Opinie

    • Paul Scheffer

De late bekering van een digitale gangster

De schandalen rond Facebook stapelen zich snel op. Kort geleden kwam de onderneming weer in opspraak door een livestream van de terrorist in Christchurch. Die kon ongehinderd zeventien minuten lang zijn wandaden op het internet delen. Via Facebook Live zagen miljoenen de moord op meer dan vijftig onschuldige moskeegangers.

Het verbaast niet dat de roep om regulering blijft toenemen. Inmiddels lijkt Facebook-oprichter Mark Zuckerberg ook door te hebben dat zijn bedrijfsvoering niet deugt. Afgelopen zaterdag publiceerde hij een soort mea culpa in The Washington Post. Het platform blijkt niet bij machte om misbruik tegen te gaan, zo moet deze tovenaarsleerling eindelijk vaststellen.

De verantwoordelijkheid weegt zwaar: „Elke dag nemen we beslissingen over welke boodschappen schadelijk zijn, wat politieke propaganda is en hoe we cyberaanvallen kunnen voorkomen. Dat zijn allemaal belangrijke beslissingen om onze gemeenschap te beschermen.”

In zijn artikel vraagt hij om nieuwe regulering van de techbedrijven: „Wetgevers zeggen me vaak dat wij bij Facebook te veel macht hebben over welke boodschappen worden uitgedragen en eerlijk gezegd vind ik dat ook.” Deze bekering wordt door menigeen met wantrouwen bezien. Het zou een vlucht naar voren zijn, vooral bedoeld om zwaardere ingrepen, zoals gedwongen opsplitsing van het bedrijf, te voorkomen.

Die scepsis valt te begrijpen, want Zuckerbergs woorden en daden zijn voortdurend met elkaar in tegenspraak. Al jaren verdedigt hij een lossere omgang met internetprivacy. Tegelijk las ik dat Zuckerberg de huizen rondom zijn eigen huis heeft opgekocht om de privacy van zijn gezin te kunnen waarborgen. Deze anekdote vat de filosofie van het bedrijf mooi samen: het eist openheid van de consument en is zelf volledig gesloten. Dat is niet vol te houden.

Zo kwam het Britse parlement iets meer dan een maand geleden met een opmerkelijk rapport over de grote techbedrijven. Daarin valt onder meer te lezen: „Bedrijven als Facebook zouden zich niet moeten kunnen gedragen als digitale gangsters.” Het parlement beschuldigt Mark Zuckerberg van minachting voor de democratie – hij weigerde tot drie keer toe om zich te verantwoorden voor het Lagerhuis.

Die zinnen over de ‘digitale gangsters’ zijn de uitkomst van achttien maanden onderzoek naar het schandaal rond Cambridge Analytica, het bedrijf dat gegevens van miljoenen vrienden van Facebook gebruikte voor onder meer verkiezingscampagnes in het Verenigd Koninkrijk en Amerika. Dat omvangrijke lek in de bescherming van data veroorzaakte een golf van verontwaardiging.

De voorzitter van de onderzoekscommissie, Damian Collins, lichtte de voorstellen voor beter toezicht toe: „Het is tijd voor een radicale herziening van onze relatie met big-techbedrijven. Te lang hebben we ze laten leven in een wereld van zelfregulering en nalatigheid, en burgers zijn daarvan slachtoffer geworden.”

Daarbij gaat het niet alleen om het monopolie van bedrijven als Google en Facebook, die data over ons gedrag verzamelen en vermarkten. Er staat wel wat meer op het spel: deze bedrijven zijn in toenemende mate uit op gedragsverandering van de consument. Dat begint met het aankweken van een verslaving.

Sean Parker, de eerste bestuursvoorzitter van Facebook, blikte berouwvol terug op de methodes van het bedrijf: „We moeten je dus om de zoveel tijd een shotje dopamine geven, doordat iemand je foto of je post liket. Het is een feedbacklus van sociale goedkeuring. Het verandert letterlijk je verhouding tot de samenleving, tot elkaar. En God mag weten wat het met de hersenen van onze kinderen doet.”

Inderdaad, God mag weten hoe deze pogingen tot gedragsverandering uitwerken – ook op onze democratieën. De totalitaire kant van de informatietechnologie die zich aankondigde als bevrijding van de burger, wordt met de dag duidelijker. Dat vraagt om meer controle dan waar nu over wordt gesproken.

Achter de late bekering van Zuckerberg gaat het langzame einde van een wereldbeeld schuil. Er zijn nogal wat mensen die de globalisering – die zonder de informatietechnologie ondenkbaar is – als iets natuurlijks zien. De wereld wordt nu eenmaal steeds grenzelozer. Ook de scheidslijn tussen het publieke en het private lost langzaam op. Dat is de gang van de geschiedenis.

Maar er is niets vanzelfsprekend aan de ontgrenzing van de wereld. De steeds vrijere uitwisseling van goederen, kapitaal en informatie is de uitkomst van bewuste beslissingen. Iedereen moet toch inmiddels begrijpen dat het liberale wereldbeeld verongelukt: de globalisering is onleefbaar zonder regulering. Daarom is het mea culpa van deze digitale gangster een hoopvol teken.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.