Bouwhuis en Wiegel vrijuit bij mislukt project op Ibiza

Deze rubriek belicht kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal civiel recht.

Foto iStock

De obligatiehouders van het ter ziele gegane vastgoedfonds Bouw State V kunnen definitief fluiten naar hun centen, in totaal 7,75 miljoen euro. Dit staat vast nu de Hoge Raad vorige week het cassatieberoep heeft verworpen van 55 gedupeerde beleggers tegen de uitspraak van het hof in Leeuwarden. Het prospectus waarmee de Apeldoornse vastgoedondernemer Jonald Bouwhuis in 2008 met medewerking van VVD-coryfee Hans Wiegel investeerders wierf, bevatte weliswaar een misleidende passage en ook maakte Bouwhuis een „inschattingsfout”, maar beide zijn niet zo ernstig dat hij als (enig) bestuurder van Bouw State V of als privépersoon aansprakelijk gesteld kan worden voor de schade die de beleggers mede daardoor hebben geleden.

De zaak spitst zich toe op een investering in appartementen op Ibiza in de jaren 2008-2009. Het prospectus schiep een beeld van een relatief veilige belegging met een gegarandeerd rendement van 9 procent. „Daar kunt u zeker van zijn”, aldus voorzitter Wiegel van de Stichting Obligatiehouders in Bouw State V in spotjes rondom het tv-programma Businessclass van Harry Mens. In het prospectus stond dat de appartementen klaar waren, maar ze waren nog in aanbouw. Daardoor liepen de beleggers (á 50.000 euro per obligatie) risico’s die zich voordoen bij projectontwikkeling en die zij op grond van de informatie in het prospectus niet hoefden te verwachten. Toen de bouw uitliep, verwachte huurinkomsten uitbleven en de vastgoedmarkt instortte, verdween hun investering als sneeuw voor de zon. In eerste aanleg concludeerde de rechtbank Leeuwarden in 2017 nog tot aansprakelijkheid van Bouwhuis, maar in hoger beroep ging dat vonnis van tafel. Geen van de klachten die de obligatiehouders daar tegen inbrachten, kon de Hoge Raad vermurwen.

Uitspraak: ECLI:HR:2019:448