Kamer wil weer van wet af omwille van gelijke kansen

Politieke reacties Adviezen aan kinderen van laagopgeleiden worden ook na goede eindtoetsen zelden naar boven bijgesteld. Dus moet de wet aangepast.

Voorspellende kracht van eindtoets en docentadvies
Voorspellende kracht van eindtoets en docentadvies

Hoewel groep 8 de eindtoets pas tussen 15 april en 15 mei maakt, zaten basisschoolleerlingen uit het hele land maandag al te zwoegen bij de ‘Cito-toets gym’. 1 april-grapje van leraren.

Dat was een zeldzaam moment van lachen om de eindtoets, waarover in Den Haag al jaren serieus wordt gediscussieerd. Moet-ie vóór of na het advies van de leraar voor een schoolniveau worden gemaakt? En wat moet leidend zijn: het advies van de leerkracht, of de uitslag van de toets?

Dinsdag verschenen hierover twee onderzoeken, van de Universiteit Utrecht en van het Centraal Planbureau, met ongeveer dezelfde strekking: het advies van de leraar moet worden gecombineerd met de uitslag van de eindtoets – dan voorspel je het niveau van een leerling het best. De rol van de eindtoets moet dus groter worden dan nu het geval is.

Dat is ongeveer in lijn met de richting die het kabinet uit wil. In het Regeerakkoord sprak de coalitie al af de eindtoets te vervroegen of het schooladvies te verlaten, zodat leraren meer informatie hebben om tot een oordeel te komen. In februari maakten regeringspartijen D66, VVD en CDA bekend voor die laatste optie te pleiten. Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) wil daarop niet reageren tot de evaluatie van de wet over de eindtoets uit 2015, die in mei wordt verwacht.

Die wet heeft het moment van de eindtoets juist verlaat, van februari naar april, en het schooladvies leidend gemaakt in plaats van de toets. Dat zou de stress om ‘die ene, allesbepalende’ toets verlichten, was de idee van veel partijen.

Maar ze kwamen erop terug. De Onderwijsinspectie constateerde een jaar na invoering al dat de nieuwe wet tot kansenongelijkheid leidt, omdat de schooladviezen aan kinderen van laagopgeleide ouders zelden naar boven worden bijgesteld, ook al geeft hun toetsresultaat daar aanleiding toe. Iets waar onderwijsdeskundigen al voor hadden gewaarschuwd. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de club van ontwikkelde landen, kwam in 2016 tot eenzelfde conclusie.

„We vinden dat het advies van de school leidend moet blijven, maar dat de eindtoets moet worden meegenomen in het advies”, zegt Paul van Meenen, Kamerlid voor D66. Het moment van de toets blijft wat hem betreft aan het einde van het schooljaar – „anders wordt het laatste halfjaar wel heel moeizaam”, maar het schooladvies moet worden verlaat.

Ook Michel Rog (CDA) vindt dat het advies van de „professionele leraar” leidend moet blijven, maar mét de eindtoets meegewogen. „Wat mij betreft wordt de toets iets vervroegd, naar begin april, zodat rond Koningsdag het advies duidelijk is. Dan verdwijnt ook het praktische probleem dat leerlingen na een aangepast advies niet meer op een school terecht kunnen omdat die vol zit.”

PVV’er Harm Beertema heeft als enige Kamerlid altijd voor een grote rol van de eindtoets gepleit, omdat hij vreesde dat het oordeel van de leraar alleen tot kansenongelijkheid zou leiden. „In tal van moties heb ik opgeroepen die eindtoets naar voren te halen”, zegt hij, „zodat leraren een verhaal hebben naar ouders toe waar ze hun advies op baseren. En dat voorkomt dat leerlingen uit een lager sociaal milieu van de leraar een te laag advies krijgen, omdat een leraar denkt: deze tokkie haalt het toch niet. Voor motieven als verheffing en emancipatie is dat natuurlijk heel slecht.”

GroenLinks wil de discussie over de eindtoets graag wezenlijker voeren, zegt Kamerlid Lisa Westerveld. „In Nederland worden kinderen al vroeg op schoolniveau geselecteerd. We scoren niet goed op kansengelijkheid. Het schaduwonderwijs groeit. Moeten we basisschoolleraren dan wel laten voorspellen waar leerlingen op de middelbare school terechtkomen? Wij zouden het moment van selectie graag uitstellen, en willen meer brede brugklassen.”