‘Combineer Cito-toets met docentadvies in breed advies’

Onderwijs De regering wil de eindtoets weer leidend maken voor schooladviezen. Maar Utrechtse onderzoekers zeggen: weeg docentoordeel mee.

Leerling van groep 8 van basisschool De Horizon buigt zich over de CITO-toets.
Leerling van groep 8 van basisschool De Horizon buigt zich over de CITO-toets. Koen van Weel

Basisschoolleraren en de Cito-eindtoets zijn ongeveer even goed in het voorspellen van het niveau dat leerlingen op de middelbare school aankunnen. Voor driekwart van de leerlingen komen de uitslag van de eindtoets en advies voor voortgezet onderwijs van de docent overeen, of de twee adviezen overlappen. Voor het kwart van de leerlingen waar beide adviezen niet overlappen, geldt: als een leerling in het derde leerjaar op het VWO is beland, dan had de toets dat ruim twee keer zo vaak al voorspeld als de docent. Maar voor de leerlingen die op het vmbo of de havo belanden, had de docent dat juist weer vaker voorspeld.

Dat blijkt uit onderzoek van statistici Kimberley Lek en Rens van de Schoot van de Universiteit Utrecht, dat in het aprilnummer van vakblad De Psycholoog verschijnt. Zij keken op welk schoolniveau leerlingen werden geplaatst die in schooljaar 2014-2015 aan het eind van de basisschool de centrale eindtoets van Cito maakten én waar die leerlingen in het schooljaar 2017-2018 terecht waren gekomen: vmbo, havo of vwo. De statistici gebruikten daarbij CBS-gegevens van een hele jaargang Nederlandse leerlingen, alle 119.751 bij wie de schoolplaatsingsgegevens, de Cito-eindtoets-score én het docentadvies uit 2015 bekend waren.

Lees ook: Niets is superieur bij schooladvies. Docent niet en eindtoets niet.

Docenten geven gemiddeld een lager schooladvies dan de eindtoets. Bij 56,1 procent zijn beide adviezen hetzelfde, maar bij 29,4 procent van de leerlingen ligt het toetsadvies minstens een half niveau hoger dan het docentadvies (bijvoorbeeld het verschil tussen een havo-advies en een havo-vwo-advies; bij de resterende 14,5 procent ligt het docentadvies juist minstens een half niveau hoger). De voorzichtigheid van de docenten lijkt niet onredelijk als je ziet waar de leerlingen uiteindelijk belanden.

Docentadvies is leidend

De onderzochte jaargang leerlingen is de eerste voor wie het docentadvies leidend werd. Met ingang van 2014-2015 wordt de centrale eindtoets pas afgenomen als dat docentadvies al bekend is. Dat zou de druk wat van de eindtoets afhalen en als de uitslag daarvan toch hoger uitvalt, kan het docentadvies nog naar boven worden bijgesteld, was het idee. Maar in de praktijk gebeurt dat bijstellen slechts bij 1 op de 6 leerlingen die ervoor in aanmerking komen (het Centraal Planbureau gaat uit van 1 op de 3). Vooral mondige, hoogopgeleide ouders zouden het voor hun kinderen bepleiten. Zo groeit de kansenongelijkheid. Dus willen de regeringspartijen de eindtoets nu weer eerder afnemen en leidend maken. Het ministerie van OCW komt in mei met een officiële evaluatie van de huidige werkwijze.

Lek en Van de Schoot bepleiten in hun artikel een derde optie: combineer het advies van docent en eindtoets door het advies breder te maken (bijvoorbeeld havo-vwo in plaats van enkelvoudig havo óf vwo). Dan maak je gebruik van de expertise van enerzijds de docent, die de leerlingen lang heeft meegemaakt maar bij wie onbewuste vooroordelen een rol kunnen spelen, en anderzijds de toets, die objectiever is maar slechts een momentopname. En je stelt de uiteindelijke keuze voor een type voortgezet onderwijs uit – dat lijkt de onderzoekers óók een goed idee.