Opinie

    • Arnold Heumakers

De romantische reactie is terug van nooit weggeweest

De conservatieve ideeën van Thierry Baudet druisen in tegen verlichtingswaarden die lang dominant waren. Deze tegenstelling is bepalend voor onze moderne cultuur, schrijft .

Landschap met ruïne, Christiaan Josi, naar Roelant Roghman, 1821
Landschap met ruïne, Christiaan Josi, naar Roelant Roghman, 1821 Foto Rijksmuseum

Een politicus die naar Hegel verwijst, een dichter aanhaalt, met ultra-rechts lijkt te flirten, de Europese beschaving de hemel in prijst en in brokstukken uiteen ziet vallen, en die de wereld van onderwijs, kunst en bestuur op dreigende toon de maat neemt – gekker moet het niet worden, om een geliefd gezegde van Thierry Baudets naaste concurrent Geert Wilders te citeren. Pompeus, bombastisch en bedenkelijk waren nog de vriendelijkste kwalificaties voor de overwinningsspeech van de FvD-leider op 20 maart jongstleden. En wat wil hij nu echt, waar zijn de concrete programmapunten, vroeg menigeen zich af. Politiek is toch allereerst een kwestie van daden, niet van – bijna per definitie vage – ideeën. Bij Baudet is dat duidelijk anders. Voor hem is politiek onmiskenbaar iets wat ook een ideële, intellectuele, ja esthetische dimensie bezit. Dat zijn we in Nederland niet gewend.

In veel commentaren werd vlijtig gespeurd naar verdachte bronnen en overeenkomsten. Oswald Spengler, Carl Schmitt, Gabriele d’Annunzio en Maurice Barrès zag ik al voorbijkomen, naast uiteraard de meer generieke typering ‘fascisme’. In een interessant interview met het Zwitserse blad Die Weltwoche maakt Baudet zich er vrolijk over. Hij vergelijkt een en ander met de scholastiek, de middeleeuwse vorm van theologie die tegenwoordig – voornamelijk ten onrechte – wordt gelijkgesteld aan malle haarkloverij. (Hoeveel engelen passen er op een speldenknop? Baudet komt zelf met dit karikaturale voorbeeld.) Doel ervan zou zijn de eigen politieke correctheid te bewijzen door hem, Baudet, verdacht te maken. Want de genoemde denkers zijn stuk voor stuk ‘fout’: ze behoren tot de geestelijke wegbereiders van Mussolini en Hitler. Dat belooft niet veel goeds!

Lees ook: ‘Verboden’ ideeën trekken hem aan

Stilzwijgend wordt zo een onderdeel van de historische verklaring van het fascisme getransformeerd tot een voorspelling: ooit hebben ideeën als die van Spengler c.s. de geesten mede rijp gemaakt voor de dictatuur van Mussolini en Hitler, dus zoiets gaat nu vast weer gebeuren. Een begrijpelijke maar gebrekkige redenering. Met de unieke en doorslaggevender factoren ter verklaring, zoals de Eerste Wereldoorlog of de crisis van 1929, wordt dan onvoldoende rekening gehouden.

Dat neemt niet weg dat juist bij een politicus voor wie ideeën ertoe doen, het zin heeft om naar zijn ideële bronnen te kijken. Baudet nodigt daar zelf toe uit.

Verzet tegen de Franse Revolutie

Zie bijvoorbeeld het weidse perspectief dat hij schetst in het genoemde interview. Baudet zegt te streven naar een Europese ‘renaissance’ en zich te richten tegen het gedachtegoed dat domineert sinds de Franse Revolutie, dus tegen vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het klinkt krankzinnig ambitieus, zo niet onmogelijk, maar nieuw of origineel is het allerminst. Het verzet tegen de Franse Revolutie en haar consequenties past in een lange respectabele traditie van conservatief denken.

Conservatieven zijn in zekere zin de spijtoptanten van de geschiedenis. Zij weigeren zich neer te leggen bij sommige van haar voldongen feiten en tekenen protest aan. Dat lijkt zinloos, maar alleen op voorwaarde dat je heilig gelooft in een even onwrikbare als automatische Vooruitgang. Zo niet, dan kan het wel degelijk zin hebben om tegenwicht te bieden, bij te sturen, af te remmen en zand te strooien in de anders ongehinderd voortdenderende machinerie. Of om een als ‘renaissance’ gepresenteerde conservatieve revolutie te beginnen.

De conservatieve tegenstem, in allerlei varianten, heeft dan ook nooit ontbroken. We kunnen het zelfs nog wat breder trekken: vanaf het allereerste moment dat de moderniteit zich aandiende, in de vorm van de achttiende-eeuwse Verlichting, heeft er een fundamentele tegenstem geklonken. Eerst bij monde van adel en geestelijkheid, maar al gauw ook bij monde van kritische denkers afkomstig uit de Verlichting zelf. De Franse filosoof Rousseau was medewerker van de Encyclopédie, een van de belangrijkste Verlichtingsprojecten, toen hij bedacht dat de bloei van kunsten en wetenschappen geen morele vooruitgang maar verval met zich meebracht. De Verlichting heeft haar eigen contrabeweging voortgebracht, een gevolg van de zelfkritiek van de Rede, aan het eind van de achttiende eeuw uitmondend in de Romantiek. Sindsdien staan er twee denkrichtingen tegenover elkaar, een verlichte en een romantische, die in onderlinge onenigheid het geheel van de moderniteit bepalen.

Verdeeldheid in onze cultuur

Dat maakt de moderne cultuur, waarin we ons nog steeds bevinden, tot een wezenlijk verdeelde cultuur. Tegenover de cultus van Vooruitgang, wetenschap en techniek, vrijheid, gelijkheid en broederschap staat altijd een kritiek die de schaduwzijden belicht, die wijst op de nadelen van materialisme, nihilisme, industrialisatie, bureaucratisering, individualisme, egalitarisme. En die terugverlangt naar het verdwenen verleden. Het zou alleen een vergissing zijn te denken dat deze verdeeldheid zich ook altijd manifesteert in duidelijk afgebakende antagonistische kampen. Integendeel, verlichte en romantische kanten zijn bij iedereen aan te treffen. De scheidslijn die de verdeeldheid markeert loopt dwars door ons zelf. Dat zie je ook bij Baudet, die een door hem en Michiel Visser samengestelde essaybundel nota bene Conservatieve vooruitgang heeft genoemd en die vervuld van nostalgie naar de negentiende eeuw zo goed overweg kan met de eenentwintigste-eeuwse sociale media.

Lees ook deze column (2012) van Thierry Baudet: Vaarwel voor Jérôme Heldring

Alleen in de politiek, die de werkelijkheid altijd net iets grover en simpeler voorstelt, kan deze verdeeldheid ook de vorm aannemen van een klare oppositie. Als een tijdlang de ene kant heeft gedomineerd, zoals in Nederland na 1945 (en zeker na de jaren zestig) de verlichte kant, kan het inderdaad aanvoelen als een „mokerslag” wanneer de andere kant zich weer prominent meldt. Maar de eerst bij Fortuyn, daarna bij Wilders en nu pas goed bij Baudet zichtbaar geworden oppositie beantwoordt aan een verdeeldheid die onder het oppervlak altijd al aanwezig was.

De duurzame aanwezigheid van een verlichte en een romantische denkrichting biedt helaas geen enkele garantie dat het niet mis zal gaan. En dat het op een verschrikkelijke manier mis kan gaan, zowel aan de verlichte als aan de romantische kant, heeft de twintigste eeuw laten zien. Gelukkig herhaalt de geschiedenis zich nooit op dezelfde manier. Dus de garantie dat het wél mis zal gaan, ontbreekt eveneens. De schijn van verlichte eenvormigheid is voorlopig uit Nederland verdwenen en de geschiedenis heeft ons weer eens herinnerd aan wat zij ten diepste is: geen verval of vooruitgang, maar permanente, grotendeels onvoorspelbare verandering.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.