Opinie

    • Diana de Wolff

Strategisch procederen voor een mensenrecht heeft zin

De nieuwe film over de jonge Ruth Bader Ginsburg laat zien wat procederen voor een mensenrecht kan betekenen. Mits de democratische rechtsstaat intact blijft, schrijft Diana de Wolff in de Togacolumn.

Handelsreiziger Charles Moritz had zich er eigenlijk al bij neergelegd dat de kosten voor de verzorging van zijn oude moeder fiscaal niet aftrekbaar waren. Was hij een vrouw, dan had de belastinginspecteur de kostenaftrek wel gehonoreerd.  Eigenlijk wel vreemd.

Maar Moritz had bezwaar gemaakt, zaak verloren, jammer. Artikel 214 van de Amerikaanse belastingwet was nu eenmaal volkomen duidelijk. Mannen hoeven niet te zorgen, dat doen vrouwen. Mannen hoeven dus ook geen kosten af te kunnen trekken.

Pro bono

Het is 1970 en bijna 200 wetten in de Verenigde Staten maken onderscheid naar geslacht. Maar de maatschappij is aan het veranderen en ongelijke behandeling van mannen en vrouwen is niet meer vanzelfsprekend. De jonge Ruth Bader Ginsburg - anno nu de bekendste progressieve rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof - is op zoek naar een kans om sekseonderscheid aan te pakken via het recht zelf. Moritz is sceptisch als zij hem aanbiedt om pro bono verder te procederen tegen de belastinginspecteur en aan te voeren dat de belastingwet discriminerend is. Hij constateert: o, dus jij wilt mij als een proefkonijn inzetten.

(tekst gaat verder onder de video)

Hoe de zaak destijds een landmark case werd in de strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen is te zien in de film On the Basis of Sex, een courtroom drama met Felicity Jones in de rol van Ruth Bader Ginsburg. Inderdaad was de zaak Moritz een strategische procedure, door Bader Ginsburg aangespannen om vrouwendiscriminatie aan de kaak te stellen en stereotypen over de verdeling van huishoudelijke zorg tussen mannen en vouwen te ontmaskeren. Ze zag hoe interessant de zaak kon zijn: geen proefproces namens een vrouw die iets onthouden wordt, wat voor de hand zou hebben gelegen, maar namens een man.

Proefkonijn

De wantrouwende reactie van Moritz toont in één zin Bader Ginsburgs dilemma als juridisch activist. Waarom benaderde zij hem: in zijn belang als cliënt – zo hoort het toch te zijn als je als raadsvrouw optreedt? Of omwille van een hoger doel: de verandering van het recht, de verbetering van de positie van vrouwen? Charles Moritz was inderdaad een proefkonijn en Bader Ginsburg ontkent dat niet. Dat zij in de zaak een dubbele loyaliteit heeft, wordt in de film een paar maal zichtbaar. Halverwege de procedure wil de belastingdienst onderhandelen over een schikking, om van de procedure af te zijn. Dat zou Moritz tevreden kunnen stellen, maar niet het doel van Bader Ginsburg dienen.

In de film is te zien dat Moritz aarzelt, maar zich ook realiseert dat zijn zaak een groter, maatschappelijk doel dient. Hij wil wel schikken, maar alleen als de belastingdienst de onjuistheid van de wet erkent. Daarop lopen de onderhandelingen stuk – tot zichtbaar plezier van de raadsvrouw. Tijdens de rechtszitting wordt de druk op Moritz verder opgevoerd. De tegenpartij laat zich laatdunkend over hem uit: hij is ofwel een hebzuchtige belastingontwijker, ofwel het slachtoffer van zijn advocaat, die alleen maar uit is op radicale maatschappelijke verandering. Maar door de openheid, gedrevenheid en overtuigingskracht van ‘RBG’ lukt het de tegenpartij niet om haar en haar cliënt uit elkaar te spelen en boekt zij haar overwinning.

Waarde bewezen

In de halve eeuw sinds de Moritz-case heeft strategisch procederen in mensenrechtenzaken zijn waarde bewezen. Mensenrechten kregen meer aandacht en rechters corrigeerden regelmatig wetten die daaraan afbreuk doen, ook in Nederland. Omwille van een inclusieve samenleving, waarin die rechten serieus genomen worden. Of zijn het eigenlijk pyrrusoverwinningen? Voorvechters van een autoritaire democratie ondermijnen dit samenspel tussen wetgever en rechter, door te pleiten voor inperking van fundamentele rechten.

Dat een politicus die vindt dat Nederland het Europese mensenrechtenverdrag moet opzeggen vorige maand de verkiezingen domineerde, is daarom ronduit zorgwekkend. Democratie en de rechtsstaat zijn, in de woorden van Ernst Hirsch Ballin, niet los verkrijgbaar.

 

De Togacolumn verschijnt regelmatig en wordt geschreven door een officier, advocaat of rechter. Diana de Wolff is advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.