De zekerheid van saaie aandelen

Vier vragen Geen zin om voortdurend je aandelen te moeten volgen? Kies dividendaandelen. Geen wilde koerswinsten, wel een vrij stabiel rendement.

Illustratie Fokke Gerritsma

Jaar na jaar stegen de koersen op de aandelenbeurzen, maar volgens experts zijn die tijden voorbij. Ophouden met beleggen dan maar? Ook een optie is het accent te verleggen van zogenoemde groeiaandelen, waarbij je het vooral van de koerswinst moet hebben, naar dividendaandelen. Je belegt dan in doorgaans degelijke bedrijven, die geen spectaculaire koerswinsten boeken, maar wél een groot deel van hun bedrijfswinst aan aandeelhouders uitkeren – dividend, dus.

  1. Wat is het voordeel van dividend?

    Dividend krijg je jaarlijks uitgekeerd, vaak in porties, en je kunt er een aardig rendement mee behalen. Begin dit jaar hadden de Europese aandelen een gemiddeld dividendrendement van 3,8 procent, becijferde de Duitse vermogensbeheerder Allianz Global Investors.

    Maar een grote groep bedrijven keert beduidend meer uit. Zo keert verzekeraar Aegon over 2018 in totaal 29 eurocent dividend per aandeel uit. Als je duizend aandelen bezit, met een waarde van ongeveer 4.400 euro, dan levert dat 290 euro op. Daarmee komt je dividendrendement uit op zo’n 6,5 procent.

    Het geld dat je binnenkrijgt, kun je naar eigen inzicht opnieuw beleggen, maar óók gebruiken als aanvulling op je inkomen. Bij een karig pensioen kan dat dus een uitkomst zijn.

  2. Welke aandelen moet je hebben?

    Interessant zijn bedrijven die niet alleen stevige dividenden uitkeren, maar daarin ook door de jaren heen trouw zijn. Deze ‘dividendaandelen’ zijn te vinden in een aantal bedrijfstakken: oliemaatschappijen, telecombedrijven en de financiële sector. Zij bieden op dit moment dividendrendementen van minimaal 5 procent.

    Shell, sinds de jaren dertig van de vorige eeuw bekend als ‘weduwen- en wezenfonds’, behoort al jaren bij de beste dividendbetalers ter wereld, zo blijkt uit een door de Britse vermogensbeheerder Janus Henderson opgestelde lijst. Maar ook farmaceuten, vastgoedfondsen en producenten van consumentengoederen zijn van oudsher royaal met dividenden.

    Je zou kunnen zeggen dat deze bedrijven een beetje „saai” zijn, aldus onafhankelijk beleggingsadviseur Martine Hafkamp van Fintessa Vermogensbeheer. „Het gaat vaak om stabiele, financieel gezonde bedrijven, waarvan geen hoge koersstijgingen te verwachten zijn. Ze hebben natuurlijk wel aandeelhouders nodig, dus binden ze die met dividenden.”

    In moeilijke tijden kunnen deze bedrijven volgens Hafkamp vaak ook wat meer hebben. „Meestal zijn ze minder gevoelig voor een dalende beurs dan bijvoorbeeld technologiebedrijven, waarvan de koersen vooruitlopen op enorme winsten in de toekomst. Deze bedrijven hebben zich al bewezen.”

    Jorik van den Bos kan dit beamen. Met zijn team beheert hij het Kempen Global High Dividend Fund, dat ruim één miljard euro in dividendaandelen belegt. Bij een neerwaartse beurs presteert zijn fonds doorgaans beter dan de aandelenmarkt als geheel, constateert hij.

    Lees ook: Kun je beginnen met beleggen als je daar (bijna) niets van af weet en weinig geld hebt?
  3. Wat zijn de risico’s?

    In 2012 waarschuwde Hafkamp een belegger die de helft van zijn beleggingsportefeuille had ingeruimd voor aandelen KPN. Hoe fraai de jaarlijkse dividenden ook waren, zó afhankelijk zijn van één bedrijf vond ze echt te link. „Helaas kreeg ik een jaar later gelijk, toen het dividend twee achtereenvolgende jaren werd geschrapt.” Die belegger had natuurlijk altijd zijn aandelen nog, maar daarvan was de waarde óók gekelderd: van de koers was nog maar een derde over.

    Zeker van dividend ben je nooit, al zullen de meeste uitkeerders hun best doen het te handhaven – zelfs als ze daarvoor een beetje moeten interen op hun eigen vermogen. Fondsbeheerder Van den Bos zette de mondiale winstontwikkeling van beursgenoteerde bedrijven sinds 1970 af tegen de uitgekeerde dividenden. „In tijden van winstdalingen vallen dividenduitkeringen inderdaad veel minder sterk terug”, concludeerde hij.

    Maar wat als het bedrijf weliswaar trouw dividend blijft uitkeren, en intussen onderuitgaat op de beurs? Als je voor de langere termijn belegt en je hebt meerdere bedrijven in je portefeuille, dan moet je daar tegen kunnen, zegt beleggingsadviseur Hafkamp. De koers kan na een tijdje weer opveren en dan heb je van zo’n tussentijdse dip helemaal geen last. „Koersfluctuaties moet je eigenlijk voor kennisgeving aannemen. Kijk maar naar beursindices, die het gemiddelde meten van een mandje aandelen. Over een periode van vijftien jaar staan die nooit op verlies.”

    Raadpleeg niet te vaak de koerspagina’s, adviseert ook Van den Bos. „Stel dat je in 2008, vlak voor de financiële crisis uitbrak, Shell hebt gekocht. Dan heb je tien jaar lang braaf dividend ontvangen en staat de koers inmiddels nog hoger ook.”

    Oppassen is het met wel érg hoge dividendrendementen, waarschuwen de experts. Vaak zijn die het gevolg van een koersval. „Biedt een bedrijf een dividendrendement van 8 procent en is de koers onlangs onderuitgegaan? Dan is er iets aan de hand met het bedrijf. Daar hoef je geen Einstein voor te zijn”, aldus Hafkamp. Je kunt dus beter kiezen voor een wat lager rendement, met meer zekerheid.

  4. Losse aandelen, beleggingsfondsen of indextrackers?

    Het kan alledrie, maar een breed gespreide portefeuille heeft zo zijn voordelen. Als de koers van een dividendaandeel tóch onderuitgaat, of het dividend wordt geschrapt, dan vangen de overige bedrijven die tegenvaller op. Zelf de benodigde spreiding aanbrengen kan, maar dan moet je vermogen wel groot genoeg zijn en je moet zin hebben om je erin te verdiepen.

    Martine Hafkamp zou dan voor zeker twintig à vijfentwintig verschillende aandelen gaan. Zij is fan van indextrackers. Dat zijn portefeuilles die een index kopiëren, in dit geval een index die bestaat uit bedrijven die hoge dividenden uitkeren. „Je betaalt een beetje kosten, maar je hebt er dan ook geen omkijken meer naar.” De kosten voor een actief beleggingsfonds, waarbij een fondsbeheerder zelf de aandelen uitkiest, zijn hoger.