Erdogan blijkt nog lang geen Sisi

Turkije Hoewel de Turkse president macht naar zich toetrekt, won de oppositie grote steden. De democratie is dynamischer dan gedacht.

De beoogde nieuwe burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu, bezoekt met aanhangers het mausoleum van Atatürk.
De beoogde nieuwe burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu, bezoekt met aanhangers het mausoleum van Atatürk. Foto Adem Altan/AFP

President Erdogan heeft zijn macht de afgelopen jaren sterk uitgebreid. Hij zuiverde tienduizenden tegenstanders uit het leger, de politie en de rechterlijke macht. Hij zorgde dat de belangrijkste media één voor één in handen van bevriende tycoons kwamen. Hij marginaliseerde en criminaliseerde de oppositie. En hij verving het parlementaire stelsel door een presidentieel systeem, waarin hij meer greep heeft op de rechterlijke macht en andere instituties in Turkije.

Door dit ongelijke speelveld kwam de zege van de oppositie bij de lokale verkiezingen van zondag voor velen als een verrassing. Erdogan verloor niet alleen de hoofdstad Ankara, die 25 jaar werd bestuurd door zijn AK-partij en politieke voorlopers ervan. Wellicht verliest hij zelfs Istanbul, waar hij zijn politieke carrière begon en waar hij jarenlang burgemeester was. ‘Istanbul, een liefdesverhaal’, luidde de campagneslogan van de AKP. Maar de liefde lijkt voorbij.

Lees ook het NRC Commentaar: Turkse oppositie kan lessen trekken uit verkiezingsuitslag

Veel analisten voorspelden vooraf dat de AKP de grootste stad van het land nooit uit handen zou geven. Daarvoor is ze simpelweg te belangrijk. Istanbul is het economische en financiële centrum van Turkije. De stad speelt een belangrijke rol in de verdeling van geld, banen en sociale diensten. Zo geeft de gemeente veel geld aan islamitische welzijnsorganisaties, zoals die van Erdogans vrouw Emine.

Hoe kan de overwinning van de oppositie worden verklaard? Is de Turkse democratie veerkrachtiger dan velen dachten? Of is de macht van Erdogan gewoon niet zo groot als wel wordt voorgespiegeld?

„Deze verkiezingen laten zien dat Turkije nog altijd een dynamische democratie heeft”, zegt Hilal Kaplan, columniste van de regeringsgezinde krant Sabah. „De hoge opkomst van 84 procent laat zien dat de kiezers vertrouwen hebben in het electorale proces. En waarom zou Erdogan 102 verkiezingsbijeenkomsten houden in 48 dagen als hij zeker was van de zege. Dat zie ik de Egyptische president Sisi niet doen.”

Selim Koru, analist van de denktank TEPAV, denkt dat Erdogan op de grenzen van zijn populistische politiek is gestuit. „Hij wil de politieke ruimte domineren en het land transformeren, maar hij is niet bereid om de repressie toe te passen die daarvoor nodig is”, schreef hij in The New York Times. „Hij demoniseert de oppositie als medestanders van terrorisme, maar staat nog steeds toe dat ze deelnemen aan verkiezingen.”

Lokale bestuurders tegengewerkt

Hoewel de verkiezingscampagne verre van eerlijk verliep, is het stemmen zelf een van de weinige onderdelen van het democratisch proces waar Erdogan geen controle over heeft. Wel dreigde hij tijdens de campagne om nieuwe burgemeesters uit hun functie te zetten, als blijkt dat ze banden hebben met terroristen. Dit geldt vooral voor leden van de pro-Koerdische HDP in het zuidoosten.

Burgemeesters hebben in Turkije een scala aan bevoegdheden, vooral wat betreft lokale uitgaven en infrastructuurprojecten. Dit kan leiden tot conflicten met de centrale overheid, zoals eerder in zuidoost-Turkije.

Het is onduidelijk of een machtswisseling in Istanbul ook gevolgen kan hebben voor Erdogan’s prestigeprojecten, zoals het Istanbulkanaal, een tweede verbinding tussen de Zee van Marmara en de Zwarte Zee, die de huidige vaarroute over de Bosporus moet ontlasten.

Is de macht van Erdogan gewoon niet zo groot als wel wordt voorgespiegeld?

Ekrem Imamoglu, burgemeesterskandidaat van de oppositie in Istanbul, vindt het in ieder geval een verkeerde investering. „Het is geen prioriteit voor deze stad. Bijna 40.000 gebouwen lopen het risico om in te storten bij een aardbeving en er is een vluchtelingencrisis. Ik ben van mening dat het zinloos is dit project ook maar voor een minuut te bespreken.”

Gemeenten die in handen zijn van de oppositie, moeten grote projecten vaak zelf financieren. Dit was bijvoorbeeld het geval met de metro in Izmir, de derde stad van Turkije die bekendstaat als een seculier bolwerk. Hoewel de metrolijnen in Istanbul en Ankara waren aangelegd met financiële steun van het ministerie van Infrastructuur, moest Izmir het project grotendeels zelf betalen, waardoor de aanleg lang duurde. Erdogan dreef daar vaak de spot mee.

De cirkel is rond voor Erdogan

De verwachting is dat Erdogan dit gaat uitspelen. In de campagne waarschuwde hij kiezers voor wanbestuur van de oppositie. „Zelfs als ze winnen, dan zullen niet in staat zijn om te besturen. Waarom niet? Omdat ze niet in staat zullen zijn de salarissen te betalen van de ambtenaren. Alle rekeningen en schulden van de gemeenten zijn nu in onze handen.”

Istanbul en Ankara gaan inderdaad gebukt onder torenhoge schulden. Volgens onderzoek van de krant Cumhuriyet heeft Istanbul 22 miljard lira schuld, net zoveel als de totale begroting. In Ankara is de situatie nog nijpender. Vertrekkend burgemeester Mustafa Tuna – die vorig jaar werd aangesteld, nadat Erdogan zijn voorganger tot aftreden had gedwongen – zei tegen de krant Sabah: „Er is sprake van een crisis. De gemeente heeft schulden bij banken, markten, bouwbedrijven, verzekeringsmaatschappijen en de belastingdienst.”

Lees ook: Alle zeilen bij voor de Turkse lira

„Het verhaal van Erdogan begon in Istanbul en lijkt voor veel mensen nu op zijn einde te lopen”, stelt analist Koru. „Hij werd burgemeester in een tijd van crisis en maatschappelijke onrust. Ondanks tegenwerkingen slaagde hij erin van Istanbul een eiland van goed bestuur te maken. Voor veel mensen lijkt de cirkel rond. Nu kan hij de tiran worden die de opkomst van nieuwe leiders probeert te dwarsbomen. Het zal moeilijk worden dat narratief te veranderen.”

Foto EPA
Foto’s AFP/Reuters
Na de Turkse verkiezingen, zondag, werd door seculiere oppositiepartij CHP betoogd voor eerlijke hertellingen.
Foto’s AFP/Reuters/EPA