Opinie

Voorkom een monopolie, de postzegel zal veel te duur worden

Monopolie Als PostNL Sandd overneemt, zijn consument en overheid de dupe, betogen en . De overheid moet de bezorging in dunbevolkte gebieden subsidiëren.

Illustratie Hajo

Met de overname van Sandd door PostNL dreigt een monopolie te ontstaan in de postsector. De twee bedrijven houden elkaar dan niet langer scherp op prijs en kwaliteit. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) doet inmiddels onderzoek naar de fusie. In dat onderzoek worden mogelijke efficiëntievoordelen meegewogen. Zo kan in delen van het land straks één postbode met een volle tas de ronde doen, in plaats van twee postbodes met elk een half lege tas. Maar het vergt wel een erg grote daling van de bezorgkosten om de opwaartse prijsdruk door monopolisering teniet te doen. De ACM zal vrijwel zeker concluderen dat de overname de prijzen zal doen stijgen, en de fusie daarom verbieden.

PostNL verwachtte al dat ACM de overname zou blokkeren, en masseerde de politiek alvast. Er is op voorgesorteerd dat de staatssecretaris van Economische Zaken, Mona Keijzer, de fusievergunning toch zal verlenen als de ACM die weigert. Deze macht heeft de minister op basis van Artikel 47 van de Mededingingswet: „indien naar zijn [sic] oordeel gewichtige redenen van algemeen belang die zwaarder wegen dan de te verwachten belemmering van de mededinging, daartoe nopen.” Maar wat zijn die redenen? En wegen ze inderdaad zwaarder?

De werkgelegenheid kan het niet zijn, hoewel de vakbonden dat wel schijnen te geloven. Want als de overname inderdaad efficiëntievoordelen heeft, dan impliceert dat ontslagen. Immers, één postbode met een volle tas betekent dat de andere, die eerst ook een halfvolle had, nu overbodig is. PostNL heeft dan ook nog geen plaats gevonden voor ruim 3.000 Sandd-werknemers; veelal gepensioneerden met een gezond brievenwijkje.

Het algemeen maatschappelijk belang bij deze overname: een gegarandeerde regelmatige postverzorging in het hele land, ook in de dunbevolkte buitengebieden. De postwet verplicht PostNL daartoe, vijf dagen per week. De kosten van deze taak kan PostNL steeds minder goedmaken met de opbrengsten uit bezorging in de Randstad, waar de winstmarges door concurrentie gering zijn. Sandd haalt de krenten uit de pap, en PostNL blijft zitten met de dure plicht.

Ronald van de Laar van Sandd rechtvaardigde een monopolie: „Er is geen andere manier om de continuïteit van de postdienstverlening in Nederland in stand te houden.” Klopt dat wel? De voorgestelde oplossing betekent ‘exit Sandd’: als monopolist kan PostNL de zakelijke postprijzen verhogen, en uit de opbrengst daarvan de dunbevolkte, verlieslatende gebieden blijven bedienen. In feite is de fusie dus een vorm van subsidie aan PostNL, om aan de haar opgelegde dienstverleningsplicht te voldoen.

Maximale verhoging

Dat is vrijwel zeker niet de meest efficiënte manier voor ons land om de postbezorging te financieren. Want waarom zou een monopolist de briefprijzen precies zoveel verhogen als nodig is om de kosten van de bezorgplicht te dekken, en niet meer? Ongehinderd door enige concurrentie zal PostNL straks de zakelijke postprijzen maximaal verhogen. Dat wil zeggen dat de Belastingdienst, die haar brieven wettelijk op papier móét versturen, een forse prijsverhoging tegemoet kan zien. Ook goede doelen zullen onder het postmonopolie lijden, omdat de Postcodeloterij minder voor hen overhoudt na aftrek van de verzendkosten.

Er is een betere inrichting van de briefpostmarkt mogelijk. Daarin subsidieert de overheid de kosten die gepaard gaan met het vervullen van de postverleningsplicht, die één bedrijf op zich neemt. Op dit moment is dat PostNL. In de rest van Nederland, waar wél voldoende mensen wonen voor meerdere bezorgers, kunnen PostNL en Sandd gewoon blijven concurreren. Een duopolie tussen hen volstaat, maar misschien kunnen ook pakketbezorgers als DHL, DPD, UPS, en FedEx meedoen: welbeschouwd is een brief een plat pakketje. De Europese postdienstrichtlijn voorziet in de mogelijkheid zo’n subsidie te geven.

Lees ook: PostNL koopt concurrent Sandd en wordt monopolist.

Hoe deze subsidie te bepalen? Het basisontwerp ligt al klaar. De kern is om geïnteresseerde bedrijven periodiek tegen elkaar op te laten bieden voor het mogen vervullen van de universele dienstverlening, bijvoorbeeld elke drie of vijf jaar. Inzet van de veiling: welk bedrijf verlangt de laagste subsidie voor het uitvoeren van de plicht? PostNL, of een ander. Concurrentie blijft dan niet alleen in stand, maar is ook essentieel voor het bepalen van het minimale subsidie bedrag.

De precieze vormgeving van de concessieveiling dient nog te worden uitgewerkt. Zo is de postzegelprijs voor particulieren – liefdesbrieven, trouw- en rouwkaarten – en kleine ondernemers apart gereguleerd. PostNL heeft die de laatste jaren omhoog gepleit, ook weer met een beroep op haar bezorgplicht; de postzegel kan vast goedkoper. Ook moet PostNL wellicht gecompenseerd worden voor het delen van essentiële infrastructuur, zoals de brievenbussen en sorteerfaciliteiten.

Gebrek aan kennis

Onze staatssecretaris heeft de benodigde expertise in huis. De overheid deed ruime ervaring op met de succesvolle periodieke concessieveilingen voor passagiersvervoer op het regionale spoornet, die al sinds 1998 plaatsvinden. Ook compensatie is gesneden koek: eigenaars van tankstations langs de snelweg worden sinds 2002 op vergelijkbare wijze gecompenseerd. Goed vormgegeven geeft zo’n concessieveiling inzicht in wat het laagste netto subsidiebedrag is, alle na- en voordelen van de plicht waarderend.

De tegenwerping ‘we gaan toch niet met belastinggeld verliesgevende post bezorgen?!’ verraadt gebrek aan kennis van de publieke economie. Les één is dat de productie van publieke goederen dient te worden betaald uit belastingen. Vinden we de universele postbezorging inderdaad belangrijk, dan moeten we er ook voor betalen. Niet door gemakshalve een monopolie met maximale prijsverhogingen toe te staan, maar door slim het minimale subsidiebedrag te bepalen. Daarbij, uiteindelijk betalen we de monopolieprijs straks toch ook van gemeenschapsgeld : via de enveloppen van de Belastingdienst.

Bijkomend voordeel: áls we straks democratisch besluiten dat de postbezorging op sommige plekken minder frequent kan, bijvoorbeeld niet op woensdag, dan komen de lagere kosten bij de eerstvolgende concessieveiling direct tot uitdrukking in een lager subsidiebedrag. Dat voordeel krijg je niet bij de komst van een monopolist. Die zal geheid ook gaan lobbyen om versoepeling van de postwet, mét een prijsverhoging.

We houden dus beter de gecreëerde concurrentie in de postmarkt in stand, juist ook voor de noodzakelijke regulering. Tenzij het onafhankelijke oordeel van de ACM is om de overname van Sandd door PostNL goed te keuren. Dat zou betekenen dat de fusie per saldo voordelig is. Zo niet, dan zullen we uit de analyse van de ACM heel precies weten hoeveel de monopolist haar prijzen zou verhogen. Kiest onze staatssecretaris er dan toch voor om volgens Artikel 47 een vergunning te verlenen, dan is publiekelijk duidelijk hoeveel zij vindt dat wij te veel moeten betalen vanwege de universele dienstverleningsplicht. Dat is vast en zeker meer dan het hoeft te kosten om die door één goed gekozen bedrijf te laten verzorgen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.