NRC checkt: ‘De landbouw heeft Nederland door de crisis getrokken’

Dat beweerde boerenvoorman Marc Calon twee weken geleden.

Foto’s iStock

De aanleiding

Tegen Het Financieele Dagblad wond voorzitter Marc Calon van landbouwkoepel LTO Nederland zich onlangs op over de „blinde vlek voor wat er buiten de Randstad gebeurt” bij ’s lands elite. Oog voor de provincie is er nauwelijks in politiek Den Haag en naar de landbouw wordt maar mondjesmaat omgekeken. Volledig ten onrechte, vindt de boerenvoorman. „De landbouw heeft Nederland sinds 2008 door de crisis getrokken.”

Waar is het op gebaseerd?

De woordvoerder van Calon zegt dat de LTO-voorzitter zijn punt maakte in relatie tot de „zo toegejuichte” financiële sector die tijdens de crisis opeens níét de economische motor van Nederland bleek te zijn. „Het was de land- en tuinbouw die stabiel bleef produceren en exporteren.”

Hij verwijst naar verschillende economische indicatoren om de stelling van de boerenvoorzitter te onderbouwen. Tijdens de crisis bleef de werkgelegenheid in de landbouw op peil, was de terugval van export in vergelijking met andere sectoren zeer gering en bleef de toegevoegde waarde voor de economie stabiel.

En, klopt het?

Om te controleren of de landbouw Nederland door de crisis heeft getrokken, moet worden bepaald welke economische indicator daar het beste zicht op biedt. Met die vraag klopt NRC aan bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en het economisch onderzoeksbureau van de Rabobank. Alle drie stellen onafhankelijk van elkaar dat naar de ‘toegevoegde waarde per sector’ moet worden gekeken.

Hoogleraar economie Bart Los hanteert daarvoor de aan de RUG ontwikkelde ‘World Input-Output Database’, die is gebaseerd op CBS-cijfers over de nationale rekeningen (met toegevoegde waardes per sector) en nog enkele aanvullende variabelen. Daaruit komt naar voren dat de Nederlandse economie van 2008 op 2009 met zo’n 3 procent kromp en het jaar daarop ongeveer even groot bleef. In diezelfde jaren groeide de toegevoegde waarde van de landbouwsector, met respectievelijk zo’n 3 en 2 procent.

Dezelfde trend komt ook uit de ‘droge’ CBS-data over toegevoegde waardes naar voren.

De landbouw deed het dus veel beter dan de Nederlandse economie als gemiddeld. Dat wordt deels verklaard doordat consumenten in Nederland en in omringende landen tijdens de crisis relatief weinig op voedsel bezuinigden, vertelt Los.

Een kanttekening is echter op zijn plaats: er waren meer sectoren die bovengemiddeld presteerden. Voor Los springt de gezondheidszorg er bovenuit. „En die is meer dan vijf keer zo groot als de landbouwsector en heeft daardoor naar mijn idee een belangrijkere rol gespeeld.”

CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen maakt een vergelijkbaar argument en wijst op de omvang van de sector. „Het belang van de landbouw in het bruto binnenlands product is met nog geen 2 procent bescheiden. Dat is te klein om Nederland eigenhandig door de crisis te trekken.”

Conclusie

De landbouw deed het tijdens de crisis beter dan veel andere sectoren én presteerde ook veel beter dan de economie als gemiddeld. Maar omdat de landbouwsector relatief klein is, kan slechts worden gesteld dat ze een dempend effect had op de crisis, niet dat ze Nederland door de crisis heeft getrokken. Wij beoordelen de stelling daarom als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt