Opinie

Koffie

Marcel van Roosmalen

Ik zat voor de tweede keer in mijn leven bij Koffietijd. Vooraf broodjes, koffie, Loretta, een redacteur, hond van Loretta, alles. De pr-vrouw van mijn uitgeverij knoeide koffie op haar spijkerbroek. Grapje dat zes keer werd gemaakt: „Welkom bij Koffietijd.” Loretta vroeg of ze in de uitzending met mijn moeder mocht bellen.

Ik belde haar en zei dat ik bij Koffietijd zat.

De nieuwe thuiszorg was er, een op het eerste gezicht lieve vrouw. „Maar ik heb wel gezegd: eerst wat doen, dan pas koffie.”

Loretta stond voor me te gebaren, zo van geef mij haar even, maar dat deed ik toch maar niet.

„Ik sta tegenover Loretta Schrijver”, zei ik, „vind je het goed als die je straks belt?”

„Ja, jij bent de schrijver.”

Ik, harder: „Nee, Loretta Schrijver.”

Mijn moeder: „Hier in huis? Ik trek een andere jurk aan.”

Ze gaf de telefoon aan de nieuwe thuiszorg, die zei dat ze de televisie schoon ging maken met een droge doek.

Verbinding verbroken.

Loretta: „En? En?”

Geschminkt door een vrouw die mijn haren eerst kamde en daarna door elkaar ging wrijven. Ik werd naar een desk gebracht. Achter me deed een kok alsof hij buikspek stond te garen, in een eerder leven was hij sidekick bij Gerard Ekdom.

Eerste gesprekje met Loretta.

We bespraken foto’s in mijn telefoon.

Reclameblok, dan weer over buikspek. Er lag inmiddels ‘een zuurtje’ op de borden, aan de spinazie-terrine werd nog gewerkt. Daarna zangeres Marlayne, ze had in een sloppenwijk geholpen met het bouwen van huizen. Cement roeren, een beetje timmeren, een continu gevecht tegen tranen in de ogen. Huis-thuis-familie: schitterend bruggetje naar mijn moeder in Velp.

Met een redacteur in een drafje naar de bank bij het raam.

„Tegen het ronde kussentje gaan zitten.” Ik ging per ongeluk op het pootje van de hond van Loretta staan, sorry gezegd.

Loretta, fluisterend: „Ze hangt live.”

God, mijn moeder.

Op de monitor zag ik haar foto, daaronder de tekst: ‘Live Paula van Roosmalen, Velp.’

Ik hoorde mijn moeder zeggen dat journalisten vaak zo hard spraken, naast me smolt Loretta. „Dat gekwebbel, dat gekakel.”

Ik zei dat ik het surrealistisch vond om via televisie met haar te praten, maar dat werd me meteen uit het hoofd gepraat.

Het was juist heel realistisch, vond ook mijn moeder na afloop. Eigenlijk beter dan normaal telefoneren.

„Omdat je ook kunt liplezen.”

Dus ze was blij dat de nieuwe thuishulp de televisie zo grondig had gestoft, ze hadden helder beeld.

„En dan nu koffie. Eerst werken dan koffie, daar is het andersom, maar hier doen we het in deze volgorde.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.