De mondiale schuld bedraagt nu 243.200 miljard

Schuldenberg Wereldwijd is de schuld van alle overheden, burgers en bedrijven samen gestegen tot net onder het record van 247.000 miljard dollar.

De totale mondiale schuld was eind 2018 ruim drie keer zo groot als de totale mondiale verdiencapaciteit.
De totale mondiale schuld was eind 2018 ruim drie keer zo groot als de totale mondiale verdiencapaciteit. Illustratie Pepijn Barnard

‘Slechts 3.300 miljard dollar’. Met dat bedrag nam de mondiale schuld in heel 2018 toe. De totale schuld van huishoudens, overheden en bedrijven wereldwijd steeg daarmee tot 243.200 miljard dollar, 4.000 miljard onder het recordniveau van 247.000 miljard dollar van begin 2018 en nog altijd een duizelingwekkende 100.000 miljard dollar meer dan het niveau van vlak voor de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in 2008.

Het Institute of International Finance, een organisatie waarin tientallen financiële instellingen in de wereld vertegenwoordigd zijn, maakte de nieuwste schuldencijfers eerder deze week bekend in zijn kwartaalupdate. De snelheid van de schuldengroei is iets afgenomen vorig jaar, vooral dankzij een vertraging in China en Europa.

De schuldenberg van overheden, burgers en bedrijven bedraagt dus zo’n 243.200.000.000.000 dollar. Dat bedrag is zo gigantisch dat het elke referentie mist met de reële economie van alledag. Toch een kleine poging: als Nederland dat bedrag zou willen aflossen, moeten we ruim 293 jaar ál ons inkomen (828 miljard dollar ofwel 737 miljard euro) storten om dat voor elkaar te krijgen. Andere kleine poging: van de schuldenberg kunnen 16.200 kopieën van het duurste voltooide gebouw ter wereld, de Abraj Al-Bait in Mekka, Saoedi-Arabië, (kostte 15 miljard dollar), neergezet worden.

Feit is dat de totale mondiale schuld eind 2018 ruim drie keer zo groot was als de totale mondiale verdiencapaciteit. De zogenoemde schuld-bbp-ratio ligt met andere woorden op 317 procent. Dat is weliswaar iets lager dan de piek in 2016, maar nog altijd op een historisch hoog niveau.

Terugval

De vraag is natuurlijk: is het hebben van zo’n enorme schuldenberg eigenlijk een probleem? Uit economische analyses die gemaakt zijn na de schuldencrisis van 2008, blijkt dat het hebben van hoge schulden economieën extra kwetsbaar maakt voor conjuncturele schommelingen. Dus ja, een schuld van 243.000 miljard dollar is een probleem.

In de VS bijvoorbeeld is de schuld van het bedrijfsleven (exclusief de financiële sector) toegenomen tot 73 procent van het bbp. Dat is boven het niveau van voor de val van Lehman. Analisten van Morgan Stanley vrezen dat dit schuldenniveau en de angst voor een economische terugval een rem zal zetten op de bereidheid van het bedrijfsleven om nieuwe investeringen te doen. En daarmee op economische groei. Een dreigende recessie wordt op die manier vanzelf waarschijnlijker.

In China is de schuld van huishoudens met 40 procent toegenomen sinds 2016, tot 52 procent van het Chinese bbp. Dat lijkt niet heel hoog (in Nederland is die ratio veel hoger, onder meer door de hoge hypotheekschuld). Het probleem in China is echter dat de schuldenberg van de huishoudens veel harder groeit dan de inkomens van diezelfde huishoudens. Dat maakt ze kwetsbaar voor conjuncturele schommelingen, aldus het IIF.

‘Schuldenkramp’

Mondiaal is de rente op dit moment historisch laag. Zowel in de VS als in Europa maakt dat de kosten voor lenen (en dus het aangaan van nieuwe schulden) spotgoedkoop. Maar wat als die rente weer gaat stijgen? Dan ontstaan al snel grote problemen voor overheden, burgers en bedrijven. Dit jaar alleen al loopt in opkomende markten voor 1.700 miljard dollar aan staats- en bedrijfsleningen af die hernieuwd moeten worden. De prijs voor het betalen van een mogelijk hogere rente daarop gaat ten koste van investeringen in een productievere economie.

Juist in die opkomende markten (Azië en Latijns-Amerika) steeg de overheidsschuld tot een recordhoogte van gemiddeld 50 procent van het bbp. Met name Brazilië, Libanon en Egypte zagen daardoor hun rentelasten fors toenemen, met alle gevolgen van dien.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waarschuwde eerder al voor de financiële kwetsbaarheid van armere landen en heeft het onderwerp op de agenda staan voor de voorjaarsvergadering, eind volgende week in Washington. Sinds 2013 is het aantal landen dat een verhoogd risico heeft op een economische ‘schuldenkramp’ verdubbeld, tot twee vijfde van alle arme landen, aldus het IMF.

Toch lijkt van paniek in de wereld vooralsnog geen sprake. De reden daarvoor is even simpel als banaal: juist omdat de economie over het hoogtepunt van de conjunctuur heen lijkt, verwachten analisten nog langjarig steun van centrale banken om de economie draaiende te houden. Dat betekent nog lange tijd ruim monetair beleid in de vorm van extreem lage rentes. En juist dankzij die lage rentes blijft de schuld betaalbaar. Althans: betaalbaarder dan 10 jaar geleden. Voorlopig dan.