De wederkomst van moordenaar Charles Manson

Achtergrond Vijftig jaar na de bloedige Tate-LaBianca-moorden beleeft Charles Manson een kleine revival.

Aandachtsjunkie en sekteleider Charles Manson overleed in 2017 in de gevangenis. Wat zou hij hebben genoten van de hernieuwde aandacht voor zijn ‘Family’, een halve eeuw na de beruchte Tate-LaBianca-moorden. Want in Cannes gaat in mei (vermoedelijk) Quentin Tarantino’s Once Upon a Time in Hollywood in première, met Leonardo DiCaprio als buurman van slachtoffer Sharon Tate (Margot Robbie).

Het Imagine Film Festival, gewijd aan de genrefilm, besteedt vanaf 10 april aandacht aan sekten in de film. Schrijver Ian Cooper houdt een lezing in het Eye Filmmuseum met speciale aandacht voor Charles Manson, die een subgenre inspireerde: ‘Mansonploitation’. Films vol bloed, blote hippies, groepsseks en psychedelische beelden. Imagine vertoont één van de betere, het groezelige The Manson Family uit 1997.

Cooper schreef er een boek over: The Manson Family on Film and Television. En, bekent hij over de telefoon, bezondigt zich ook zelf aan Mansonploitation: onlangs verkocht hij de rechten op zijn scenario Thorns. „Over een sekteleider die beweert dat hij de wederkomst van Christus is. Met als tagline: this time he’s angry.”

Lees ook de necrologie van Manson, bij zijn overlijden in 2017: Charles Manson: hippie uit de hel

Charles Manson, een gewelddadige pooier, had zijn halve leven achter de tralies doorgebracht toen hij als 32-jarige werd vrijgelaten tijdens de ‘summer of love’ van 1967. In San Francisco betoverde hij met zijn gitaar en charisma een groep hippies, onder wie veel meisjes uit de middenklasse. Op de Spahn Ranch, de oude filmset van westernseries als Bonanza, en later in Death Valley vormde hij een commune gebaseerd op LSD en vrije liefde: The Family.

Toen Manson geen voet aan de grond kreeg in de muziekindustrie van Los Angeles - hij wilde rockster worden - muteerde zijn liefdessekte via prostitutie, inbraak (‘creepy crawling’) en roofmoorden tot een rancuneuze doodscultus. Geïnspireerd door de Beatlessong Helter Skelter, in Mansons ogen een aankondiging van een apocalyptische rassenoorlog, stuurde hij op 8 en 9 augustus 1969 zijn sekte op pad om een schokkend bloedbad aan te richten. Bij twee inbraken brachten ze zeven mensen met pistolen en messen om het leven en kliederden met bloed slogans op de muur: Pigs, Rise, Healter Skelter’ (sic).

De Tate-LaBianca-moorden troffen het hart van Hollywood, want de bloedigste aanval was op de villa van regisseur Roman Polanski op 10050 Cielo Drive. Zijn hoogzwangere echtgenote, actrice Sharon Tate, werd daar met 16 messteken om het leven gebracht, samen met vier bezoekers. Polanski was zelf in Londen, Quincy Jones en filmster Steve McQueen, die voor het diner waren uitgenodigd, ontsprongen de dans.

Waarom raakte Manson niet in vergetelheid? Zijn sekte telde weinig leden en zijn ‘bodycount’ is te verwaarlozen naast de 819 doden van Jim Jones’ People’s Temple in 1978 of de 79 doden van de Branch Davidians in 1993. „Omdat zijn slachtoffers rijk, mooi en beroemd zijn”, vermoedt Ian Cooper. „Sharton Tate was een filmster, Polanski had net een grote hit gescoord met Rosemary’s Baby, over een satanische sekte. Dat maakte hem tot verdachte, maar toen dat niet klopte werd het verhaal nog interessanter, met waanzin, seks, drugs en rock ’n roll.”

Het lag ook aan Charles Manson zelf, denkt Cooper. Hij maakte op zijn proces in 1971 een onuitwisbare indruk als een geschifte, maar hoogst citeerbare messias van het kwaad: „No sense makes sense”, „Ik ben jullie spiegelbeeld”. Manson probeerde de rechter neer te steken met een potlood, zijn vrouwen bleven hem trouw, kerfden een x in hun voorhoofd of schoren zich kaal als de meester dat gebood. Girls next door geïndoctrineerd tot hysterische zombies: Mansons foto met uitpuilende ogen werd een iconische poster. Waarna hij zijn status van ‘Elvis van de massamoord’ (Cooper) cultiveerde in tv-interviews. Toen Californië dat in 1994 verbood, was hij hoogst chagrijnig.

In zijn boek The Manson Family on Film and Television analyseert Cooper de talloze films en documentaires die op Manson zijn geïnspireerd en zijn invloed op law & order-films als Dirty Harry. Manson zou eigenhandig de hippiedroom ten grave hebben gedragen. ‘The man who killed the sixties’, zo heet het. Hij was een heraut van de grimmige jaren zeventig met zijn misdaad-epidemie, seriemoordenaars en terroristen. Cooper vindt dat overdreven. „De hippie-utopie stierf al in 1968, met de moorden op Martin Luther King, Bobby Kennedy en Malcolm X en rellen overal.” Wel bevestigde Manson de ergste angsten over de tegencultuur en schraagde hij zo president Nixons ‘zwijgende meerderheid’ en ‘War on Drugs’.

Charles Manson, leider van sekte The MansonFamily,op weg naar de rechtbank in 1970. Foto AP

Charles Manson blijkt een hardnekkig icoon: de 21ste eeuw bracht een kleine revival. Op internet zien fanclubs hem als een onbegrepen profeet en milieu-visionair. Er verschenen nieuwe documentaires, docudrama’,en biopics over leden van Manson Family - Leslie, My Name is Evil(2009), Manson’s Lost Girl (2016, over spijtoptant Linda Kasabian) - en uiteraard ook horror als Snuff-Movie(2005), waarin Jeroen Krabbé een regisseur speelt die ooit zijn zwangere vrouw verloor aan een sekte en dat bloedbad nu zelf herhaalt met acteurs: Polanski die Manson wordt.

Dit soort films over ‘hipsters zonder iPhones’ (Cooper) bleven onder de radar, maar dat geldt niet voor het in Venetië vertoonde Charlie Says - met Mansons bruiden als slachtoffers - of culthit Mandy (2018), een film met Nicolas Cage, waarin een sekte zich te buiten gaat aan LSD, vrije seks en moord op zijn vriendin. Met Tarantino’s Once Upon A Time in Hollywood lijkt Manson helemaal terug.

Vanwaar die blijvende interesse? Ian Cooper speculeert dat we in de 21ste eeuw affiniteit voelen met de Mansonjaren. „We kregen een tweede Vietnam in Irak, de politiek is extreem gepolariseerd, er gaapt een kloof tussen hipsters en boze ouderen, we zijn bang voor een milieucatastrofe en geïndoctrineerde terroristen. Dat zijn raakvlakken, maar het blijft gewoon ook een bloedstollend verhaal.”