Stefano Keizers bleef na afloop van zijn voorstelling 'Erg Heel' als dood op het podium liggen, waarna het publiek zich met hem vermaakte.

Foto Merlin Daleman

De mishandeling van Stefano Keizers: ‘Ik wek een vorm van dierlijk sadisme op’

Interview In Erg Heel speelde Stefano Keizers dat hij dood neerviel. Elke avond namen bezoekers de vrijheid om met hem te doen wat ze wilden. Ze sneden, betastten en bedreigden hem. „Ik dacht: dit is het, nu ga ik dood.”

Aan het einde van zijn voorstelling Erg Heel valt Stefano Keizers plots dood neer. Midden in een scène waarvoor hij een handvol toeschouwers heeft gevraagd het podium op te komen. Als hij niet opstaat, ook niet na enkele minuten, reageert het publiek onwennig. Is het afgelopen? Er volgt een halfslachtig applaus en dan schuifelt men richting uitgang. Maar niet iedereen.

Zijn onbeweeglijkheid daagt toeschouwers uit. Bij een voorstelling in Zaandam, april 2018, gaan verschillende bezoekers met het ‘lijk’ op de foto. Ze poseren liggend en zittend naast hem. Anderen zien het als een wedstrijd om hem wakker te krijgen. Een ouder echtpaar wrikt zijn horloge van zijn pols om te zien of hij reageert. Twee jonge vrouwen suggereren hem te kussen om te zien of hij verandert in een kikker. Hun vader kust hem. Pas na een half uur, als ook de laatste nieuwsgierige toeschouwer is vertrokken, zegt de technicus dat het klaar is. Stefano Keizers staat op en rekt zijn pijnlijke nek.

Sadisme

Een paar weken later vertelt Stefano Keizers (pseudoniem voor Gover Meit, 31 jaar) in een koffietentje in Amsterdam-Zuid bij een ijscappuccino dat zijn onorthodoxe einde veel bizarre reacties uitlokt. Hij is geknepen, betast, tot bloedens toe gesneden, bedreigd en rondgereden op een kar. Zijn doodliggen maakt het slechtste in de mens los, zegt hij. „Ik wek een vorm van dierlijk sadisme op.”

Het einde is te verrassend om te verklappen, dus wachten we met dit artikel tot na de reprisetournee, die afgelopen weekend werd afgesloten. Ook de meeste recensies verzwegen het slot. In Hoofddorp, afgelopen februari, maken bezoekers na afloop weer selfies met hem. Er is ook een man die een eerder uitgedeelde supersoaker in zijn gezicht leegschiet. Inmiddels heeft zijn absurdistische stijl door tv-optredens aan bekendheid gewonnen, maar de reacties op zijn onverbiddelijke doodliggen zijn nauwelijks veranderd, vertelt Keizers bij een tweede ontmoeting.

Stefano Keizers tijdens zijn voorstelling ‘Erg Heel’.
Foto Merlin Daleman
Stefano Keizers tijdens zijn voorstelling ‘Erg Heel’.
Foto Merlin Daleman

Het abrupte slot is in lijn met het experimentele en interactieve karakter van Erg Heel, één van de meest opwindende en onconventionele cabaretvoorstellingen van de afgelopen jaren. Met elke act ondermijnt Keizers de verwachtingen van het publiek over wat een cabaretier betaamt te doen. Het begint er mee dat hij vanuit de coulissen de huisregels omroept. Het is te allen tijde toegestaan om foto’s en filmpjes te maken. Ook vraagt hij om hulp om op het podium te kunnen komen. Als bezoekers zich laten overhalen, blijkt hij in een dwangbuis op een steekkar te liggen. Eenmaal rechtop gezet lepelt hij monotoon en kurkdroog zijn biografie op, in een persiflage op de intimiteit en authenticiteit in cabaret.

“Zodra ik ben neergevallen, ben ik geen aanwezig mens meer. Ik ben een pop”

Tot de ontregelende effecten behoort verder dat hij in zichzelf gekeerd een dansje doet met zijn koptelefoon op en dat hij de pauze vult met het kwelen van liedjes. Hoogtepunt is wanneer hij verkondigt het publiek wegwijs te willen maken in de wondere wereld van de kunst, waar schoonheid ligt in het onverwachte. Waarna hij over stoelen en mensen de zaal inklimt en dreigt een man een klap voor zijn harses te geven. Vervolgens zet hij een video op met een fragment uit een show van Youp van ’t Hek met precies die actie en tekst. Dat hij een einde met applaus versmaadt, is de kroon op deze subversieve show.

Rekende je op intimiderende reacties?

„Nee. Het is ongelooflijk hoe goed die slotscène werkt. Er leeft een verwachting die nog ingewilligd moet worden. De bezoekers hebben met eindeloos geduld de experimenten overleefd en beginnen er zin in te krijgen, nét als ik dood neerval. Daar doe ik aan onthouding, waardoor die mensen in die geilheid blijven zitten.”

Coïtus interruptus?

„Ja. Wat ik nooit had verwacht, maar inmiddels accepteer, is dat ik, zodra ik neer ben gevallen, geen aanwezig mens meer ben. Ik ben een pop. Mensen praten over mij met het idee dat ik er niet meer ben. Dat is een softwarefout in ons die aan het licht komt. Zodra iemand zichzelf buitensluit van het gesprek of de situatie, dan besluiten we instinctief daar in mee te gaan.”

Foto Merlin Daleman

Dan is alles mogelijk?

„De mensen wanen zich onbespied. Het cabaret was niet wat ze verwachtten, het einde is onbevredigend: een trigger om gek te worden. Er zijn momenten dat ze met zijn allen kijken hoeveel pijn ze mij kunnen doen: kietelen, waterboarden, knijpen. Mensen dachten ook vaak dat ik acteurs had ingehuurd om dat allemaal met me te laten doen.”

Knijpen?

„De ergste keer was in Utrecht, in het Werftheater. De technicus, die een oogje in het zeil houdt, lette niet op. Er waren wat mensen een tijdje aan me aan het frummelen. Er bleef één man over, die begon te fluisteren tegen me: ‘Eens kijken hoe hoog je pijngrens is.’ Hij is met een scherp object, ik denk een sleutel, in mijn pols gaan snijden en schroeven. En met zijn nagels kerven. Minutenlang. Ik bloedde en had behoorlijke sneeën in mijn arm. Die zijn gaan ontsteken.”

“Weird was dat het in Brabant en Limburg geregeld uitliep op een soort wake of uitvaart”

Dat gaat toch te ver?

„Veel te ver. Dat waren griezelige momenten. Maar ik had besloten dat wat er ook gebeurde, ik niet wakker zou worden. Niet uit mijn rol vallen was heilig. Ik was wel pissig op mijn technicus, maar wie had dit verwacht? Er waren vaker mannen die de behoefte hadden om me te terroriseren of laten schrikken. Ze wilden niet dat ik het spelletje won. Er werd ook wel in mijn oor gefluisterd: ‘Ik ga je nu keihard in je reet neuken’.”

Op vreemde plekken geknepen?

„Ik ben een paar keer in mijn kruis gegrepen. Veel vaker nog werden mijn billen gemasseerd, vooral door vrouwen. Zo’n vrouw die het ervan neemt en vijf minuten lang mijn reet kneedt. Er was ook een man die me ging reanimeren. Met mond-op-mondbeademing, kwijlend in mijn mond. En met zijn volle gewicht op mijn ribben drukkend, tot ik dacht dat ik zou ploffen. Ik dacht: dit is het, nu ga ik dood.”

En waterboarden?

„In Huizen ben ik een kwartier lang gewaterboard. Doodeng. Kannen vol water werden over mijn gezicht gekieperd. En toen het water op was, hebben ze de waterpistolen uit de act ervoor gevuld met wasverzachter en in mijn gezicht gespoten. Dat ging verschrikkelijk jeuken en schuimen. Het zijn vaak groepjes dertigers of veertigers die elkaar opjutten en vergeten dat er een mens ligt.

„Er is ook vaak eten over me heen gegooid. En modder of zand, als er een plant in de buurt stond. In de tas met cadeautjes die ik bij me had, zat een keer hondenpindakaas, een soort moes van hondenvoer. Een man smeerde dat in mijn mond en neus. Verschrikkelijk.”

Waren er ook vriendelijke reacties?

„Er waren ook ontzettend lieve mensen. Ik ben opgemaakt als een popje, kreeg gekke hoedjes op. Jongeren bleven bij me om te beschermen. Weird was dat het in Brabant en Limburg geregeld uitliep op een soort wake of uitvaart, waarbij ik lag opgebaard en iedereen in een stoet langs me liep. Dan raakten ze nog even mijn voet aan of werden er bloemen op mijn borst gelegd.”

Foto Merlin Daleman

Hoe lang bleef je liggen?

„Gemiddeld een minuut of twintig. Eén keer, door een baldadige bui van de technicus, hebben we vijftig minuten geklokt. Na dertig minuten komen de demonen op, en dan gaat het liggen echt pijn doen. In elke houding is lang stilliggen oncomfortabel.”

Werd je verplaatst?

„Zeker. In Rotterdam ben ik op de steekwagen naar een kroeg meegenomen. Er was een deur direct naar buiten. Andere keren ben ik de foyer ingereden. Ik werd ook aan mijn armen over het podium gesleept. Niks was te dol. In Breda viel ik in handen van de lokale toneelvereniging, die door het hele theater heen een vierakter met me hebben opgevoerd, een ziekenhuissoap, inclusief over me heen vallende, wenende vrouwen.

„Ik kreeg blauwe plekken van mensen die me goedbedoeld op wilden tillen, maar me verkeerd beethielden. In de reprise werd ik vaak in de ‘stabiele zijligging’ gelegd, waarbij vaak bijna mijn arm uit de kom werd gerukt.”

Was dit het waard?

„Het is theatermagie in volle glorie. Er was niks erger dan dat het iemand lukte om, nadat ik al was opgestaan, de deur van de theaterzaal open te krijgen om te kijken. Dat is alsof je in Disneyland bent en je Mickey Mouse zijn hoofd ziet afdoen. Niemand zag me nog na afloop. Ik ging nooit de foyer in.

„De mishandeling in Utrecht en het rijden naar de kroeg overschreden grenzen, maar ik ben trots op de scène. Het was spannend, misschien onverantwoord, maar ik genoot er altijd van. Bij het optillen door de lucht zweven met mijn ogen dicht was fantastisch, een soort crowdsurfen.”

Hoe ben je tot deze voorstelling gekomen?

„Rond mijn 28ste begon ik er steeds meer in te geloven dat mijn manier van maken zelfdestructief was. Ik was acht jaar eerder afgestudeerd aan de kunstacademie, maar zodra iets concreter of serieuzer werd, schoot ik het af. Ik was veel te veel bezig met ontdekt willen worden en met snode plannetjes over het veroveren van de wereld. Ik werd bang dat dat een patroon in mijn leven zou blijven, waarbij ik uit masochisme of onzekerheid nooit zou doorzetten. Maar op het moment dat ik concludeerde dat ik misschien minder kon dan ik mezelf had ingebeeld, dat ik megalomaan was of gewoon een idioot, ben ik veel leukere dingen gaan maken. Het gevoel dat het me niet meer ging lukken, gaf me een enorme vrijheid. Ik dacht: dan kan ik net zo goed deze grensoverschrijdende scènes spelen.”

Lees over hoe hij bekend werd als kandidaat van tv-spelletje De Slimste Mens: ‘Stefano Keizers kan meer dan ikzelf’

Waar leidde dat toe?

„Met deze voorstelling wilde ik iets echts maken, iets dat ik echt voelde, niet iets afgewerkt of doodgerepeteerd. Ik doe liever een dansje waarbij ik compleet voor lul sta dan een ingestudeerde choreografie die grappig bedoeld is maar qua motoriek net niet bij me past. De strijd was om desondanks uit te stralen dat de voorstelling een professioneel product is.

„Ik zie mezelf als een vakman in het vormtechnisch, conceptueel nadenken, niet als vakman op het gebied van humor of podiumpresentatie. Ik wil een persoonlijk verhaal vertellen, door het publiek te laten zien wat ik zie. Dat vond ik een interessant principe: de worsteling bij het maken van een voorstelling teruggeven aan het publiek. Zo van: bedenken jullie het dan maar.”

Was dat het idee achter de slotscène?

„Ik dring het publiek het gevoel op dat ze er alleen voor staan. Het einde is daar een uitvergroting van.”

Het definitieve dwarsbomen van verwachtingen?

„De opdracht aan mezelf was ingewikkeld: iets grappigs maken dat ook vernieuwend is. Die twee dingen botsen vaak omdat humor vaak iets comfortabels heeft en aan verwachtingen tegemoet komt.”

Het fragment van Youp van ’t Hek laat zien hoe moeilijk vernieuwing is.

„De scène onderstreept dat het bijna onmogelijk is het publiek iets te geven wat ze niet kennen. Het mooie is dat hij in 1992 met dezelfde principes en met dezelfde zoektocht naar het onverwachte bezig is, terwijl ik bij een tegenovergestelde manier van theatermaken uitkom.”

Waar haal jij de grappen uit?

„Cabaret lijdt vaak aan voorpret. De lach hangt al in de lucht. Die verwachting wilde ik niet inlossen. Dat was een strijd met mijn regisseur, Jelle Kuiper, die eigenlijk meer dan ik een grappenmaker is. Hij bedenkt dingen die entertaining zijn. Maar overal waar ik grappig had kunnen zijn, heb ik de grap er na een aantal try-outs uitgeschreven om te kijken hoe ik zonder dat principe nog humor kon creëren.”

Je zocht een ongemak dat grappig werkt?

„Het gaat om de verwarring en het spelen met de verwachting. Acts zijn grappig als ze zo slecht gaan als ik zeg dat ze zijn. Mensen zitten opgesloten in een ruimte met een maniakale kunstenaar die extreem anti-humor-theater opvoert. Als je beseft dat je vastzit met allemaal arme zielen die ook niet wisten wat er zou gebeuren, dan wordt dat grappig.”

Werd er wel gelachen?

„Zeker. En iedere voorstelling kreeg er wel iemand de slappe lach. Het is geen anti-cabaret. Het is een art performance die het cabaret zo dicht mogelijk probeert te benaderen.

„Er zijn avonden waarop de zaal steeds meer een familie wordt. Daar zit iets moois en ontroerends in. Net als in het geploeter van een jonge man die misschien net iets te veel zijn eigen onvermogen etaleert. Dat breekbare heeft esthetische waarde. En die zoektocht is ook vermakelijk.

„Maar het spectrum van bezoekers is heel wijd. Aan het ene uiterste willen mensen dat je elke act radicaal oprekt tot veertig minuten, en aan de andere kant zijn er mensen die het niet aankunnen dat er niet elke minuut een grap wordt gemaakt, omdat ze waar voor hun geld willen. De verdeeldheid die dat oplevert, is misschien wel mijn geheime missie. Het gaat me erom dat de voorstelling discussie losmaakt.”

Ben je als performer geïnspireerd door kunstenaars die performers zijn, zoals Bas Jan Ader en Marina Abramovic?

„Dat is moeilijk te zeggen. Ik heb ontzettend veel gezien in elk medium en in elke discipline. Achteraf kun je misschien verbanden leggen. Ik ben veel meer geïnspireerd door Lou Reed dan door mensen die het theatervak uitoefenen. Dat zie je niet terug, maar hij was de eerste die me een trap onder mijn kont gaf. Door te zeggen: stel je niet aan, wees zo onverbiddelijk mogelijk. Dat zijn wijze lessen die ik met me meedraag.”

Foto Merlin Daleman

Wat voor discussie wil je oproepen?

„Dat de een zegt: ‘Dit is geen voorstelling, ik heb geen seconde gelachen. Ik heb me dood verveeld.’ En de ander: ‘Maar waar zie je nou zoiets? Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. Dat is toch hartstikke leuk.’ En dat ze aan elkaar moeten uitleggen waar voor hen nou de kwaliteit in zit.”

‘Waar voor je geld geven’ is ook een thema in de voorstelling.

„Ik moet het idee hebben dat het nuttig is wat ik doe. Wat lastig is, want cabaret is een egoïstisch product. Ergens vind ik het belachelijk dat ik mensen geld vraag om naar mijn geouwehoer te komen kijken. Ik ben een recalcitrant mens, maar dat schuldgevoel zit me dwars. Dus ik moet voor mezelf kunnen verklaren dat ik ze niet geef wat ze willen. Mijn antwoord is: ik geef ze een ervaring die ze niet zullen vergeten.”

Stefano Keizers speelt „extreme try-outs” van zijn tweede programma Sorry baby van 12 april t/m 25 mei. Inl: senf.nl In het tv-programma Van de week dat terugblikt op de actualiteit is Stefano Keizers samen met Pieter Derks teamcaptain. Zondags, vanaf 7 april, NPO3, 21.50 uur.

De technicus van Stefano Keizers, Chris Oelmeijer, filmde wat er gebeurde tijdens een aantal voorstellingen. Op onderstaande beelden is te zien hoe Keizers door iemand uit de zaal wordt gereanimeerd na een voorstelling in Den Bosch: