Ook de Duitse farmaceut met een Britse dochter heeft Brexit-problemen

Interview De Duitse farmaceut Medac weet nog niet of Britten na de Brexit patenten erkennen en of proefpersonen nog wel verzekerd zijn.

Volker Bahr: „Misschien komt het Britse zelfbeeld niet helemaal meer overeen met de realiteit van de wereldeconomie.”
Volker Bahr: „Misschien komt het Britse zelfbeeld niet helemaal meer overeen met de realiteit van de wereldeconomie.” Foto Michael Probst

Het klinkt zo simpel, verzucht Volker Bahr, als hij uitlegt hoe een onderneming als het Duitse farmaceutische bedrijf Medac zich op de Brexit voorbereidt. En hoe deze middelgrote onderneming, zoals er zoveel zijn in Europa, omgaat met de praktische – en morele – problemen die het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie nú al veroorzaakt voor een firma die naar de Britse markt exporteert.

„Produceer gewoon een tijdje wat meer medicijnen, zeiden de Britten tegen ons, dan slaan we die ergens op in het Verenigd Koninkrijk, zijn we tenminste enigszins voorbereid op een harde Brexit en komen de patiënten niet zonder geneesmiddelen te zitten.”

Zo’n aanpak lijkt voor de hand te liggen, zegt Bahr, directeur communicatie van Medac. „Maar helaas is dat niet in alle gevallen praktisch mogelijk. Wij hebben bijvoorbeeld medicamenten die maar twee jaar houdbaar zijn. Dus we proberen daarvan zo klein mogelijke voorraden aan te houden.”

Daar komt nog iets bij, legt hij uit. „Naar sommige van onze geneesmiddelen is vraag van over de hele wereld. Ethisch is het niet makkelijk om te zeggen: we sturen nu heel veel naar het Verenigd Koninkrijk, waar het opgeslagen wordt, terwijl we niet weten of we dan wel genoeg hebben voor Oost-Europa. Wat als Polen of Tsjechië op een bepaald moment zegt: we hebben het hier nú nodig? Moeten we dan tegen de Polen en de Tsjechen zeggen: sorry, maar we kunnen jullie bestelling niet leveren, want we weten nog niet precies wat er in Groot-Brittannië gaat gebeuren en dus leggen we daar voor de zekerheid maar een flink voorraadje aan? Dat is voor ons een groot dilemma.”

Volgens Bahr geldt dat niet voor alles wat Medac verkoopt, maar bij een aantal kankermedicijnen speelt dit wel. „Met onze kennis en lange ervaring in de verschillende landen proberen we in te schatten wat de markten écht nodig hebben. En daar moeten we dan naar handelen en de verantwoordelijkheid voor nemen. Maar simpel is het niet.”

Mittelstand

Medac, gevestigd in de buurt van Hamburg, produceert en exporteert onder meer middelen die gebruikt worden bij de behandeling van reuma, blaaskanker, borstkanker, hersentumoren en leukemie. Het bedrijf heeft een omzet van zo’n 400 miljoen euro, waarvan 10 procent in het Verenigd Koninkrijk.

Het VK is, na Duitsland, de belangrijkste markt voor Medac. Verspreid over de verschillende Duitse en internationale vestigingen werken er 1.729 mensen. Een typisch bedrijf van de Duitse Mittelstand. Meteen na het Brexit-referendum in 2016 besloot Medac een klein team te formeren om in kaart te brengen: waarover moeten we ons zorgen maken, waarop heeft dit straks allemaal effect? „De brancheorganisaties, zowel op Europees niveau als in Duitsland, hebben ons daarbij enorm geholpen. Zij organiseerden bijeenkomsten en brachten rapporten uit over waar je rekening mee moest houden. Soms hoorde je wat een ander bedrijf deed en dacht je: o ja, daar moeten we óók nog aan denken!”

Aan het VK uitgeleende kostbare schilderijen dreigen bij No Deal-Brexit in een juridische schemerzone te raken.Lees ook: Van Goghs komen gratis terug

Van de Britse afdeling is een aparte onderneming onder Brits recht gemaakt. Die is nog wel een 100-procentsdochter van Medac, maar kan veel zelfstandiger opereren. Ze moet nu haar eigen marketing en juridische zaken regelen en ervoor zorgen dat de medicijnen die in de EU zijn toegelaten ook de vergunningen hebben voor de Britse markt.

De marktpositie van Medac in het VK is nu goed, zegt Bahr. Maar dat kan straks veranderen, afhankelijk van wat voor handelsakkoorden het met andere landen sluit.

Is op korte termijn vooral de leveringszekerheid van medicijnen voor Britse patiënten de grote kopzorg, op iets langere termijn doemen andere problemen op. Bijvoorbeeld bij het klinisch testen van nieuwe geneesmiddelen. Bahr: „Als je een nieuw medicijn ontwikkelt, test je die in de beslissende, derde fase op grote groepen patiënten. Dat doe je normaal gesproken verspreid over heel Europa. Dan doen bijvoorbeeld drie ziekenhuizen in Duitsland mee, twee in Nederland, drie tot vijf in het VK, twee in Italië, drie in Frankrijk, enzovoorts. Nu vragen veel bedrijven zich af: hoe zit dat voortaan met die Britse ziekenhuizen, mogen we de gegevens uit die tests nog wel gebruiken?”

„Dan is er de vraag of de Britten Europese patenten straks wel erkennen. En hoe gaat het als ik gezamenlijke onderzoeksvoorstellen wil plannen met Britse universiteitsklinieken? Hoe zit het met de verzekering van patiënten die meedoen aan een klinische test, hoe wordt dat in het Verenigd Koninkrijk georganiseerd als de Europese regels niet meer gelden?”

Geen productie in VK

Het Verenigd Koninkrijk blijft een heel belangrijk onderzoeksland met vooraanstaande universiteiten en klinieken, zegt Bahr. „Maar de huidige onzekerheid leidt er bij ons toe dat we nu alle nieuwe dingen helaas zonder de Britten doen. Omdat het gewoon te veel onzekerheid met zich meebrengt. Wij kunnen niet wachten, we moeten nu beslissingen nemen voor de komende vijf jaar.”

En dan, zegt Bahr, heeft Medac het verhoudingsgewijs nog makkelijk, als Duits bedrijf, met een Duits hoofdkwartier, met productie die plaatsvindt in Duitsland en Tsjechië. „We hebben helemaal geen productie in het Verenigd Koninkrijk en hoeven dus niet te vrezen dat ons productieproces in de problemen komt. Bij andere bedrijven ligt dat problematischer. Ik denk niet dat wij of andere farmabedrijven er de komende tijd over zullen piekeren een productiebedrijf in het VK te gaan opbouwen.”

Hoe het zover heeft kunnen komen? „Neem ons bedrijf: we leveren onze geneesmiddelen in 95 landen, en in 94 daarvan zijn we te gast. Misschien komt het Britse zelfbeeld niet helemaal meer overeen met de realiteit van de wereldeconomie.”