Recensie

Recensie Beeldende kunst

Eric Van Hove toont de kunstzinnige kant van motorblok en veldhakselaar

Tentoonstelling In het Fries Museum laat kunstenaar Eric Van Hove zien hoe hij met zijn artistiek ambachtelijke werk de band tussen mens en machine herstelt.

Eric Van Hoves motorblok D9T (Racheles Tribute), 2015, collectie Fries Museum. Aangekocht met steun van het Mondriaan Fonds, de BankGiro Loterij en de Vrienden van het Fries Museum.
Eric Van Hoves motorblok D9T (Racheles Tribute), 2015, collectie Fries Museum. Aangekocht met steun van het Mondriaan Fonds, de BankGiro Loterij en de Vrienden van het Fries Museum. Foto Lieven Geuns. Courtesy Eric Van Hove / Copperfield Gallery.
    • Hans den Hartog Jager

Natuurlijk lijken machines en sculpturen op elkaar, vraag maar aan Jean Tinguely of Zoro Feigl. Het belangrijkste verschil tussen beiden was altijd dat een sculptuurmachine geen nut mocht hebben – l’art pour l’art, u weet wel, het verschil tussen kunst en design, ga zo maar door. Dat dus nu, in een tijd dat de betekenis van een kunstwerk steeds vaker wordt afgemeten aan het maatschappelijk belang, het Fries Museum de tentoonstelling Fenduq organiseert van Eric Van Hove die dit verschil vol enthousiasme overbrugt, wekt dus weinig verbazing.

Werkplaats in Marrakesh

De manier waarop hij dat doet is ook mooi: Van Hove heeft in Marrakesh, Marokko, een grote werkplaats ingericht, waar hij, met hulp van een groep vaardige ambachtslieden, motorblokken, voertuigen en machines vervaardigt, volledig met de hand. Niks industrialisatie, wil Van Hove zeggen, weg met het idee dat machines niets meer met ons dagelijks leven te maken hebben. In Van Hove’s werkplaats wordt dan ook elk machineonderdeel, van schroef tot huls en van koppeling en zuiger met de hand vervaardigd. Zo herstelt Van Hove de band tussen mens en machine, laat hij zien hoezeer ze van elkaar afhankelijk zijn en wat ze voor elkaar kunnen betekenen.

De motorblokken en machines die nu in het Fries Museum worden getoond, houden inderdaad het perfecte midden tussen sculptuur en machine. En Van Hove gebruikt nadrukkelijk beide kanten. In de films en de verhalen die bij de werken worden getoond, gaat het vooral over bruikbaarheid en de manier waarop je een specifiek product in de samenleving kunt laten wortelen. Zo worden er verschillende exemplaren van de Mahjouba getoond: een simpele elektrische bromfiets die het probleem van geluids- en milieuoverlast dat door bromfietsen in Marokko wordt veroorzaakt, moet helpen verminderen – Van Hove is er al in geslaagd een exemplaar te ontwikkelen waarvoor alle materialen uit een straal van één kilometer rond zijn werkplaats komen. Vanuit die go local-filosofie ontwierp hij ook een nieuw type veldhakselaar, een in Friesland populaire landbouwmachine, waarvan de onderdelen tijdens de tentoonstelling worden vervaardigd door ambachtslieden van over de hele wereld en die tijdens de tentoonstelling langzaam in elkaar wordt gezet.

Uitbundig vakmanschap

Tegelijk benadrukt Van Hove de schoonheid en de kracht van het ambacht door op de expositie motorblokken te tonen die nasdrukkelijk hun sculpturale en esthetische kracht etaleren. Deze motorblokken, soms geëxposeerd op de kist waarin ze worden vervoerd, zijn staaltjes van uitbundig vakmanschap – door het gebruik van, onder andere parelmoer, verschillende soorten hout en koper glanzen en glimmen ze je tegemoet en word je er als toeschouwer krachtig van doordrongen hoeveel vakmanschap er in deze machines zit verwerkt. Daar zit ook een verborgen boodschap achter: doordat de vorm van de motorblokken niet wordt bepaald door autonome expressie, zoals bij ‘normale’ kunst, maar door de functie van elk onderdeel, wil Van Hove ongetwijfeld tonen dat maatschappelijk engagement ook esthetisch mooie kunst kan opleveren. Dat is een mooi streven, maar er zit wel een dikke adder onder het gras: Van Hove’s esthetiek staat namelijk wel héél ver af van de conceptuele esthetiek die in de westerse kunst meestal de norm is. Daar is een reden voor: kunstenaars laten met die esthetiek zien dat ze de maatschappij, het systeem niet willen behagen, en benadrukken zo hun zelfstandigheid. Van Hove’s motorblokken, daarentegen, keren zich weer af van die autonome esthetiek, en sluiten juist onwillekeurig aan bij producten die de mondiale consumptiemaatschappij juist vieren, variërend van weelderig gepimpte auto’s tot de nadruk op precisie en ambachtelijkheid waarmee een modehuis als Hermes goede sier maakt. Dat is nogal verwarrend: wil Van Hove dingen nu juist ánders doen, of glipt hij alsnog via een achterdeur de PC Hooftstraat binnen? Bijt hij zichzelf expres in de staart? Ik kwam er niet uit, maar die botsing van culturen en bedoelingen maakt Fenduq wél tot een fascinerende expositie.