Scheepswrak uit 16de eeuw ontdekt bij speurtocht naar containers

Maritieme archeologie Op zoek naar verloren containers vonden bergers bij Terschelling de resten van een zestiende-eeuws schip. „Echt prachtig!”

Presentatie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: links het scheepshout, midden het koper met de typerende Fugger-drietand en rechts de koperplaten met minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur).
Presentatie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: links het scheepshout, midden het koper met de typerende Fugger-drietand en rechts de koperplaten met minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur). Foto’s Koen van Weel/ANP

De bergers zochten containers die bij de januari-storm van het enorme containerschip MSC Zoe waren geslagen. Maar een paar keer grijpen in 20 meter diep zeewater, ten noorden van Terschelling, leverde eind februari drie planken van de buitenkant van een schip op, twaalf spanten én 4.700 kilo koper in dunne ronde en vierkante platen. Dat kwam echt niet uit een container. De Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed liet onderzoek doen. Woensdag werden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd: hier was rond 1540 een schip uit Noord-Nederland gezonken, met een lading koper mogelijk deels bedoeld voor muntslag. De jaarringen in het scheepshout gaven aan dat het in het najaar van 1536 was gekapt. De kopersamenstelling komt overeen met de oudste Nederlandse kopermuntjes die rond die tijd werden ingevoerd, voor het eerst sinds de Romeinse tijd.

Archeoloog Martijn Manders van de Rijksdienst kan zijn enthousiasme niet bedwingen als hij telefonisch een toelichting geeft. „Dit is een schip precies uit een draaipunt van de Nederlandse economische geschiedenis. Echt prachtig! Dit is de aanloop naar de Gouden Eeuw, als de economie echt gaat groeien, de schepen groter worden en er óók steeds meer kopergeld wordt gebruikt. Alles in één vondst!”

Het koper met de typerende Fugger-drietand Foto Koen van Weel/ANP

Op grond van de spanten wordt de scheepsomvang geschat op 25 à 30 bij 7 meter. Manders: „Ik denk dat het een kraak is, maar we zullen zien.” In de zomer gaat de dienst ter plekke kijken en graven. Manders heeft goede hoop. „Het hout is heel gaaf, waardoor je weet: dit heeft al die tijd onder het zand gelegen. Anders was het allang opgegeten door de paalworm. Hopelijk vinden we ook persoonlijke spullen en natuurlijk de rest van de lading.” Manders schat dat het schip zo’n 100 ton lading kon vervoeren. „Misschien 20 ton koper in totaal, en wat dan verder?”

Enorm rijke familie

De herkomst van het koper is bekend. De ingeslagen drietand is het onmiskenbare teken van de Duitse bankiers- en handelsfamilie Fugger, die in deze tijd zo ongeveer het monopolie bezat op de Europese kopermijnen. De Fuggers waren enorm rijk en voerden het bewind over een ware multinational. Tien jaar geleden werd voor de kust van Namibië een rond 1533 gezonken Portugees schip gevonden met 20 ton Fugger-koper aan boord, in de vorm van halve bollen, bestemd voor India.

Manders: „Die Fuggers concurreerden weer met de Hanze-steden. En hier zie je dat ze dus in zee gaan met de Hollanders die ook met de Hanze concurreerden.”

Het scheepshout. Foto Koen van Weel/ANP

Al met die paar stukken hout is duidelijk dat het schip waarschijnlijk in Noord-Holland is gebouwd, legt Manders uit: „In de Middeleeuwen werden schepen overnaads gebouwd, met de planken als dakpannen een stukje over elkaar. Maar als je echt grotere schepen gaat bouwen, gaan die planken onafhankelijk van elkaar werken en wijken, met alle gevolgen van dien. Dan kan je beter karveelbouw toepassen, met de planken glad op elkaar. Dat bespaart ook veel hout. In Noord-Holland werd dat op een aparte manier gedaan, met eerst klampen op de buitenkant die later weer werden verwijderd, als de ribben erin kwamen. Elders begonnen ze altijd met de ribben. Maar in deze tijd herken je de Hollandse karveeltechniek aan de dichtgemaakte gaatjes aan de buitenkant.”