Malaise bij Renault, geen paniek

Formule 1 Het is een seizoensstart om snel te vergeten voor het team van Renault, dat veel heeft geïnvesteerd, en Frankrijk trots moet maken.

Renault-coureur Daniel Ricciardo belandt in het gras meteen na de start van de Grand Prix van Australië, half maart in Melbourne. „Een zeer slechte start van het seizoen.”
Renault-coureur Daniel Ricciardo belandt in het gras meteen na de start van de Grand Prix van Australië, half maart in Melbourne. „Een zeer slechte start van het seizoen.” Foto Andy Brownbill/AP

Twee rondes voor het einde hielden er in Bahrein opeens twee motoren mee op. Eerst de een, vlak erna de ander. Alsof iemand bij Renault er per ongeluk de stekker uit had getrokken. Nico Hülkenberg was na een inhaalrace onderweg naar plek zes, ook Daniel Ricciardo was bijna verzekerd van zijn eerste punt voor zijn nieuwe team. Toen stonden ze overdwars op de baan, zoekend naar antwoorden. En was het positiefste dat Renault meenam uit de avondhitte in de woestijn dat hun nieuwe coureur niet geëlektrocuteerd werd in zijn auto.

„Een wreed moment”, noemde Hülkenberg de motorproblemen. „Hartverscheurend”, zei Ricciardo. „Onacceptabel en frustrerend”, vulde teambaas Cyril Abiteboul aan. Kers op de taart was een opmerking van Christian Horner, teambaas van Red Bull, dat na jaren van gedoe met de motor van Renault nu met Honda rijdt. Door de safety car die volgde op de motorpech in Bahrein hield Charles Leclerc (Ferrari) Max Verstappen (Red Bull) van het podium. „Een Renaultmotor die ontploft heeft ons helaas niet geholpen op het podium te komen. Ironisch, toch? Of ze nou in onze auto zitten of erbuiten.”

Er zijn pas twee grands prix verreden, maar Abiteboul kon concluderen dat het een „zeer slechte start van het seizoen” is voor Renault. De race in Australië was twee weken voor Bahrein ook al niet verlopen zoals gewild. Hülkenberg werd in Melbourne nog zevende, maar zag Ricciardo gedwongen opgeven nadat hij bij de start te veel schade had na een klein uitstapje op het gras naast het asfalt. Daarbij viel Carlos Sainz in zijn McLaren uit, als eerste van het seizoen. En McLaren is dit jaar het enige andere team met een Renault-motor.

Lees ook: Technisch inhaaltrucje is geen garantie voor spektakel

Progressie

Dit jaar moet een nieuwe stap zijn voor Renault. Drie jaar wederopbouw, drie jaar meedoen, was de ambitie toen de Fransen in 2015 Lotus van zijn schulden verlosten en voor een symbolische euro het team overnamen. Per 2016 reed het geel van Renault weer in de Formule 1, na in 2010 te zijn verdwenen. Een moeilijke weg terug naar de gloriedagen van 2005 en 2006, toen Fernando Alonso met Renault kampioen werd. Toch nog altijd specialer dan de negen wereldtitels van teams die met hun motor reden.

Progressie was er ook zeker in de afgelopen drie jaar. Met de Brit Jolyon Palmer en Deen Kevin Magnussen werd Renault met slechts acht punten in 2016 het negende van tien teams. Een jaar later behaalde Renault met Hülkenberg en Palmer – laat in het seizoen vervangen door Sainz – 57 punten en werd het zesde. En in 2018 reden Hülkenberg en Sainz samen 122 punten bij elkaar, goed voor plek vier.

Foto Asanka Brendon Ratnayake/AP

De Fransen zijn nu in jaar één van het ‘uitdagen’ beland. De afgelopen seizoenen is er steeds meer geïnvesteerd door Renault in het Formule 1-team. Aan het eind van 2018 was het aantal mensen in de fabriek in Enstone (Engeland) met vijftig procent toegenomen. Daar kwamen deze winter wederom mensen bij, maar belangrijker nog was de komst van Ricciardo. Het was een transfer die vorige zomer iedereen verraste: hij ruilde Red Bull, een team waar hij al zeven races had gewonnen, in voor Renault, een team waar hij dat nog niet meteen zou kunnen. Meer geld voor de Australiër, en voor Renault een dure investering in ervaring – als het even kon de grote naam voor het team van de toekomst.

Flinke investeringen, een positieve wintertest, en dan zo’n begin van het seizoen. Maar het is te vroeg voor paniek, zegt Erik Bielderman, Formule 1-journalist voor de Franse sportkrant L’Equipe. „Ze zijn ontsteld bij Renault en hebben de druk opgevoerd, maar het is voor het team duidelijk waar het misging. In China zullen ze ervoor zorgen dat het niet weer kan gebeuren.”

Lees ook: Met Honda zit het goed, bleek al na de openingsrace

Blik op 2021

Bij Renault hoeft het ook nog niet allemaal te gebeuren in 2019, zegt Bielderman, die druk is er niet. „Als je naar Alain Prost luistert [teamadviseur en viervoudig wereldkampioen], dan is het een droom om te denken dat Renault de topdrie teams kan uitdagen voor 2021, wanneer er een nieuw reglement komt. Renault blijft werken aan 2019 en 2020, maar zetten ook niet alles op alles. Belangrijkste is: eerst de betrouwbaarheid van de motor verbeteren, en daarna Ricciardo kunnen overtuigen van de potentie, zodat hij er in 2021 ook nog is. Nu het vierde team zijn, zou acceptabel zijn.”

Renault hunkert naar positieve aandacht, na jaren geruzie als motorleverancier van Red Bull. Vier keer, van 2010 tot en met 2013, werden ze samen wereldkampioen, maar sinds de start van het turbohybridetijdperk in 2014 werd sporadisch succes afgewisseld met veel betrouwbaarheidsproblemen. „De scheiding was voor beide teams het beste. Red Bull kon niet meer omgaan met de tegenslagen en Renault kon niet langer een klant dulden die het merk aan het verwoesten was”, zegt Bielderman.

Al viel dat laatste volgens hem wel mee. „Je zou denken dat vier keer wereldkampioen worden met Red Bull een zegen was voor de beeldvorming en de marketing, maar het was altijd Red Bull dat won, Sebastian Vettel die won. Niet Renault. Zoals het toen geen ‘boost’ gaf aan het merk Renault, hebben nu de problemen geen negatief effect, denk ik. Voor het merk Renault is het een bijzaak.”

In Frankrijk is sprake van een nieuw F1-tijdperk, zegt Bielderman. „Het werd al jaren overschaduwd. Al 23 jaar geen Franse coureur die een race won [Olivier Panis in 1996], geen Franse auto die won sinds 2008 [Alonso]. Formule 1 ging naar pay-per-view en de kijkcijfers daalden van 3 à 3,5 miljoen naar soms 500.000. Nu is het alweer bijna een miljoen.”

Succes voor Renault zou absoluut een nieuwe impuls geven. Trots vanwege een Franse auto, niet alleen de motor. „Maar wat blijft het belangrijkste voor mensen? De coureur. Dus als Pierre Gasly bij Red Bull wint, dan levert dat meer aandacht op dan Renault die met een buitenlander wint. Maar als de Fransen van één ding dromen: een Franse coureur die in een Franse auto wint.”