Iraakse slachtoffers van bombardementen tegen IS stappen naar Nederlandse rechter

Aanvallen Mosul Voor het eerst wenden buitenlandse burgers die zeggen slachtoffer te zijn van westerse bombardementen op IS zich tot de Nederlandse rechter. Zij eisen meer informatie over aanvallen in 2015.

Rookwolken boven Mosul op 6 december 2016, na gevechten tussen IS en de Iraakse regeringstroepen. Foto Ahmed Jalil/EPA
Rookwolken boven Mosul op 6 december 2016, na gevechten tussen IS en de Iraakse regeringstroepen. Foto Ahmed Jalil/EPA

Twee Iraakse burgers die zeggen in 2015 slachtoffer te zijn geworden van twee luchtaanvallen van de westerse coalitie tegen Islamitische Staat (IS) hebben dinsdag via de rechter de Nederlandse staat gevraagd om meer informatie over de toedracht van de aanvallen. Dit verzoek kan uitmonden in een aanklacht tegen de staat.

De Iraakse burgers doen hun verzoek via hun raadsvrouwen Liesbeth Zegveld en Brechtje Vossenberg. De twee advocaten hebben dinsdag het betreffende verzoekschrift naar de Haagse rechtbank gestuurd. Daarin vragen ze om meer informatie over de aanvallen uit 2015.

Het is de eerste juridische procedure tegen Nederland van buitenlandse burgers die zeggen slachtoffer te zijn van luchtaanvallen van de coalitie in de strijd tegen IS. Nederland deed daaraan mee vanaf oktober 2014. Hoewel niet vaststaat dat Nederland de bewuste aanvallen in de buurt van Mosul zelf uitvoerde, draagt Nederland als lid van de coalitie medeverantwoordelijkheid voor de gevolgen van de aanval, stellen de eisers.

Defensie weigerde informatie

Bovendien is er volgens hen „een aanzienlijke kans” dat Nederland wel bij de aanval was betrokken, dit gezien de activiteiten van Nederlandse F-16’s in het gebied. Pogingen van advocaat Zegveld om sinds 2017 meer informatie van het ministerie van Defensie los te krijgen, liepen echter op niets uit. „We krijgen geen antwoord op onze vragen, daarom stappen we nu naar de rechter”, zegt Zegveld desgevraagd. „Nu de missie voor Nederland voorbij is, zou deze informatie ook minder gevoelig moeten liggen.” Nederland beëindigde zijn deelname aan de luchtoorlog tegen IS op 31 december 2018.

Ebtehal Yosef (nu 28) en Mohammed Ahmed (31) reden op 26 januari 2015 mee in een konvooi van taxi’s dat op weg was van Mosul naar Bagdad. Ze probeerden uit IS-gebied te ontkomen. Onderweg werden achtereenvolgens de taxi’s van Ahmed en Yosef gebombardeerd.

Yosef raakte door de luchtaanval een oog en een been kwijt. Ahmed raakte gewond aan zijn hand en hoofd. Vijf anderen kwamen om, onder wie Ahmeds moeder en Yosefs echtgenoot. Voor niet-IS’ers als Yosef en Ahmed was destijds geen goede medische behandeling voorhanden.

Lees het verhaal van Mohammed en Ebtehal: Raakte een Nederlandse bom de taxi van Mohammed?

„Ik wil weten wie deze aanval heeft uitgevoerd en waarom”, zegt Ebtehal Yosef op vragen van NRC per WhatsApp. „Het kan dat er fouten gemaakt zijn, maar hoe kan het dat onschuldige burgers worden gedood, die niets met de strijd te maken hebben? Mijn hele leven is hierdoor op zijn kop gezet, ik ben mijn man kwijt en ik ben nu gehandicapt. De staat die daarvoor verantwoordelijk is, moet die verantwoordelijkheid ook nemen.”

Rechtmatig of onrechtmatig

Nederland heeft in april vorig jaar erkend dat er bij sommige luchtaanvallen waarschijnlijk burgerslachtoffers vielen. Daarbij ging het echter volgens het Openbaar Ministerie, dat vier gevallen onderzocht, om niet-verwijtbaar handelen. Data en plaatsen van de onderzochte luchtaanvallen werden verder niet verstrekt.

Zegveld en haar collega spreken echter van „onrechtmatig” handelen. De taxi’s met burgers vormden geen bedreiging voor de coalitie. Betrokken piloten hadden, bijvoorbeeld via de camera’s onder hun vliegtuigen, kunnen zien dat het om taxi’s ging. Bovendien zat er enige tijd tussen de eerste en tweede luchtaanval op hetzelfde konvooi. In de tussentijd waren burgers uit de eerste taxi gekomen om de slachtoffers te helpen.

De twee advocaten werpen een voor dit soort zaken betrekkelijk weinig benut wetsartikel in de strijd. Artikel 843a, van het Wetboek van Rechtsvordering, geeft een benadeelde partij recht op informatie over de toedracht van een gebeurtenis die hem of haar schade berokkende.