In het linkse Amsterdam zijn ze niet welkom

Uitgeprocedeerde asielzoekers Voor het eerst gaat Amsterdam uitgeprocedeerde asielzoekers langdurig opvangen. Dat stuit op protest van omwonenden. „Stuur ze weg!”

Foto Joris van Gennip

„Waarom in het centrum? Het is al druk genoeg hier!”

De wethouder is nog maar net aan het woord als de eerste bewoner zich al roert. Een man van in de dertig, Amsterdams accent, begint vanuit de zaal te schreeuwen. „Er staan allemaal bedrijfspanden leeg aan de ring, stop ze daar!”

Het is afgeladen vol in de kantine van het Marnixbad, aan de rand van de Amsterdamse Jordaan. Zeker honderdvijftig man zijn afgekomen op een bijeenkomst over de opvang van 48 illegalen in een leegstaand pand, verderop in de Marnixstraat. De sfeer is gespannen, bij vlagen grimmig. Er wordt gejoeld en geschreeuwd. Wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) moet voor- en tegenstanders een paar keer vragen of ze geen foto’s of filmpjes van elkaar willen maken. „Míj mag u gerust filmen.”

Groot Wassink maakt deze weken een rondgang langs bewonersavonden. Hij doet dat om steun te vinden voor een van de belangrijkste projecten van het linkse Amsterdamse college: de structurele opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers die niet terug kunnen of willen naar hun land van herkomst.

Na jarenlang gesoebat met politiek Den Haag mogen vijf grote steden hun ‘bed-bad-brood’-voorzieningen ombouwen tot een volwaardige, langdurige opvang. Amsterdam moet daarvoor stevig aan de bak: in tegenstelling tot de andere steden heeft de hoofdstad nog geen 24-uursopvang.

De vijfhonderd ‘ongedocumenteerden’ die Groot Wassink in Amsterdam wil onderbrengen, komen vrijwel allemaal uit het asielcollectief We Are Here, dat de afgelopen jaren panden kraakte. Ze worden verspreid over de stad, in kleine groepen. Ze krijgen anderhalf jaar een dak boven hun hoofd en 50 euro ‘leefgeld’ per week. De stad gaat helpen met een hernieuwde asielaanvraag, en als die kansloos is samen met ze „werken aan terugkeer” naar het land van herkomst.

Veel weerstand

Maar wat blijkt: in het linkse, tolerante Amsterdam is veel verzet tegen de illegalenopvang. Niet alleen in de Jordaan, ook bij voorlichtingsavonden in Amsterdam-Noord, De Pijp en Buitenveldert maken buurtbewoners luidruchtig hun ongenoegen kenbaar. In het keurige Buitenveldert, waar de gemeente een voormalige brandweerkazerne op het oog heeft, kijkt een actiecomité of er juridische stappen genomen kunnen worden, zo schrijft het in een brief aan bewoners.

NRC bezocht twee avonden, in De Pijp en in de Jordaan. De tegenstanders zijn er ontegenzeglijk in de meerderheid – en heel divers, van een hoogblonde onderneemster tot een keurig in pak gestoken jurist. Ze zijn niet tegen de opvang van illegalen, zeggen ze, alleen wel in hun wijk.

Hun bezwaren? Er zijn al genoeg problemen in de buurt, de wachttijd voor een sociale huurwoning is eindeloos, de huizenprijzen rijzen de pan uit. En nu gaat de gemeente haar schaarse vastgoed inzetten voor mensen zonder toekomstperspectief in Nederland?

Bed, Bad en Brood in vier bedrijven. Lees de column van Lamyae Aharouay

„Ik heb het even snel uitgerekend,” zegt een vrouw in de kantine van het Marnixbad. „Die mensen krijgen bij elkaar alleen al driehonderdduizend euro aan zakgeld per jaar. Waarom maken jullie daar geen woningen voor ouderen en jongeren voor?”

Een man: „Dit plan is een belediging voor iedereen die vijftien jaar moet wachten op een huurwoning.”

„Het gaat niet om woningen, maar om opvang,” zegt Groot Wassink.

„Het is tóch een dak boven je hoofd.”

Humaan

Groot Wassink snapt de zorgen, maar hij wil „humaan” zijn. „Als stad moeten we ook voor de meest kwetsbare mensen zorgen.” Bovendien blijken veel uitgeprocedeerden later alsnog recht te hebben op een verblijfsvergunning. „Deze mensen verdienen een oplossing.”

De bewoners hebben geen boodschap aan Groot Wassinks idealisme. Ze vrezen asociaal gedrag en criminaliteit. Van de illegalen die in aanmerking komen voor de opvang is 85 procent man en alleenstaand. In De Pijp zegt een vrouw te vrezen voor „mensen met messen, die een trauma hebben uit de oorlog”. De wethouder: „Het risico met deze mensen is minimaal.”

Lees ook over de noodopvang in Utrecht: Een flatje en voor elke twee weken 110 euro leefgeld

Op beide avonden heeft Groot Wassink het moeilijk. Hij verwijst veel naar Den Haag („in asielzaken hebben we als Amsterdam echt nul bevoegdheden”) en heeft weinig details paraat („ik ben geen technisch specialist”).

Als een bewoner uit De Pijp hem vraagt of hij het beoogde pand eigenlijk wel van binnen heeft gezien, antwoordt Groot Wassink: „Ik ben een keertje langs alle locaties gefietst.”

Gelach. „Ha, hij is er lángs gefietst.”

In het Marnixbad neemt een handjevol buurtbewoners het op voor de ongedocumenteerden. „Op straat leven is echt fucking zwaar”, zegt een vrouw. „We moeten niet doen alsof het alleen maar slechte mensen zijn.”

„Je komt zeker niet uit de buurt!”

„Stuur ze weg!”

Moeizame tournee

Groot Wassinks moeizame tournee is nog niet ten einde. De gemeente heeft nu zeven locaties op het oog, maar er zullen nog meer panden gevonden moeten worden. Eind april of begin mei wil het college een besluit nemen over de eerste opvangplekken. „Het is een verkenning, er is nog niets besloten”, zegt de wethouder tegen zijn gehoor.

Op straat voor het Marnixbad komt het na afloop tot een opstootje. Een voorstander zegt dat hij zich geïntimideerd voelt door een groepje tegenstanders, die voor zijn fiets zijn gaan staan. „Je bent een schijtluis”, zegt een vrouw uit het groepje. „Ik zou pas bang zijn als er straks 48 boomnegers in je nek zitten.”