Camera kapot, leraar onwetend, cijfer verdwenen

Fotovakschool Docenten en studenten klagen over „chaos” bij de Nederlandse Fotovakschool (hbo en mbo). De wanorde in vijf problemen.

Filiaal van de Nederlandse Fotovakschool in Amsterdam (links) en de Dutch Filmers Academy.
Filiaal van de Nederlandse Fotovakschool in Amsterdam (links) en de Dutch Filmers Academy.

Leraren die vakken moeten geven waar ze geen verstand van hebben. Kapotte camerasets en beamers die weken niet worden gerepareerd. Toetsformulieren die niet worden begrepen door leraren. Cijfers die zoekraken. Een student die alle opdrachten opnieuw moest maken nadat de docent diens beoordelingsformulier verkeerd had ingevuld. Een leraar die naar eigen zeggen door de schoolleiding werd gevraagd om voldoendes in het systeem in te voeren toen gegevens kwijt waren.

Medewerkers, leraren en studenten klagen over „chaos” bij de in 1940 opgerichte Nederlandse Fotovakschool. Deze particuliere school, met tweeduizend cursisten en hbo- en mbo-studenten verspreid over zes filialen in Apeldoorn, Rotterdam, Amsterdam, Eindhoven, Venlo en Boxtel, huisvest particuliere opleidingen in foto’s en video. Sinds 2014 kent de Fotovakschool, naast cursussen, twee fulltime particuliere hbo-bacheloropleidingen: Toegepaste Fotografie en Beeldcommunicatie en de Dutch Filmers Academy.

De opleidingen hebben last van groeistuipen, zegt de directie. Een groep van acht docenten stuurde mede namens ruim dertig anderen de brancheorganisatie Kunstenbond een brandbrief met tientallen klachten over het onderwijs, de organisatie en de arbeidsvoorwaarden op de Nederlandse Fotovakschool. Ook de Inspectie van het Onderwijs heeft „signalen” ontvangen over de school. Maar over de omvang, de aard en de inhoud ervan wil een woordvoerder nu niks kwijt. „We onderzoeken de signalen nog.”

Wat is er mis op de Nederlandse Fotovakschool?

NRC voerde met ruim twintig studenten en docenten gesprekken. Vrijwel niemand wil on the record spreken uit angst voor ontslag, represailles of anderszins. Stukken en notulen van vergaderingen en van opleidingscommissies bevestigen echter hun verhaal. De ‘chaos’ ontleed in vijf problemen.

De meeste docenten zijn zzp’er

Medewerkers ervaren grote afstand tot het college van bestuur. Zij durven bij de schoolleiding geen kritiek te uiten uit angst voor ontslag. 80 procent is zelfstandige zonder personeel (zzp). De groep kan gemakkelijk worden uitgeroosterd en dat gebeurde de afgelopen jaren regelmatig bij conflicten. Er is weinig protest, want anders dan een publieke instelling hoeft een particuliere school geen medezeggenschapsraad te hebben.

Ook een ondernemingsraad ontbreekt, zegt Karin Boelhouwer, belangenbehartiger voor de kunsteducatie bij de Kunstenbond. „Ze houden het aantal mensen in vaste dienst net beneden de vijftig zodat er geen ondernemingsraad hoeft te zijn. De opleiding koketteert met praktijkdocenten en wil om die reden meer zzp’ers. Tegelijkertijd is er wel sprake van een gezagsverhouding, werktijden, roostering en inhoud en vormgeving van het onderwijs. Medewerkers zeggen dat de 20 procent opslag op de betaalde lesuren niet genoeg is voor de voorbereidingstijd. Of ze moeten lesgeven in vakken waar ze geen verstand van hebben. Vragen stellen wordt niet gewaardeerd. Een goede schoolleiding staat mensen toe om zich bij te scholen en zet ze niet op stel en sprong in.”

Docenten geven les in vakken waar ze geen verstand van hebben

Karin Boelhouwer Kunstenbond

Zzp’ers maken de school wel flexibeler. Docenten hebben meestal een eigen foto- of videobedrijf. „De flexibele schil zorgt ervoor dat de studenten les kunnen krijgen van specialisten en dat de opleiding kan inspelen op actuele ontwikkelingen”, stelde de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) in haar rapport over de hbo-opleiding fotografie. Maar dat 80 procent van de leraren zzp’er is, is veel vergeleken bij publieke hogescholen, waar dat gemiddeld een op de drie zelfstandige is. In het mbo is dat percentage nog veel lager.

Volgens medewerkers is het grote aantal zzp’ers deels de oorzaak van de chaos wegens gebrek aan persoonlijke betrokkenheid. Door het ontbreken van medezeggenschap voelen medewerkers een grote afstand tussen het college van bestuur en henzelf. Niemand durft de eerste te zijn om een personeelsvertegenwoordiging voor te stellen. „Als ik dat doe, leg ik mijn hoofd op het hakblok”, zegt een leraar.

Problemen op de werkvloer

Nieuwe, niet goed ingevoerde zzp’ers moeten vaak zelf uitvinden hoe alles werkt. Op papier staat dat een ‘buddyleraar’ de nieuweling wegwijs moet maken, maar die ontbreekt vaak.

Een freelance leraar vertrok afgelopen december zwaar teleurgesteld na een jaar lesgeven: „De beschrijvingen van de lessen waren haastig in elkaar gezet. Als ik maandag moest lesgeven, kreeg ik pas vrijdag te horen wat ik moest behandelen. Sommige onderdelen kwamen uit Wikipedia. Een lesboek arriveerde pas in de vijfde week van de cursus. Het was echt geen hbo-niveau.” Toen de betrokken docent deze problemen aan de orde stelde bij de leiding bleef reactie uit. „Ik wilde niet langer zo lesgeven.”

Docenten die er nog werken, herkennen dit verhaal. Lesprogramma’s zijn vaak helemaal niet klaar, dus moeten leraren improviseren. Veel leraren begrijpen de toetsformulieren niet, dus vullen ze alleen een cijfer in of slaan er bij de beoordelingspunten maar een slag naar.

Die formulieren werden vaak verkeerd ingeleverd of digitaal opgeslagen zodat de administratie op zoek moest om het cijfer te vinden. Studenten kregen soms onterecht een negatief bindend studieadvies hoewel ze alle toetsen hadden gehaald. Een medewerker zegt om die reden te zijn aangespoord om voor een bepaalde klas dan maar voldoendes in te vullen.

Afgelopen weken waren administrateurs bezig om verloren toetsresultaten op te sporen. Verscheidene leraren kregen verzoeken om tentamenbriefjes in te vullen of cijfers te bevestigen. Een leraar zei dat het niet meer lukte om die cijfers te leveren.

Intussen zijn de medewerkers, ook freelancers en zzp’ers, steeds minder tevreden, blijkt uit tevredenheidspeilingen. Het gemiddelde rapportcijfer daalde van 7,3 in 2012 naar 6,8 in 2016. Dat is nog steeds voldoende. Maar de deelname aan deze onderzoeken is gestaag teruggelopen, van 64 naar 32 procent. Sommige medewerkers zijn bang dat ze door hun antwoorden worden herkend. In het onderzoek van 2018 was de respons dankzij interne aansporingen weer gestegen naar 51 procent. Maar de resultaten van dat onderzoek zijn nooit verspreid onder de werknemers.

Uit de onderzoeken blijkt dat de medewerkers gemotiveerd zijn voor hun vak en prijs stellen op hun collega’s. Maar de arbeidsvoorwaarden, interne en externe communicatie en het contact tussen de vestigingen krijgen steevast onvoldoendes. Een medewerker: „Er lopen hier echt wel goeie mensen rond, maar ze worden niet goed ingezet.”

Het particulier onderwijs wordt steeds groter in Nederland. Lees over particuliere scholen ook: Een hbo-opleiding van 20.000 euro

De lesroosters worden last minute bekend

De leraren worden gedicteerd door de lesroosters die directeur-eigenaar Ludwik Szwajcer in eigen persoon maakt. „Er is iedere keer opnieuw gedonder”, zegt een medewerker. Uren kunnen op het laatste moment worden omgegooid, zodat leraren ineens moeten opdraven. De school houdt vol dat alleen mensen in vaste dienst altijd beschikbaar moeten zijn, maar freelancers zeggen dat het ook voor hen geldt. Wie weigert, riskeert minder werk. Er bestaat een ruim aanbod van fotografen en videomakers die willen lesgeven.

Toen vorige zomer de lesperiode met een week werd ingekort, was dat niet verwerkt in het curriculum, blijkt uit notulen en een lesplan. Dat verbaast een leraar niet: „Docenten moeten de klappen van boven opvangen voor de studenten”, zegt hij.

Een van de twaalf gesproken leraren houdt vol dat hij tevreden is. De werktijden en onbetaalde uren op de Nederlandse Fotovakschool zijn volgens hem elders in het onderwijs ook gebruikelijk: „Wat ik meemaak aan werkdruk en de extra uren zijn algemeen gangbaar in het hoger onderwijs”, zegt hij.

Volgens Paul Akkermans, voorzitter van het college van bestuur in Apeldoorn zijn er genoeg waarborgen: de docentenvergadering, de verscheidene commissies voor het curriculum, de examens en de opleidingen. Maar die commissies worden volgens docenten en studenten vaak ook overvallen door wat de directie en vestigingsleiders beslissen.

Freelancers zeggen dat ze zelden aan een docentenvergadering deelnemen. „Op papier is het een mooie opleiding, maar de directie heeft geen enkele affiniteit met de werkvloer en wat en hoe het er daar aan toegaat”, reageert een voormalig medewerker.

Onduidelijke kwaliteit van onderwijs

Op de Facebook-pagina Videomattie – van mensen die geïnteresseerd zijn in het maken van video – overheerst de kritiek van studenten. Een ex-student die onlangs op latere leeftijd de mbo-opleiding had gevolgd na een carrière in het mbo-onderwijs zei dat hij het pedagogisch didactisch niveau van de mbo-leraren „benedengemiddeld” vond.

Onafhankelijke studentenenquêtes ontbreken. „Instelling maakt gegevens niet bekend”, meldt de Keuzegids Hbo. „We hebben geen of onvoldoende betrouwbare informatie”, zegt de overheidssite Studiekeuze123.

Vorig jaar werd de Dutch Filmers Academy als officiële hbo-opleiding geaccrediteerd door de NVAO, zodat het bachelordiploma officieel wordt erkend. Het begeleidende rapport rept van „bevlogen” docenten. Beschikbaarheid van apparatuur is een „aandachtspunt” en niet alle toetsvragen zouden van bachelorniveau zijn.

In 2014 verleende dezelfde organisatie een accreditatie voor zes jaar aan de hbo-bachelor toegepaste fotografie en beeldcommunicatie. Er was lof voor de kleinschaligheid en het enthousiasme van leraren en studenten, maar er ontbreekt „een inhoudelijke visie op leidinggevend niveau”, was de conclusie.

Daarvan zeggen docenten dagelijks de gevolgen te ondervinden. De directie komt uit het onderwijs maar niet uit de fotografie. De accreditatie moet volgend jaar worden vernieuwd en inmiddels is de opleiding snel gegroeid.

Weinig geld, geen overheidsbijdragen

Voordeel van een particuliere school is de flexibiliteit. Nadeel is dat een particuliere instelling geen overheidsbijdragen krijgt. Terwijl studenten drie keer zo veel collegegeld betalen als bij een publieke instelling, krijgen ze er minder voor terug.

De collegegelden mogen niet veel hoger worden dan 6.000 euro per jaar, zegt voorzitter Akkermans. Hij „wil geen elite-onderwijs”. Voor een hbo-opleiding met apparatuur en studio’s is 6.000 euro per student weinig. Ter vergelijking: een publieke hogeschool krijgt jaarlijks gemiddeld 9.100 euro per student.

Studenten moeten excursies zelf betalen en camera’s huren. En hoewel de bestuursvoorzitter volhoudt dat klassen maximaal vijftien leerlingen tellen, loopt dat aantal volgens medewerkers regelmatig op tot zeventien, terwijl de aantallen camerasets, vierkante meters en presentatie-uren op veertien studenten zijn afgestemd.