Bart Moeyaert wint ‘Nobelprijs’ met kinderboeken waarin elk woord telt

Profiel Bart Moeyaert ontvangt als tweede Nederlandstalige schrijver de ‘Nobelprijs voor kinderliteratuur’. De Vlaamse auteur kiest zijn woorden met grote zorg.

Bart Moeyaert ontvangt de Astrid Lindgren Memorial Award.
Bart Moeyaert ontvangt de Astrid Lindgren Memorial Award. Foto Susanne Kronholm

„I love you!”, riep een geëmotioneerde Bart Moeyaert door de telefoon, toen hem dinsdag werd verteld dat hij de grootste prijs voor jeugdliteratuur ter wereld had gewonnen. Hij ontvangt als tweede Nederlandstalige schrijver de Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA), die geldt als de ‘Nobelprijs voor kinderliteratuur’. Bart Moeyaert (1964) werd door de Zweedse jury gekozen uit 264 kandidaten uit 64 landen. De ALMA kent een prijzengeld van 5 miljoen Zweedse kronen (480.000 euro).

De jury prijst de Vlaming om zijn „gecondenseerde en muzikale taal”, die „smeult van onderdrukte emoties en onuitgesproken verlangens”. De jury zei dat „Moeyaerts rijke oeuvre ons fascineert vanwege zijn wil om uit te dagen, zijn toewijding aan minimalisme en zijn weigering om compromissen te sluiten”. Moeyaert bouwde sinds zijn debuut in 1983 aan een veelzijdig oeuvre van inmiddels ruim vijftig boeken – van prentenboeken tot jeugdromans, fictie voor volwassenen, toneel en poëzie. Zijn laatste jeugdroman Tegenwoordig heet iedereen Sorry verscheen afgelopen najaar.

Bart Moeyaert geldt al jarenlang als een van de voornaamste makers van jeugdliteratuur uit het Nederlandse taalgebied – meer dan twintig van zijn boeken zijn vertaald, zijn werk is in vele landen bekroond, al vijftien keer eerder was hij kandidaat voor de ALMA. Guus Kuijer was in 2012 de eerste Nederlandse winnaar.

Geliefd als dichter

Moeyaerts werk blinkt uit op het niveau van woorden en zinnen – in eigen land is hij dan ook door jong en oud geliefd als dichter. Ook in zijn jeugdliteratuur zijn de woorden eenvoudig en met de grootst mogelijke zorg gekozen, gewogen en geplaatst, waardoor ze de ultieme condensatie van een geladen moment of een onbestemd gevoel zijn. Zijn werk is tegelijk persoonlijk, talig en uitgesproken filmisch: door veel context weg te laten richt Moeyaert de blik op het hier en nu, terwijl er beladen verledens op de achtergrond meespelen. Daar vertellen Moeyaerts spaarzame woorden slechts zijdelings over – de scènes die hij oproept worden er des te intenser en betekenisvoller van.

Zo toont hij de spanning in een gezin in Het is de liefde die we niet begrijpen (1999) en de wreedheid in zijn hoogewaardeerde Blote handen (1995). Zo maakte hij misbruik voelbaar in Dani Bennoni (2004), bekroond met de Nienke van Hichtum-prijs. En zo liet hij de menselijke naïviteit uitspelen in zijn eigenzinnige Genesis-adaptatie, de trilogie De Schepping (2003), Het Paradijs (2010) en De Hemel (2015). Met diezelfde techniek van condensatie en weglaten wist hij zijn eigen jeugd op te roepen in het humoristische en autobiografische Broere (2000).

Leeftijdsaanduiding

Zo verfijnd en subtiel is zijn manier van vertellen dat ook de vraag is gesteld of zijn werk wel voor kinderen bedoeld is. Die vraag beantwoordt hij enerzijds klemmend met „ja”: de Britse jeugdschrijver Aidan Chambers doordrong hem ervan, zoals tijdschrift Ons Erfdeel ooit schreef, „dat leesvoer voor jongeren ook literaire aandacht vraagt”. Dat is geheel in lijn met het gedachtegoed van Astrid Lindgren, dat door de Zweedse overheid met deze jaarlijkse prijs geëerd wordt: zij bepleitte dat kinderen zo serieus mogelijk genomen werden.

Het andere antwoord dat Moeyaert geeft: hij schrijft het verhaal zoals het moet zijn, het is de uitgever die er een leeftijdsaanduiding op plakt. Moeyaert is ook een kunstenaar die zijn eigen pad volgt – maar, getuige ook zijn bewerkingen van klassiekers op geheel eigen wijze, in het spoor van grote voorbeelden. Dinsdag verklaarde hij hoe hij als negenjarige genoot van Lindgrens werk. „En later zag ik dat haar wereld draaide om insluiting. En dat was geruststellend, want als jongste was ik een eenzaat in mijn grote familie. Dat beïnvloedde mijn werk. Ik wil de grenzen van de jeugdliteratuur verbreden.”