Opinie

    • Peter de Bruijn

Scott Walker was cineast in klank

Componist Scott Walker schreef voor maar drie films een muziekstuk. Maar in zijn liedjes zijn talloze filmverwijzingen te vinden.

Zanger en componist Scott Walker, die vorige week overleed, heeft slechts drie keer filmmuziek geschreven. Hij leverde de muziek voor Pola X (1999) van het Franse cultfenomeen Leos Carax en voor twee films van de jonge Amerikaanse regisseur Brady Corbet: Childhood of a Leader (2015) en Vox Lux, die later deze maand uitkomt. Maar evengoed zou je kunnen zeggen dat Walker eigenlijk nooit iets anders dan filmmuziek schreef. Film is zijn leven lang bepalend geweest voor zijn verbeeldingskracht.

Walker had een bizarre carrière: van een meisjesidool als de zwaarmoedige voorman van The Walker Brothers in de jaren zestig ontwikkelde hij zich langs allerlei moeizame kronkelwegen tot een unieke muziekvernieuwer. Met drie compromisloze albums is hij verzekerd van een plaats in het pantheon: Tilt (1995), The Drift (2006) en Bish Bosch (2012). Van zoetgevooisde crooner naar onverbiddelijke avant-gardist – weinig kunstenaars ondergingen zo’n radicale transformatie. Maar de jonge en de latere Walker zijn toch niet helemaal vreemden van elkaar. Zijn filmliefde bleef ondanks al die veranderingen even intens.

Alleen Scott Walker kon in 1969 op het idee zijn gekomen om met ‘The Seventh Seal’ een zoetgevooisde ballade, voorzien van een batterij aan strijkers, te baseren op de schaakscène van de ridder en de dood in de gelijknamige film van Ingmar Bergman. Misschien wel zijn mooiste latere compositie is ‘Farmer in the City (Remembering Pasolini)’ van het album Tilt. Daarin beschrijft hij de beruchte moord op de Italiaanse regisseur in 1975. Meer dan eens duikt Marlon Brando op in zijn songs – wellicht herkende Walker iets in diens gekweldheid. Zo zijn er nog talloze andere filmverwijzingen te vinden in zijn muziek.

De invloed van cinema ging nog dieper. Walker zei ooit over Robert Bresson, de Franse meester van de strenge vorm: „Als ik zijn films zie, is dat een visuele versie van waar ik zelf naar streef.” Walker werkte op een filmische manier aan zijn muziek. Hij vertrok altijd vanuit de tekst – hij was onzeker of hij zijn teksten als poëzie kon omschrijven. Walkers teksten bestaan uit raadselachtige fragmenten en flarden; beelden die hij vervolgens in zijn muziek ensceneerde.

Dat lijkt op de werkwijze van een regisseur die een scenario verfilmt. In zijn muziek gebruikte hij niet alleen traditionele instrumenten maar ook veel geluidseffecten, zoals het geluid van door de lucht klievende kapmessen en de klank van een vuist die op een lap vlees beukt. Als een foley artist voorzag Walker zijn muziek van effecten – de effecten zijn de muziek.

Lees ook de Jan Vollaards recensie van Tilt uit 1995: Doodsbenauwd om te zingen

De luisteraar kan een van de latere albums van Scott Walker wellicht ook het beste benaderen met dezelfde onverdeelde aandacht en toewijding als het kijken naar een film. Walker maakte het zijn luisteraars in ieder geval volstrekt onmogelijk om zijn muziek als geluidsbehang te gebruiken. Walkers muzikale wereld is onherbergzaam, desolaat, verwrongen, beangstigend – en toch wonderlijk mooi. Wie een gemiddelde film van Ingmar Bergman of Michael Haneke kan verdragen, heeft van Scott Walker niets te vrezen.

Peter de Bruijn is filmrecensent.