Huispak

schildert met demente ouderen. Ze schrijft columns op basis van haar ervaringen. Deze week: „In zo’n kloffie zouden ze je wegsturen.”

‘Zeg, ben je nou in je huispak hierheen gekomen?” Mevrouw K. en ik zijn er net achter dat we beiden de jongste zijn uit een gezin van acht en als ik aan een vragenvuur wil beginnen, blijkt een andere bewoonster, mevrouw V., van een afstandje mijn outfit te hebben geanalyseerd.

Door haar gouden montuur werpt ze me een strenge, ietwat afkeurende blik toe. Dichtgeslagen krant op schoot.

„Heeft u het tegen mij?”, vraag ik nadrukkelijk. Ik ben verbaasd door het feit dat mevrouw V. überhaupt iets zegt. En nu praat ze tegen mij. En ze waardeert m’n joggingpak niet.

„Volgens mij ben jij de enige met een huispak aan in deze ruimte.”

Mevrouw V. heeft nog nooit enthousiasme getoond voor mijn schilderclubje en na het een aantal keer geprobeerd te hebben hou ik het bij een groet of een compliment over haar steevast prachtige outfit.

Mevrouw V. slaagt er namelijk altijd in om eruit te zien alsof ze onderweg is naar een chique aangelegenheid. In haar satijnen blouse, keurig afgewerkte mantelrok, zwartsuède pumps en een zilvergrijze knot in het haar, die aan perfectie niets te wensen overliet, liep ze wel eens langs onze schildertafel om een opmerkzame blik te werpen op een van de creaties. Vervolgens nam ze plaats in de fauteuil in de hoek. Ze wisselde met niemand een woord.

„Maar dit is m’n huispak niet, mevrouw V. Meer een soort zondagsoutfit. Zit lekker comfortabel.”

Mevrouw V. is niet overtuigd. „Ik vind het er nog steeds uitzien als een huispak.”

Terwijl ze haar krant weer openslaat gaat ze verder. De gouden broche op haar blouse glinstert als ze zich beweegt. „In zo’n kloffie zou je sowieso niet naar de zondagsschool kunnen. Je zou naar huis worden gestuurd om iets deugdelijks aan te trekken.”

Even voelt het alsof ik weer in groep vijf zit en juffrouw Ans me wijst op m’n bijdehante toon.

„Misschien heeft u gelijk, mevrouw V. Dit is ook niet echt een flatteus pakje.”

Mevrouw K. is voor haar doen al veel te lang stil geweest als ze besluit dat het gesprek een andere wending moet nemen.

„Gelijk? Ze heeft in de verste verte geen gelijk. Vrouwen kunnen tegenwoordig dragen wat ze willen en aan de zondagsschool doen we al eeuwenlang niet meer!”

Mevrouw V. lijkt zich niets aan te trekken van mevrouw K.’s geëmancipeerde gedachtengoed en slaat haar krant dicht om gracieus de ruimte te verlaten.

Ik besluit om nooit meer met m’n huispak hierheen te komen.

Om de privacy van betrokken ouderen te respecteren, zijn herkenbare details aangepast.