Eritrese organisatie: EU-project leidt juist tot meer dwangarbeid

Eritrea-EU Europa wil met investeringen in Eritrea de migratie uit dat Afrikaanse land afremmen. Maar een EU-wegenbouwproject zou juist leiden tot meer dwangarbeid – en dus tot meer migratie, stellen Eritreeërs in Nederland.

Eritreeërs, Soedanezen en Ethiopiërs die hun land zijn ontvlucht, worden opgevangen door VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Libië, waarvandaan ze de oversteek hopen te maken richting Europa.
Eritreeërs, Soedanezen en Ethiopiërs die hun land zijn ontvlucht, worden opgevangen door VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Libië, waarvandaan ze de oversteek hopen te maken richting Europa. Foto UNOCHA/GILES CLARKE

Een Eritrese mensenrechtenorganisatie uit Nederland heeft de Europese Unie opgeroepen om een investering te stoppen die tot dwangarbeid zou leiden. Deze 20 miljoen euro, bestemd voor de aanleg van nieuwe wegen in Eritrea, zal nóg meer gedwongen arbeid opleveren, zegt de Stichting Mensenrechten voor Eritreeërs.

Het geld komt uit het EU Africa Fund, dat in 2015 in het leven werd geroepen met als doel migratie af te remmen: nieuwe wegen moeten leiden tot meer werk. „De belangrijkste reden dat mensen Eritrea verlaten is niet de werkloosheid, maar het systeem van de gedwongen dienstplicht waar veel Eritreeërs in vastzitten”, zegt Emiel Jurjens, de advocaat van de Eritrese-Nederlanders. „Dat systeem wordt door deze EU-investering niet aangepakt, maar juist genormaliseerd.”

Eritreeërs hebben moeite met integreren in Nederland, bleek uit een rapport uit 2018

Maandag was hierover een hoorzitting in het Europees Parlement. Tijdens een persconferentie zei Mulueberhan Temelso, de directeur van de stichting die sinds 2015 in Nederland woont, dat hij elf jaar lang dwangarbeid verrichte. „De regering bepaalt wat je baan wordt en dat moet je dan doen. Je mag niet kiezen voor iets dat jijzelf ambieert.” Hij werd al die jaren naar het westen van Eritrea gestuurd, ver van zijn familie.

Het ‘Noord-Korea van Afrika’

Eritrea heeft een van de meest repressieve regimes ter wereld. Alle Eritreeërs moeten vanaf hun schooltijd in dienst, voor onbepaalde tijd, soms tientallen jaren lang. Het Oost-Afrikaanse land wordt ook wel het ‘Noord-Korea van Afrika’ genoemd.

Op 8 februari kreeg het hoog bezoek van eurocommissaris Neven Mimica (Internationale samenwerking en ontwikkeling). De Kroaat had onder anderen een ontmoeting met Eritrea’s autoritaire leider Isaias Afwerk, de enige president die Eritrea ooit heeft gehad. Mimica beloofde dat de nieuwe wegen „duidelijke voordelen hebben voor de bewoners van beide landen [Ethiopië en Eritrea, red.] omdat ze duurzame groei en banen creëren”.

Het is onduidelijk of er ook op het vlak van mensenrechten toezeggingen zijn gedaan. Onder Afwerki verdwijnen mensen lukraak, zonder enige vorm van proces. Naar schatting 12 procent van de bevolking zou in het buitenland verblijven. Sinds augustus hebben meer dan 40.000 Eritreeërs het land verlaten. In Nederland kregen de afgelopen jaren meer dan 17.000 Eritreeërs een verblijfsvergunning.

Controversiële samenwerking

Mensenrechtenorganisaties maken zich al langer zorgen over de samenwerking tussen de EU en Afrikaanse landen. Zo traint en financiert de EU de Libische kustwacht om migranten tegen te houden. Sommige migranten worden daarbij opgesloten in detentiecentra, gemarteld en tot slaaf gemaakt. Eerder was er ook al kritiek op de EU-investeringen in het land, die banen zouden creëren en migratie zouden verminderen.

De samenwerking tussen EU en Afrikaanse landen: op bezoek in de barre detentiecentra voor migranten in Libië

„Daar gaan we weer”, dacht Europarlementariër Marietje Schaake (D66) toen ze over de investering in Eritrea las. „Het EU Afrika Trust Fund is geld dat door regeringen van lidstaten buiten het Europees Parlement om is gefinancierd”, zegt ze. „Wij hebben als europarlementariërs daarom minder invloed op wat er met dit geld gebeurt.” Schaake heeft dinsdag parlementaire vragen ingediend over de kans op dwangarbeid en vraagt om opschorting als er geen garanties komen over dwangarbeid door dienstplichtigen. De commissie erkent dat Eritrea mensen te werk stelt via de nationale dienstplicht en zegt dat de steun de mensenrechten moet bevorderen.

Als de EU de investering niet terugtrekt, zal de stichting naar de rechter stappen, zegt advocaat Jurjens. „Mijn cliënten zeggen dat er tot nu toe alleen ontwikkelingsgeld naar Eritrea ging als de mensenrechtensituatie zou verbeteren. Onze vraag is: Hoe ver wil de EU gaan om migratie in te perken?”