‘Maak geen platte CO₂-taks, denk aan lange termijn’

Verduurzaming Op verzoek van de minister onderzocht Ab van der Touw of er ruimte is voor een nationale CO2-heffing. Die is er, zegt hij. Met mate.

Om de CO2-uitstootnormen te halen wordt de Hemwegcentrale in Amsterdam gesloten.
Om de CO2-uitstootnormen te halen wordt de Hemwegcentrale in Amsterdam gesloten. Foto Robin Utrecht

Wat gebeurt er als Nederland een nationale CO2-heffing invoert? Stijgen de kosten van grote industriebedrijven dan zo sterk dat ze minder investeren? Of betaalt de industrie hier zo weinig en kunnen ze zo’n heffing best dragen? Met die vragen bezocht voormalig Siemens-topman Ab van der Touw de top van de twaalf grootste uitstoters van broeikasgassen in Nederland. Dat zijn bijna allemaal dochterbedrijven van internationale concerns, zoals ExxonMobil, Shell en Tata Steel.

Als voorzitter van de zogeheten expertcommissie ‘Speelveldtoets’ deed Van der Touw, samen met adviesorganisatie PwC, onderzoek naar de concurrentiepositie van industriebedrijven in Nederland (chemie, olie, industriële gassen, staal). De industrie verzet zich tot nu toe tegen zo’n nationale CO2-heffing, bovenop de bestaande Europese heffing. Maar volgens Van der Touw zijn de twaalf grote uitstoters niet per se tegen een extra taks. „Ze zeggen alleen: zorg dat de CO2-heffing niet een platte, algemene lastenverzwaring wordt en geef ons zekerheid voor de langere termijn. Want wij moeten investeringen voor de lange termijn doen.”

Van der Touw ziet dat de twaalf bedrijven die verantwoordelijk zijn voor 90 procent van de uitstoot van de industrie best willen verduurzamen. Ze hebben er begrip voor dat Nederland sneller wil vergroenen dan de rest van Europa. „We beginnen immers ook met een achterstand.” In tegenstelling tot veel andere landen is de CO2-uitstoot van Nederland ten opzichte van 1990 niet afgenomen.

„Eigenlijk gebeurde vorige maand het slechtste wat ons kon overkomen”, vertelt hij terugkijkend op het PwC-onderzoek dat op dezelfde dag verscheen als de doorrekening door het PBL van het ontwerpklimaatakkoord. „Premier Rutte en minister Wiebes haastten zich diezelfde middag om te roepen: we gaan toch een CO2-heffing invoeren. En die reflex is nou precies wat die besturen van buitenlandse concerns terughoudend maakt. Wankelmoedigheid van de regering, afhankelijkheid van het publieke sentiment. Dat sentiment werd opeens: bedrijven vervuilen en de energierekening stijgt.”

Is een vertrek van de zware industrie reëel? Of is het een dreigement om een heffing te ontlopen?

„Shell en Exxon zullen hun installaties in de Rotterdamse haven niet snel verlaten en Tata Steel zet zijn hoogovens niet onmiddellijk uit. Maar door een ondoordachte heffing kan je bedrijven die industriële gassen produceren of in de chemie actief zijn gemakkelijk de nek omdraaien. En het gaat om industriële clusters – zoals in de Rotterdamse haven en het Limburgse Chemelot – waar bedrijven veelal ook afhankelijk van elkaar zijn”.

Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat Nederland een heel voordelige plek is. Energie-intensieve bedrijven betalen helemaal geen belasting over hun elektriciteit, gas en olie.

„Ja, maar dat verschilt nauwelijks met het buitenland. Ook in andere, nabijgelegen landen zie je dat die bedrijven worden ontzien. Dat is een redelijk gelijk speelveld”.

Maar Nederland is altijd het laagst.

„Het verschil is minimaal. Met België en Duitsland verschilt het iets, maar in de andere landen zijn de tarieven precies gelijk”.

Volgens onderzoeksbureau CE Delft is er in Nederland sprake van een ‘pollution haven’: zware industrie is hiernaartoe gekomen door de lage lasten.

„Dat is een gekleurde uitspraak. Door de gunstige ligging aan zee, door het Europese achterland is dit ons industrieel erfgoed, dat overigens nu grotendeels in buitenlandse handen is.”.

De Nederlandse industrie betaalt geen energiebelasting, de burger en de bakker wel. Dat is toch gek als het kabinet het hele land wil verduurzamen?

„Uiteindelijk betaalt de burger het altijd. Maar vergeet niet dat de bedrijven zich gecommitteerd hebben aan het streven om hun uitstoot in elf jaar met 14 miljoen ton terug te brengen. Dat is meer dan de landbouw, het verkeer en de gebouwde omgeving bij elkaar. Dat streven kost miljarden aan investeringen.

„Ik vind deze discussie illustratief, want de industrie slaagt er niet in om haar boodschap goed voor het voetlicht te krijgen. Zo’n hogere energierekening voor de burger is gemakkelijker voor te stellen. De problematiek is complex en dan krijg je al snel slogans. Dan zegt de ene kant dat de burger ontzien moet worden, en VNO-voorzitter Hans de Boer zegt dan ‘Nederland armer, de wereld warmer’. Dat worden snel versimpelingen”.

Lees ook: Energierekening burger liep te hard op

Nederland wil met een CO2-reductie van 49 procent vooroplopen in Europa. Vinden de twaalf grootste vervuilers dat een goed plan?

„Zeker. Met onze technologie, deze hoogopgeleide bevolking en het feit dat we hier erg rijk zijn, zijn we verplicht om sneller te verduurzamen. De buitenlandse concerns willen daarin ook een deel van de winst steken. Maar het is een elastiek dat je niet te ver moet uitrekken, anders investeren ze toch minder hier. Bij hen bestaat het gevoel dat ze in het buitenland, in Antwerpen, Noordrijnland-Westfalen gastvrijer worden ontvangen. Dat ze daar niet worden neergezet als verwerpelijke vervuilers.

„Wat mij betreft maak je met de grote bedrijven aparte afspraken over heffing en CO2-reductie, met keiharde deadlines. Bijvoorbeeld een bedrag bovenop de Europese heffing, dat je later terugsluist als de doelen zijn bereikt”.

In het ontwerpklimaatakkoord wordt zo’n regeling door het PBL afgeserveerd omdat die juist tot weinig ambitieuze plannen leidt.

„Dat is een kwestie van uitvoering. De ambitie om 14 miljoen ton CO2 te besparen is niet gering. Wie niet levert gaat boeten, waarbij de slechte de goede moeten betalen. Als bedrijven vier jaar na het maken van afspraken nog niets hebben gepresteerd, sorry, maar dan houdt het een keer op. Dat soort weglek is niet erg.”

Bent u optimistisch dat er een heffing komt waarmee bedrijven, overheid en milieulobby kunnen leven?

„Ik vertrouw op een goed compromis. De discussie is natuurlijk overschaduwd door de verkiezingen. Dan roep je snel om heffingen en daarmee lijkt het probleem opgelost”.