Recensie

Recensie Muziek

Veelzijdige Beatrice Rana grijpt stevig in de toetsen

Klassiek Amsterdam Sinfonietta toert met de jonge Italiaanse pianiste Beatrice Rana. Ze speelt heerlijk, van Bach tot Wantenaar.

De Italiaanse pianiste Beatrice Rana speelt intelligent en expressief, met een keur aan kleuren en sferen.
De Italiaanse pianiste Beatrice Rana speelt intelligent en expressief, met een keur aan kleuren en sferen. Foto Nicolas Bets

De Italiaanse pianiste Beatrice Rana maakte twee jaar geleden indruk met haar opname van Bachs Goldbergvariaties, waarvoor ze een Edison Klassiek kreeg in de categorie ‘De Ontdekking’. Nu toert Rana met Amsterdam Sinfonietta door Nederland én Italië om twee klavierconcerten van Bach te spelen. In het Muziekgebouw soleerde ze zaterdagavond in het beroemdste, BWV 1052. In het Concertgebouw zal ze volgend weekend ook het concert in f-mineur, BWV 1056, ten gehore brengen.

Met haar rug naar het publiek, maar in nauw contact met de strijkers van Amsterdam Sinfonietta, greep Rana stevig in de toetsen. Het tempo lag hoog. Van een geabstraheerd pseudo-klavecimbeltoucher à la Gould wilde ze niets weten: Rana speelde volop piano, met een keur aan kleuren en sferen. De solistische notencascades klonken een tikje troebel, maar haar intelligente spel, meer gericht op expressie en zeggingskracht dan op klassieke proporties, maakte indruk, evenals het bevlogen samenspel met het ensemble.

Wanneer Rana volgende week twee Bach-concerten speelt, zal dat ten koste gaan van een van de mooiste stukken op het programma: Bartóks korte pianosolo Nachtmuziek, uit de serie Szabadban, Sz. 81, komt dan te vervallen. Vooral in contrast met Bach vormde deze fantasievolle evocatie van een Hongaarse zomernacht een adembenemende luisterervaring. Rana reeg de flarden gloedvol aaneen. Zoals ze met de vlakke hand metalig uithaalde in het hoge register, alsof ze een vlieg doodsloeg: prachtig.

Mathilde Wantenaar, die vorige week nog imponeerde met een koorwerk in de NTR ZaterdagMatinee, had haar Octet bewerkt tot Nachtmuziek voor strijkorkest. Met een gecontroleerde golfslag riep het werk een fijne dreigend-dromerige sfeer op die herinnerde aan Debussy en Bartók. Het Divertimento voor strijkers van Bartók zelf vormde de waardige uitsmijter. Amsterdam Sinfonietta zette het werk vorig jaar op cd en beheerst het duidelijk tot in de finesses. Al in de eerste maten, met subtiele vertragingen, een uitgekiend dynamisch profiel en heerlijke details, liet de groep vrijwel alle uitvoeringen van orkesten met dirigent achter zich.