Stap voor stap weet China het vrije Hongkong te knevelen

Revolte in Hongkong 2014 De leiders van de Hongkongse protestbeweging tegen de Chinese inmenging wacht volgende week mogelijk een jarenlange celstraf. Benny Tai wil best een persoonlijk offer brengen voor de democratie.

In 2014 bezetten democratievoorvechters belangrijke straten in zakendistrict Central. Nu is het moeilijk om mensen de straat op te krijgen.
In 2014 bezetten democratievoorvechters belangrijke straten in zakendistrict Central. Nu is het moeilijk om mensen de straat op te krijgen. Foto Ed Jones/AFP

Benny Tai gaat voor in de lift naar de parkeergarage. „In mijn auto kan niemand ons storen”, zegt hij met een glimlach. De 54-jarige Tai is één van de initiatiefnemers van de pro-democratische Paraplu-revolte in Hongkong. Misschien moet hij daarom binnenkort naar de gevangenis: de rechter beslist daar komende dinsdag over. En Tai ziet ook voordelen van zo’n gevangenisstraf. „Dat kan de democratische beweging verenigen en een nieuw elan geven.”

We zitten in de auto omdat het café bezwaar had tegen een openbaar interview met een grote microfoon met de bekende activist Tai. Dat is nieuw: niemand in Hongkong legde journalisten vroeger een strobreed in de weg, ook niet als zij een tegenstander van de Chinese of Hongkongse overheid wilden spreken.

De serveerster heeft Tai waarschijnlijk herkend van de televisie. De hoogleraar rechten was één van de drie initiatiefnemers van Occupy Central with Love and Peace, een beweging die in 2014 opriep het zakendistrict Central in hartje Hongkong te bezetten. Dat was een protest tegen het plan de verkiezing voor een nieuwe hoogste leider van Hongkong voor te koken in het voordeel van Beijing. Tai en de zijnen riepen daarom op tot geweldloos verzet, en al snel sloten groepen scholieren en studenten zich bij hen aan.

Bekijk deze fotoserie van de paraplu-protesten in 2014, die hardhandig werden neergeslagen

De demonstraties beheersten in 2014 maanden het wereldnieuws, maar leidden uiteindelijk tot niets. „Na 79 dagen actievoeren waren we volledig uitgeput”, zegt Tai er nu over. „Daar zijn we nog niet overheen. De beweging zit behoorlijk in het slop. Het is heel moeilijk nu nog mensen de straat op te krijgen.”

Chan Kin-man, mede-oprichter van Occupy Central, kan op 9 april ook gevangenisstraf krijgen. Hij stelt in een apart gesprek dat het wel van groot belang is dat mensen in Hongkong blijven protesteren. „Hier kunnen we dat nog doen, in China is het veel moeilijker. Dan moeten wij toch juist van de kans gebruik maken die we nu nog hebben.”

‘China is bedreiging voor hele wereld’

Chan is verbaasd dat er internationaal zo weinig belangstelling is voor de toenemende vrijheidsbeperking in Hongkong. „Hier kun je zien hoe China mensen behandelt die onder de Chinese soevereiniteit vallen”, zegt hij. „Ik denk dat een ondemocratisch maar steeds machtiger China ook een grote bedreiging vormt voor de rest van de wereld. Hier gebeurt nu wat jullie later misschien ook te wachten staat.”

In Hongkong dachten ze lange tijd dat Beijing de kip met de gouden eieren niet zou slachten en Hongkong met rust zou laten. Hongkong zou dan de voordelen blijven plukken van een zeer open en ‘schoon’ economisch en financieel systeem. Dat systeem werd beschermd door een goed functionerende en internationaal vertrouwde rechterlijke macht.

Maar China is zich steeds openlijker met Hongkong gaan bemoeien. De regering in Beijing knaagt niet alleen aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en aan de persvrijheid. Er is ook steeds meer sprake van corruptie doordat de meer duistere Chinese financiële praktijken nu ook in Hongkong worden getolereerd. Controlerende instanties durven er uit angst voor Beijing vaak niet meer tegen op te treden.

Hier gebeurt nu wat jullie later misschien te wachten staat

Chan Kin-man, mede-oprichter van de Paraplu-revolte

Deze woensdag is een wet gepresenteerd die het mogelijk moet maken Hongkongers uit te leveren voor berechting in China. De angst is dat de wet niet alleen gebruikt zal worden om criminelen uit te leveren, maar ook dissidenten. Tegen die wet werd dit weekend openlijk gedemonstreerd. „Zo’n wet zou voor mij het moment zijn om te stoppen met mijn burgerlijke ongehoorzaamheid in Hongkong”, zegt Tai. „Ik heb nog wel vertrouwen in de onafhankelijkheid van rechters hier, maar niet in die van China.”

Tai wordt beschuldigd van vergrijpen die bij elkaar een nogal orwelliaanse indruk maken: het samenspannen om openbare overlast te veroorzaken, het aanzetten tot het veroorzaken van openbare overlast, en het aanzetten van anderen om anderen aan te zetten tot het veroorzaken van openbare overlast. Het klinkt niet meteen als een indrukwekkende lijst van vergrijpen, maar bij elkaar staat er toch een maximale gevangenisstraf van 21 jaar op.

Tai hoopt dat hij wel iets van een gevangenisstraf krijgt. „Ik denk dat het de jongeren in de democratische beweging zal geruststellen”, zegt hij. Jonge democraten zijn al wel tot gevangenisstraffen veroordeeld. Als Tai en de zijnen ook veroordeeld worden, laat dat volgens Tai zien dat ook zij bereid zijn een persoonlijk offer te brengen voor de democratie.

De repressie neemt toe

Uit de politieke realiteit is op het moment weinig hoop te halen. Vrijwel niemand in Hongkong verwacht dat het tij kan keren in Hongkong zolang president Xi Jinping in China in het zadel zit. En die kan nog heel lang aan de macht blijven, want het Chinese parlement heeft vorig jaar besloten dat Xi ook na de gebruikelijke twee ambtstermijnen van vijf jaar niet weg hoeft. Hij kan nu tot zijn dood aan de macht blijven.

Intussen neemt de repressie in Hongkong toe, al is Hongkong nog steeds veel vrijer en opener dan China. Maar neem Andy Chan. Hij richtte in 2016 een partij op die opriep tot onafhankelijkheid van Hongkong. Dat is in de ogen van Beijing zo’n beetje het ergste wat je kunt doen: onafhankelijkheid voor Hongkong is net zo onbespreekbaar als onafhankelijkheid van Taiwan, Tibet of Xinjiang, waar veel Oeigoeren wonen. Chan mocht dan ook niet meedoen aan de verkiezingen, en in 2018 werd zijn partij verboden.

In datzelfde jaar werd hij geïnterviewd op een bijeenkomst van de Club van Buitenlandse Correspondenten in Hongkong. Dat was tegen de wil van de autoriteiten, maar Victor Mallet, correspondent van de Britse krant Financial Times, deed het toch, met een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Daarop werd Mallets visum niet vernieuwd. Voor het eerst sinds de Chinese machtsovername in 1997 moest een buitenlandse correspondent om die reden Hongkong verlaten.

Demonstranten tijdens de Paraplu-protesten in oktober 2014. Foto Anthony Wallace/AFP

Ook de Hongkongse journaliste Shirley Yam, tevens vicevoorzitter van de Hongkong Journalist Association, kreeg met nieuwe beperkingen van de persvrijheid te maken. De kleine, magere vrouw met kort haar en levendige ogen legt in een luxe winkelcentrum van Hongkong in rap tempo uit hoe zij haar column bij de Engelstalige krant South China Morning Post verloor. Die krant ging eind 2015 over in handen van de Chinese internettycoon Jack Ma. Ma, oprichter van webwinkel Alibaba, is privéondernemer maar onderhoudt nauwe banden met de Chinese overheid en is ook lid van de Communistische Partij van China.

In 2017 waarschuwde Xi Hongkong: accepteer dat jullie stad Chinees is

In 2017 schreef Yam een column waarin ze de suggestie wekte dat een hoge ambtenaar uit Xi’s entourage corrupt was. Gek dat daar niets tegen gebeurde, schreef ze, want Xi trad toch zogenaamd zonder aanzien des persoons op tegen alle corruptie, ook die op het hoogste niveau?

„Ik had de zaak natuurlijk goed uitgezocht voordat ik suggereerde dat er iets mis was, en ik stuurde de column drie dagen voor publicatie op. Hij verscheen wel op internet, maar niet in de krant.” Dat was volgens de krant omdat het stuk niet voldeed aan de professionele standaarden. De krant beloofde zijn lezers in een verklaring beterschap en noemde de internetpublicatie een misstap.

Yam wist genoeg. Er was kennelijk een rode lijn getrokken waar ze niet overheen mocht. Ze stopte daarom na elf jaar met haar column.

‘Xi is gewoon een dictator’

Rai en Chan hebben niet veel hoop dat binnenkort iets in Hongkong ten goede verandert. „Xi is gewoon een dictator, daar kunnen we niet tegenop”, zegt Chan in een café waar traditioneel veel activisten voor meer democratie samenkomen. Chan wordt er voortdurend herkend en begroet, iedereen wil met hem op de foto. Tot voor kort was de 59-jarige Chan hoogleraar sociologie aan de Chinese Universiteit van Hongkong, maar die baan heeft hij opgezegd.

„Toen ik jong was, keek ik erg op tegen de mensen die toen voor meer democratie in Taiwan streden. Ik keek ook met bewondering naar iemand als Nelson Mandela.” Die voorbeelden hebben hem aangezet om veertig jaar later zelf ook in actie te komen. „Als ik die rol kan vervullen voor mensen hier, dan ben ik tevreden.”

Chan bereidt zich voor op een mogelijke gevangenschap door thuis de airco uit te laten. Dat is een hele opgave in Hongkong, waar het in de zomer bloedheet wordt. „In de gevangenis heb je ook geen airco, dus dan ben ik er maar vast aan gewend”, zegt hij lachend. Ook houdt hij zich lichamelijk in goede conditie: hij heeft laatst een halve marathon gelopen en doet ook mee aan survivaltochten.

Het café in Hongkong is op de dag van onze afspraak voor de laatste keer open. De eigenaren kunnen de hoge huur in het centrum niet meer opbrengen. „Hier kwamen altijd mensen die de democratie een warm hart toedragen”, zegt de 59-jarige Chan. Hij krijgt een kopje cappuccino van de eigenaren aangereikt. „Hou je taai”, hebben ze met cacao in het schuim geschreven.