Opinie

    • Lotfi el Hamidi

De suikerklontjes van Johan Maurits

Een schilderij van een mollig meisje bij een kinderstoel, geschilderd door Govert Flinck in 1640. Het naamloze meisje draagt opvallende gouden sieraden, een sterke aanwijzing dat ze uit een gefortuneerd nest komt. Een ander detail dat enige rijkdom verraadt valt veel minder op: het suikerbrokje op de kinderstoel. Suiker was in de zeventiende eeuw nog een luxeproduct, lang voordat het de gebitjes van hele generaties kinderen in Europa zou verrotten.

Op het oog zou je er verder niet veel bij denken, maar de suikerklont heeft ook een schaduwkant. De suiker kwam hoogstwaarschijnlijk uit Brazilië, waar de Republiek onder leiding van gouverneur Johan Maurits de lucratieve suikerplantages exploiteerde – op de bezwete en gebroken ruggen van tot slaaf gemaakte Afrikanen.

Het schilderij is onderdeel van de nieuwe tentoonstelling Bewogen beeld – Op zoek naar Johan Maurits, vanaf morgen te bezoeken in het Mauritshuis. De expositie is volgens de conservator een „startpunt” in de zoektocht naar het complete levensverhaal van de naamgever van het museum, en dan met name zijn rol in de koloniale geschiedenis van Nederland en de trans-Atlantische slavenhandel.

Een kleine voorgeschiedenis: begin 2018 ontstond ophef over de verwijdering van de buste van Maurits uit de foyer. De aanleiding, zo gaf de persvoorlichter van het museum toen aan, was „de groeiende maatschappelijke discussie” over het Nederlandse slavernijverleden en de rol die Maurits hierin speelde. Tegenstanders zagen het al gauw als het wissen van een stukje nationale verleden. Zo vond Tweede Kamerlid Antoinette Laan-Geselschap (VVD) dat daarmee de eigen geschiedenis werd „weggeschreven”.

De ophef duurde nog geen week, maar het Mauritshuis trok zich de discussie aan en nam het initiatief om het onderwerp uit te diepen. Dat heeft het museum voortvarend gedaan. Een bescheiden doch indrukwekkende tentoonstelling met schilderijen uit de tijd van Maurits, waarin vaak een link te vinden is met West-Afrika of Nederlands-Brazilië. De bezoeker krijgt bij de kunstwerken geen stukje uitleg van een conservator te lezen, maar ruim veertig bijdragen van een divers gezelschap historici, docenten en conservatoren. De vele perspectieven vormen puzzelstukjes die de geschiedenis completer maken. Er wordt helemaal niets „weggeschreven”, slechts aangevuld.

„Men gelooft niet meer in ons verleden”, oreerde een zekere politicus onlangs na zijn verkiezingsoverwinning. Hij had het verder over „een beschaving die alle uithoeken van de wereld bestreek, die vol zelfvertrouwen was”, en meent dat „we ondermijnd [worden] door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen”. Het Mauritshuis had op geen beter moment met de tentoonstelling kunnen komen.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.