Clarkson: „Nu ze de Brexit-chaos zien, willen de meeste eurosceptici niet meer uit de EU. Ze blijven liever binnen, met hun vingers aan de knoppen.”

Foto Lisi Niesner/Reuters

‘De EU is een machtsfactor geworden’

Interview Britse onderzoeker De Europese Unie wordt ten onrechte nog steeds gezien als een vredesproject, zegt onderzoeker Alexander Clarkson. „We onderschatten de weerbaarheid van de EU.”

„We moeten ophouden de Europese Unie alleen als vredesproject te zien. Zo was het zeventig jaar geleden, na de oorlog. Maar we blijven aan dat oude beeld vasthouden en zien daardoor niet dat de EU een hegemoon is geworden met solide structuren en instituties. Een hegemoon die macht heeft en niet snel in elkaar zal zakken. Die goede dingen doet, maar ook schade kan aanrichten.”

Lees al onze berichtgeving over de Europese verkiezingen van 2019

Alexander Clarkson, docent Duitse en Europese studies aan King’s College in Londen, is helemaal klaar met de achterhaalde manier waarop veel Europeanen naar de EU kijken. Hij dook voor zijn werk diep in de eurocrisis en de Oekraïnecrisis. Velen voorspelden dat die crises Europa zouden nekken. Hij concludeert nuchter: de EU kan dit aan. En wordt er misschien zelfs sterker van.

„We onderschatten de weerbaarheid van de EU”, zegt Clarkson tijdens een lang telefoongesprek vanuit Berlijn, waar hij eens in de zes weken lesgeeft. „Velen zeggen dat de EU de Brexit niet overleeft. Of dat Rusland of China ons kapot gaan maken. China koopt een deel van de haven in Triëst, wat een bedreiging zou zijn voor de EU. Kom nou. Natuurlijk moeten we naar onze mededingingsregels kijken en vitale infrastructuur in Europa beschermen. We werken daaraan. Maar de gedachte dat de EU hierover struikelt, is absurd. Europeanen zijn te defaitistisch over de EU.”

Waar komt dat vandaan?

„Velen zien Europa nog steeds als idealistische droom. De droom is dat de EU conflicten voorkomt en helpt oplossen. Steeds als er een conflict is in Europa, begint iedereen te rillen en te beven: lukt het ons om dit te boven te komen? Mensen blijven hierop focussen. Als je zo naar Europa kijkt, wordt elke crisis existentieel. Ten onrechte. Je raakt blind voor de geopolitieke realiteit. De EU is in de loop der jaren een machtsfactor geworden. Een soort staat, met sterke instituties. Het denken over Europa wordt echter gedomineerd door mensen die alles vanuit de natiestaat zien. De natiestaat is niet zo oud, maar dient voor velen wel als referentiekader. Dat belet veel burgers om te zien wat de EU is, en níet is.”

Ziet u de EU echt als ‘een soort staat’?

„Natuurlijk. Wat anders, met al haar instituties, controle-organen en rechtspraak? De EU is niet identiek aan een natiestaat, want ze doet andere dingen, maar heeft wel de structuur van een federale staat. Het is een legitieme bestuurslaag, net als de nationale, regionale en gemeentelijke bestuurslaag dat zijn. Ik ben in Duitsland en Canada opgegroeid. Canada, denkt iedereen, is een solide staat. Ja, maar Canada heeft in veel opzichten een lossere staatsvorm dan de EU. De Europese interne markt is sterker geïntegreerd dan de Canadese. Het is moeilijker om een stuk kaas uit Quebec in Ontario te verkopen dan een Franse kaas in Duitsland. Weinig Europeanen weten dat. Hun twee mantra’s zijn altijd: de EU is geen staat, en de EU is zwak. Dat klopt niet meer.”

Wat schieten we ermee op, als we de EU als ‘machtig’ zien?

„Het behoedt ons voor fouten. Neem de Brexit. De Britten dachten dat ze uit de EU konden met behoud van rechten en privileges die ze als lidstaat hadden, maar zonder de verplichtingen. Zíj zouden de zwakke, verdeelde EU de voorwaarden wel even dicteren. Dat bleek een kardinale vergissing. Die hadden ze niet gemaakt als ze de EU gezien hadden voor wat ze is. De EU is machtiger dan het VK en kan anderen kwaad berokkenen. De Britten leren dit the hard way. Ze dagen het EU-systeem uit en krijgen hun trekken thuis.

„De EU beschermt zijn collectieve belang en zegt bij elke stap tegen de Britten: sorry, dit strookt niet met wat goed voor ons is, dus we doen het anders. Al met het inroepen van Artikel 50 gaf Londen aan dat het een proces inging dat bepaald wordt door de EU: Artikel 50 is een EU-procedure. De Grieken deden in 2010 hetzelfde door in ruil voor leningen de trojka binnen te laten: ze accepteerden daarmee het primaat van de eurozone.”

De Brexit lijkt de EU sterker te maken, schreef Caroline de Gruyter in maart

Bent u verbaasd door de eensgezindheid van de 27?

„Niet echt. Het voortbestaan van de interne markt en andere gezamenlijke wetten en regelingen wegen voor hen zwaarder dan het verlies van handelsrelaties met het VK. Een ‘No Deal’ zou Nederland, Ierland en België hard treffen. Maar zelfs zij doen er bijna laconiek over.”

U zegt dat de EU zo machtig is. Waarom hebben politici het daar nooit over?

„Ze zitten in een moeilijke positie. Enerzijds beseffen EU-regeringsleiders hoe machtig de EU is. Zo zitten we in de strijd tegen illegale migratie nu diep in Afrika. Met trainingsmissies, stabiliseringsmissies en een soort Europese gendarmerie. Geen EU-land kan deze missies alleen uitvoeren, zelfs oude koloniale machten als Frankrijk of Italië niet. Andere EU-landen moeten meedoen. Die stellen eisen, natuurlijk. Na verloop van tijd komt de EU erbij kijken, als arbiter, zeg maar.

„Zo wordt zo’n missie een EU-missie. Regeringsleiders willen dat zelf. Ze schuiven de EU naar voren omdat ze niet willen dat één land alles voor de anderen bepaalt of verziekt. Maar anderzijds willen regeringsleiders niet dat de EU op alle fronten sterk wordt. Dat zaagt de poten onder hun nationale stoel vandaan. Vandaar dat ik denk dat we in de toekomst eerder een Europese defensie krijgen dan een Europees sociaal stelsel. Uitkeringen en gezondheidszorg zijn typisch diensten die de nationale staat aan de burger levert. En wil blíjven leveren.”

Als de Brexit zo’n les is over machtsverhoudingen in Europa, moet hij dan doorgaan?

„Mijn hart zegt dat er geen Brexit moet komen. Maar mijn hoofd zegt: het is beter voor de EU als het VK een poosje buiten staat. Want het belemmert de EU in haar ontwikkeling. Veel Bremainers blijven hetzelfde zeggen als Brexiteers: dat de euro gedoemd is, dat het schandelijk is hoe we Griekenland hebben aangepakt, dat de EU ondemocratisch is, enzovoort. Wat hieruit spreekt, is een totaal gebrek aan engagement. Het VK zit niet in de euro. Het had niets te maken met de Griekse crisis. Ze staat eeuwig buiten de anderen te bekritiseren.

„Daarbij zijn het de Britten die het ontstaan van een krachtiger Europese politiek willen tegenhouden. Zij willen Europa intergouvernementeel houden. Zij willen een Europa waarin lidstaten alles blijven beslissen, achter gesloten deuren, zonder bemoeienis van het Europees Parlement met zijn veel transparantere procedures en stemmingen. Dit is exact wat Europa ondemocratisch maakt: het geheimzinnige gedrag van lidstaten in de Raad [van regeringsleiders]. Niemand weet wat daar besproken wordt. Een intergouvernementeel Europa is een minder democratisch Europa.”

Dus na de Brexit kan Europa integreren? U vergeet dat de eurosceptici ook tegen verdere integratie zijn.

„Eurosceptici tonen meer engagement dan veel Britten. Nu ze de Brexit-chaos zien, willen de meeste eurosceptici niet meer uit de EU. Ze blijven liever binnen, met hun vingers aan de knoppen. Eurosceptici helpen zelfs mee aan het ontstaan van een Europese ‘demos’. Ze hebben het constant over Europa.

„Twintig jaar geleden werd ‘Europese identiteit’ gezien als iets dat nationale identiteit wegdrukt. Het was of-of. Niemand denkt meer zo. Nu bestaan die twee identiteiten door elkaar. Jongere politici als Macron en Salvini begrijpen dat. Ja, ook Salvini. Hij is van de Erasmus-generatie, die van vrij reizen en roaming profiteert én Europese crises heeft meegemaakt. Salvini spreekt in één adem over vuilnisophaal in een Italiaanse stad en Europese begrotingsregels. Macron staat ’s ochtends op het Europese toneel en debatteert ’s avonds in een gemeentehuis met burgers. Slimme politici kunnen al die bestuursniveaus tegelijk bespelen. Dat is in heel Europa zo, behalve in het VK.”

Waarom?

„Ik heb in Duitsland gewoond. Mijn vrienden die er politiek actief zijn, begonnen allemaal op lokaal niveau en klommen daarna op. Daar is een woord voor: de ‘Ochsentour’. Je begint met buurtproblematiek en belandt pas later in de landelijke politiek. En daarna, eventueel, Europa.

„Mijn vrienden van Oxford werkten na hun studie een poosje in de City en gingen toen rechtdoor naar Westminster. Meteen de landelijke politiek in, zonder lokale ervaring. De twee grote Britse partijen zijn onder Thatcher en Blair sterk gecentraliseerd en staan ver van de kiezer af. En van de praktijk. Veel jonge, politiek actieve Britten hebben de nationale politiek als enige referentiekader. In andere Europese landen zie je het omgekeerde. Italianen of Spanjaarden snappen dat er meerdere niveaus zijn. Ze begrijpen daardoor ook Europa beter – of ze nu dol zijn op de EU of niet.”

Wat is de grootste uitdaging van de EU?

„We staan voor een aantal keuzes die bepalen wat voor soort militaire macht de EU wordt. De uitdaging wordt om de goede keuzes te maken. Europa kan niet meer op volledige Amerikaanse bescherming rekenen. Hoe dat uitpakt, weten we nog niet. Maar we moeten aan een plan-B werken. Hoe ver gaan we, en hoe managen we dat?

„Eind maart was er een slachtpartij in een dorp in Mali. Meer dan honderd doden. Gruwelijk. Veel Europeanen weten dit niet. Maar dit wordt steeds meer óns probleem. Wij verdedigen onze grenzen nu tot diep in Afrika. We ‘externaliseren’ onze grensbewaking. We zijn daardoor een centrale speler in Mali geworden. Wij zijn erheen gegaan omdat wij niet willen dat Afrikanen naar Europa komen. We begonnen met een paar Europese landen, en nu zitten we er als EU. We kunnen niet meer zeggen: zo’n slachtpartij is niet ons pakkie-an.”

Wat is dan de keus die we moeten maken?

„We zitten daar. Die keus is gemaakt. Nu komt de volgende keus. De EU heeft weinig te zeggen over wat wij in Mali doen. Europese buitenlandpolitiek is in handen van nationale regeringen. Moeten we dit Europeaniseren en meer met één stem spreken, zoals we met Handel en Mededinging doen? En in welke mate dan? Die vragen moeten we beantwoorden, om de simpele reden dat de EU schade kan aanrichten.

Veel Afrikaanse migranten komen niet verder dan Marokko, dat alleen wil helpen met oplossingen in ruil voor EU-steun

„We zijn daar verantwoordelijk voor, we moeten de impact ervan doseren. Dat betekent: vooruitdenken. Geen adhoc-beslissingen meer, zoals nu, maar solide, verantwoordelijk politiek management. De EU is in oorlogen verwikkeld. In Mali, en ook in Libië, waar Fransen en Italianen verschillende facties steunen die elkaar bestoken. We moeten doordenken over wat dit betekent voor de EU en haar omgeving.”

Is het niet ironisch dat Europa, dat als ‘vredesproject’ begon, nu moet nadenken over oorlog?

„Wij zijn niet in oorlog geïnteresseerd. Maar oorlogen zijn wel in ons geïnteresseerd. Dat wordt onze grootste uitdaging, komende jaren.”