‘Maak van de burgemeester geen sheriff’

Advies Raad van State Burgemeesters met meer bevoegdheden om ondermijnende criminaliteit aan te pakken, zouden té machtig worden ten opzichte van politie en justitie, aldus de Raad van State.

Burgemeester Femke Halsema, hoofdofficier van justitie Nicole Zandee en waarnemend hoofdcommissaris van de politie Jan Pronker geven een toelichting op de Amsterdamse veiligheidscijfers over 2018.
Burgemeester Femke Halsema, hoofdofficier van justitie Nicole Zandee en waarnemend hoofdcommissaris van de politie Jan Pronker geven een toelichting op de Amsterdamse veiligheidscijfers over 2018. Foto Lex van Lieshout / ANP

Burgemeesters moeten niet méér bevoegdheden krijgen om ondermijnende criminaliteit aan te pakken. Het lokaal gezag kan al voldoende om criminaliteit te bestrijden, uitbreiding zou hem mogelijk te machtig maken vergeleken met het Openbaar Ministerie (OM) en de politie. Ook is meer gegevensuitwisseling binnen gemeenten geen oplossing om zulke criminaliteit te bestrijden.

Dat adviseert de Raad van State aan de ministers Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) en Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) en de Regioburgemeesters. Dit samenwerkingsverband van burgemeesters schreef op eigen initiatief een proeve van wetgeving (een aanzet tot wetswijziging) waarin burgemeesters wettelijk worden belast met het „voorkomen” van criminaliteit. Op dit moment is hun taak nog beperkt tot het „bestrijden” van criminaliteit, samen met politie en justitie. De proeve zou dus een verruiming van de bevoegdheden van het lokaal gezag betekenen. Ook Grapperhaus wil dat burgemeesters meer kunnen doen om criminaliteit aan te pakken, bijvoorbeeld door woningen te sluiten.

Maar een burgemeester als „crimefighter” past niet in het Nederlandse staatsbestel, aldus de Raad. De afgelopen jaren hebben burgemeesters zich wel steeds meer als zo’n sheriff opgesteld; het zou nodig zijn om lokale ondermijnende (drugs)criminaliteit aan te pakken. Gevolg daarvan was onder meer dat burgemeesters, als zichtbare misdaadbestrijders, zelf doelwit werden van criminelen. Zo zit de Haarlemse burgemeester Jos Wienen (CDA) al sinds eind vorig jaar ondergedoken vanwege bedreigingen.

Burgemeesters dreigen té machtig te worden, mogelijk zelfs machtiger dan politie en justitie. Dat kan samenwerking met die diensten juist moeilijker maken, denkt de Raad. Belangen kunnen botsen, bijvoorbeeld als het OM in het kader van lopend onderzoek een drugspand open wil houden, terwijl de burgemeester het vanwege de openbare orde wil sluiten. Wettelijk vastleggen dat de burgemeester criminaliteit moet voorkomen en bestrijden kan volgens de Raad van State daarom leiden tot verwachtingen „die de burgemeester in de praktijk vermoedelijk niet kan waarmaken”.

Lees ook:De burgemeester: van lintjesknipper tot misdaadbestrijder

De Raad van State is ook kritisch op de wens van burgemeesters om meer toegang te krijgen tot de informatie die gemeenten hebben over hun burgers. Burgemeesters willen dan bijvoorbeeld gegevens over huurtoeslagen en uitkeringen kunnen inzien; zo zouden criminele activiteiten in een pand mogelijk ontdekt kunnen worden. De Raad snapt die wens, maar wijst ook op de wetten die de privacy van burgers beschermen: overheden mogen niet zomaar in gegevens zoeken, ook niet als daarmee de criminaliteit bestreden zou worden. Zo’n ongerichte zoektocht kan immers de privacy van burgers schaden. Die is onder meer vastgelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Bovendien is volgens de Raad niet bewezen is dat meer gegevensuitwisseling ook tot meer criminaliteitsbestrijding leidt: het is geen „panacee”, schrijft de Raad in het advies. Een wetswijziging kán uiteindelijk nodig zijn, maar omdat „bij gegevensuitwisseling fundamentele rechten in het geding zijn”, moet de privacy dan zwaar worden meegewogen.

Volgens de Raad van State is niet aangetoond dat gemeenten meer wettelijke ruimte moeten krijgen om gegevens met elkaar te delen. Dat er wettelijke beperkingen zijn, erkent de Raad. Maar dat is nog niet voldoende om tegen bestaande privacywetten, zoals de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), in te gaan. De aanpak van criminaliteit mag niet ten koste gaan van die wetten, die de privacy van burgers beschermen tegen misbruik door de overheid. Dat vindt de Raad óók omdat niet bewezen is dat meer gegevensuitwisseling ook tot meer criminaliteitsbestrijding leidt: het is geen „panacee”, aldus de Raad van State.

Burgemeesters kunnen nu al veel om criminaliteit in hun gemeente te voorkomen en bestrijden, somt de Raad op. Zo kunnen ze besluiten camera’s op te hangen, gebieds- en huisverboden aan individuen opleggen, gebieden aanwijzen waar preventief gefouilleerd mag worden en panden sluiten als daar bijvoorbeeld drugs verhandeld worden. Recentelijk is bovendien een wet van Grapperhaus aangenomen die burgemeesters de bevoegdheid geeft panden waar drugs geproduceerd wordt te sluiten.