiedschrijving, met alles wat daarbij hoort aan archieven, handboeken, chronologische overzichten en discoursen, ontbreekt hier. Deze mensen bestaan niet als zelfstandig object van historisch onderzoek. Hoe te beginnen om hun aandeel aan de geschiedenis zichtbaar te maken?

Een startpunt is het opbouwen van een collectief geheugen, door middel van persoonlijke verhalen en herinneringen, door een speurtocht naar ‘kleine’ gebeurtenissen in de marge van ‘grote’ ontwikkelingen.

Dit is ook de lijn van denken achter A Tale of Hidden Histories. Op deze internationale tentoonstelling van video’s, objecten en films in Eye Filmmuseum wordt het fenomeen oorlog niet bezien vanuit het standpunt van machthebbers, van generaals, politici en historici, maar vanuit de ervaringen van degenen die de oorlog daadwerkelijk gevoerd of aan den lijve ondervonden hebben: soldaten in Irak en Afghanistan, nabestaanden van omgekomen soldaten, drone-piloten die bombardementen uitvoeren, of, langer geleden, Japanse kamikaze-piloten in de Tweede Wereldoorlog.

Subjectiviteit blootleggen

Hoe worden verhalen geconstrueerd en hoe veranderen deze verhalen wanneer ze worden doorverteld? En is het mogelijk om een oorlog te verbeelden? In de getoonde kunstwerken worden reportage, re-enactment, documentaire en filmische technieken ingezet om de subjectiviteit van historische bronnen en de beperkingen van het geheugen bloot te leggen, aldus het persbericht. De tentoonstelling is onderdeel van het filmprogramma Shell Shock van het Eye Filmmuseum, dat gaat over conflict en oorlog in Syrië, Jemen, Afghanistan en Soedan.

In het videowerk Battlelands (2018) laat de Japanse kunstenaar Meiro Koizumi Amerikaanse veteranen uit de oorlogen in Irak en Afghanistan aan het woord. Geblinddoekt en met een GoPro-camera op het hoofd beschrijven en filmen zij hun eigen woningen in Miami. We zien hun huiskamer, het uitzicht op de stad, de kinderkamers, keuken. Ze filmen daarbij onbedoeld ook hun eigen gebarende handen. Nu ze niets kunnen zien en de blik naar binnen wordt gericht, beschrijven de soldaten vooral traumatische gebeurtenissen. Wat ooit een veilig thuis was blijkt besmet te zijn geraakt door ondragelijke herinneringen. Het werk roept een grote spanning op tussen de banaliteit van het dagelijkse leven en de onvoorstelbaarheid van de oorlog in het verre land.

Het dramatische hoogtepunt van de tentoonstelling is Koizumi’s Portrait of a Young Samurai (2009). Een acteur repeteert een korte, dramatische tekst waarmee een kamikazepiloot, vliegeniersmuts op het hoofd en een sjaal met de Japanse vlag , definitief afscheid neemt van zijn ouders. Keer op keer moedigt de stem van de regisseur (Koizumi zelf?) de acteur aan om nóg expressiever en nóg vastberadener te zijn, en om zich te vereenzelvigen met de ‘Samurai-spirit’. Uiteindelijk, versterkt door tonen van een trompet, spuwt en kotst de acteur de boodschap uit, de verschrikkelijke lading van het moment is fysiek navoelbaar. En dan komt de respons van de stem van de moeder die gillend en krijsend, in een wanhopige kakofonie, haar zoon smeekt om af te zien van zijn voornemen. Met relatief beperkte middelen en op een beeldend zeer overtuigende manier stelt Koizumi ideeën over heldendom en zelfopoffering aan de orde.

Het werk van het kunstenaarsduo Adam Broomberg (Zuid-Afrika, 1970) en Oliver Chanarin (1971) is vergeleken met dat van Koizumi afstandelijk en abstract. In 2008 werden zij door het Britse leger uitgenodigd om als ‘embedded’ oorlogsfotografen mee te reizen naar Aghanistan. Hun fotocamera lieten zij thuis. Wel namen zij een rol fotopapier mee. In plaats van de bloedige gebeurtenissen vast te leggen op camera, stelden zij bij ieder voorval een zes meter lang lichtgevoelig vel papier gedurende 20 seconden bloot aan de zon. Op het papier zijn ‘explosies’ van licht te zien. In symbolisch-conceptuele zin is dit een betekenisvol gebaar, maar het werk, getitled The Day Nobody Died (2008), is moeilijk te begrijpen zonder de achtergrondinformatie.

Dodo (2014) toont de roestige resten van een bommenwerper die werd gebruikt voor de verfilmin van het boek Catch-22.

Foto Studio Hans Wilschut

Film-bommenwerper

In nog sterkere mate geldt dat voor Dodo (2014). Het werk is gebaseerd op de satirische oorlogsroman Catch-22 (1961) van Joseph Heller, die in 1970 door Mike Nichols is verfilmd. Dit gebeurde aan de kust van het Mexicaanse eiland San Carlos, dat tot dan toe slechts bereikbaar was per boot. Op San Carlos werd een operationele landingsbaan aangelegd, acht B-25-bommenwerpers werden ingezet, gebouwen neergezet – Catch-22 was toen de duurste film ooit geproduceerd. Broomberg & Chanarin reisden naar San Carlos en deden ‘archeologische’ opgravingen naar wat er van het filmen over was. De roestige resten van een bommenwerper die in de film crasht stalden zij keurig geordend uit op een tafel. Ook tonen zij romantische beelden van het lege landschap, een zacht draaiende reusachtige propellor lijkt de filmbeelden aan te jagen. Ook hier geldt dat er een grote discrepantie is tussen de informatie die geleid heeft tot het werk, en het uiteindelijke werk zelf. Dodo (waar ook nog Dodo-eieren in voorkomen) is zonder de tekst volstrekt onbegrijpelijk.

Misschien willen Broomberg & Chanarin hiermee zeggen dat het onmogelijk is om oorlog en geweld te verbeelden, en dat de beelden op geen enkele manier recht doen aan de werkelijkheid. Dat is ongetwijfeld maar – maar dit gegeven maakt het beeldende werk daarom nog niet interessant. Hun kunstwerk bezwijkt onder het verhaal.

Dit geldt in feite voor de hele tentoonstelling, met uizondering van het werk van Koizumi. De verhalen en geschiedenissen zijn te overweldigend, de thematiek te groot. Daarbij komt dat de opzet ambitieus is en er te veel werken te zien zijn. De video-installaties van Omer Fast en van Chia-Wei Hsu zouden beter tot hun recht komen op een solotentoonstelling. Het zou fantastisch zijn om een grote tentoonstelling te zien van het werk van alleen Koizumi. Nu is het een overmaat aan oorlogsverhalen, het ene nog erger dan het andere. Hiermee wordt precies het tegenovergestelde bereikt van wat bedoeld is: recht te doen aan persoonlijke ervaringen.