AIVD: meer radicale invloeden in islamitisch onderwijs

Islamitisch onderwijs De inlichtingendienst zegt in het jaarverslag dat in het islamitisch onderwijs „mogelijk een voedingsbodem wordt gecreëerd voor jihadisme”.

Gebouw van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in Zoetermeer.
Gebouw van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in Zoetermeer. Foto Lex van Lieshout/ANP

Radicale predikers krijgen een steeds grotere invloed op het onderwijs voor jonge moslims in Nederland. Daarvoor waarschuwt inlichtingendienst AIVD deze dinsdag in zijn jaarverslag. Volgens onderzoek van de dienst neemt een deel van deze salafistische „aanjagers” binnen met name het naschoolse islamitische onderwijs een „dubbele houding” aan ten opzichte van het gebruik van geweld en wordt „mogelijk een voedingsbodem gecreëerd voor jihadisme”.

Het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam raakte vorige maand in opspraak toen uitlekte dat de AIVD het gemeentebestuur had gewaarschuwd dat op de school anti-democratische boodschappen werden verkondigd. Leden van het schoolbestuur zouden banden hebben gehad met een Tsjetsjeense terreurbeweging, en de omstreden Britse prediker Haitham al-Haddad bezocht de school voor „heimelijke bijeenkomsten”.

De AIVD is bezorgd dat in steeds meer islamonderwijs „anti-integratieve boodschappen” worden verkondigd. In het jaarverslag constateert de dienst dat „een nieuwe generatie welbespraakte predikers zich sterk weet te positioneren binnen het aanbod van het onderwijs voor jonge moslims”. Daarbij gaat het volgens de AIVD met name om naschoolse lessen Arabisch of islam.

Waar hun gedachtegoed eerder slechts via een aantal moskeeën en onderwijsinstellingen werd verspreid, noemt de AIVD het aanbod van dit soort onderwijsprogramma’s nu „wijdvertakt”. Daardoor worden lessen van radicale predikers volgens de geheime dienst nu ook aantrekkelijk voor leerlingen met een gematigde achtergrond.

Lees ook: Situatie rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum escaleert

De terreurdreiging is afgelopen jaar volgens de AIVD „onverminderd”. De dienst noemt het „zeer zorgelijk” dat een deel van de ongeveer vijfhonderd jihadisten in Nederland nog altijd de ambitie heeft een grote aanslag te plegen.

Ook vanuit het buitenland blijft er dreiging. Terreurbeweging IS is militair dan zo goed als verslagen, maar is ondergronds gegaan en het gedachtengoed blijft een inspiratie voor jihadisten. Al-Qaeda manifesteert zich intussen weer meer en heeft „de afgelopen jaren in de luwte van IS kunnen werken aan het versterken van zijn organisatie”, waarschuwt de AIVD.

Terugkerende jihadisten

Een deel van de terreurdreiging blijft ook komen van terugkerende jihadisten uit Syrië en Irak. Eind vorig jaar waren zo’n 55 strijders teruggekeerd naar Nederland en verbleven er nog 135 Nederlandse strijders in de landen, meldt de AIVD. Over het Nederlandse detentiesysteem voor (ex)-terroristen, die bij elkaar op gesloten afdelingen worden geplaatst, heeft de geheime dienst zorgen omdat dit kan leiden tot „ongewenste onderlinge beïnvloeding en vorming van nieuwe netwerken”.

Op het gebied van politieke en economische spionage zijn de dreigingen die op Nederland afkomen volgens de AIVD „complex en agressief”. Buitenlandse mogendheden proberen zich met digitale aanvallen toegang te verschaffen tot „vitale processen in ons land”, schrijft de AIVD. Doordat deze landen steeds vaker via de internetproviders van organisaties of personen proberen te hacken „is het steeds ingewikkelder te achterhalen wie de achter de aanvallen zit”, schrijft de AIVD.

Landen die cyberprogramma’s hebben die specifiek gericht zijn tegen Nederland zijn volgens de AIVD Rusland, China en Iran. AIVD-baas Dick Schoof vindt daarom dat Nederland niet afhankelijk moet zijn van deze landen als het gaat om cruciale technieken als 5G.

De AIVD concludeerde eerder dat de islamitische school Haga Lyceum banden had met terreurbeweging IS

Het jaarverslag van de AIVD is het eerste sinds vorig jaar de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van kracht werd. Die gaf de diensten ruimere bevoegdheden, maar regelde ook dat er een nieuwe toezichthouder kwam die vooraf de inzet van speciale bevoegdheden als ongericht hacken en het onderscheppen van bulkdata toetst.

De impact van de nieuwe wet voor de werkwijze van de wet is „groter dan vooraf gedacht”, schrijft AIVD-baas Dick Schoof in het voorwoord. Toezichthouder CTIVD concludeerde in december al dat de inlichtingendiensten belangrijke delen van de nieuwe wet nog niet goed hebben geïmplementeerd. Schoof erkent dat het „meer tijd en inzet kostte om de waarborgen voor de burgers in de werkprocessen door te voeren”. Hij belooft voor het komende jaar beterschap, maar vraagt ook begrip. „Ons werk is blijvend veranderd.”