Opinie

    • Marc Hijink

Die ene flop waar Google blij mee is

Als je goed luistert, hoor je in Googles hoofdkantoor in Mountain View een zucht van verlichting. Deze week werd de stekker getrokken uit de consumentenversie van Google Plus. Dat is het sociale netwerk dat in 2011 Facebook de wind uit de zeilen moest nemen. Het werd een groteske flop en daar mag Google achteraf best blij mee zijn.

‘Plus’ werd gebruikers door de strot geduwd, door het sociale netwerk ongevraagd onderdeel te maken van elk denkbaar Google-product. Zelfs als je wilde reageren op YouTube-filmpjes, moest je een Plus-account hebben.

Al telde Google Plus op papier honderden miljoenen gebruikers, het netwerk bleef zo stil als koopzondag in Staphorst. Het was ook niet eenvoudig: je moest mensen in soorten relaties (‘cirkels’) indelen. Een goedbedoelde privacymaatregel, maar complex in vergelijking met het laagdrempelige Facebook. Dat netwerk moest in 2011 nog aan zijn grote groeispurt beginnen en zette juist alle kranen open: iedereen met één klik een vriend, iedereen mag alles de wereld inslingeren, apps krijgen ruimschoots toegang tot gebruikersdata. En precies dat gebruiksgemak speelt Facebook nu parten.

Het was hoog tijd dat Plus ‘gesunset’ werd, zoals Google het poëtisch uitdrukt. Op de valreep bleken door een fout data van 52,5 miljoen Plus-accounts toegankelijk te zijn voor andere app-ontwikkelaars. Klein bier vergeleken met de reeks privacy- en beveiligingsschandalen die Facebook achtervolgen, maar genoeg reden voor Google om zijn sociale netwerk een paar maanden eerder dan gepland om zeep te helpen, voordat meer lijken uit de kast komen rollen.

Dankzij het falen van Plus blijft Google de existentiële identiteitscrisis bespaard waarin Facebook zich bevindt. Deze week mocht Mark Zuckerberg opnieuw leeglopen in een opinieartikel in The Washington Post. De Facebook-oprichter wil strengere regels voor aanstootgevende inhoud (aanleiding: de video van de terreuraanslag in Christchurch die blijft opduiken op Facebook en YouTube). En hij vindt dat de strenge Europese privacyregels nu ook voor Amerikaanse internetgebruikers moeten gelden.

Dat klinkt vreemd uit de mond van een bedrijf dat zich zelf zo laks gedroeg. Nu Facebook onder vuur ligt, schuift Zuckerberg alsnog de verantwoordelijkheid door naar beleidsmakers: „Wij hebben te veel macht om zelf te besluiten over wat kan en niet kan.” Ook wast hij, toepasselijk zo net voor de paasdagen, bij voorbaat zijn handen in onschuld: „Op onze schaal zullen we altijd fouten blijven maken en beslissingen nemen waarmee mensen het niet eens zijn.”

Dat laatste klopt als een bus. Donderdag introduceerde Facebook nieuwe regels om nepnieuws en propaganda, bijvoorbeeld van Russische trollen, tijdens de Europese verkiezingen tegen te gaan. Een van de maatregelen is dat mensen die een politieke advertentie op Facebook plaatsen, zich moeten registreren in het land waar die advertentie te zien is.

Goed idee, zou je zeggen. Maar prompt klonken protesten uit Brussel, omdat het zo extra lastig wordt om in de hele Europese Unie een campagne te voeren. Het absurde gevolg: Europese politieke partijen lobbyen nu bij Facebook of die regels misschien een tikkie losser kunnen. Het is niet goed of het deugt niet, dat is het lot van sociale media.

Marc Hijink is redacteur technologie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.