Sterftecijfers kalveren bij 1.200 boerderijen veel hoger dan gemiddeld

Op 8 procent van de veehouderijen wordt een op de vijf pasgeboren kalveren niet ouder dan twee weken. Landelijk gezien is dat percentage ongeveer tien procent.

Nederland telde in 2018 bijna 17.000 melk- en vleesveehouders.
Nederland telde in 2018 bijna 17.000 melk- en vleesveehouders. Foto Jerry Lampen/ANP

Op ruim 1.200 boerderijen in Nederland is sprake van een veel hogere kalversterfte dan gemiddeld. Meer dan een op de vijf pasgeboren kalfjes sterft daar binnen twee weken, blijkt maandag uit cijfers van het ministerie van Landbouw waar RTL Nieuws over bericht.

De afgelopen jaren schommelde de gemiddelde kalversterfte tussen de 10 en 11 procent. Bij 1.265 veebedrijven, 8 procent van het totaal, lag dat percentage hoger dan 20 procent. De kalveren in deze stallen overlijden vaker omdat de omstandigheden slecht zijn, blijkt uit rapporten van toezichthouder NVWA die alleen door RTL Nieuws zijn ingezien. De dieren krijgen te weinig moedermelk, lopen infecties op of sterven aan de gevolgen van diarree.

Veehouderijen met een kalversterfte boven de 20 procent krijgen sinds begin dit jaar een waarschuwing, schrijft RTL Nieuws, en moeten daarna met een dierenarts een verbeterplan opstellen. Vorig jaar overleden bijna 200.000 van de anderhalf miljoen pasgeboren kalveren, sommige binnen drie dagen na geboorte.

Bij eenderde van de melk- en vleesveehouderbedrijven lag het sterftecijfer in 2018 hoger dan 13 procent, blijkt uit gegevens van het ministerie van Landbouw. De rest van de bijna 17.000 veebedrijven had een sterftepercentage lager dan 13 procent. Alleen veehouderijen waar in 2018 meer dan twintig kalveren zijn geboren, werden meegeteld.

‘Ruimte voor verbetering’

Het ministerie van Landbouw zegt in een schriftelijke reactie dat er “ruimte voor verbetering” is. “De zorg voor jonge dieren is een van de belangrijkste speerpunten en is daarom meegenomen als een van de prioriteiten in de visie op een duurzame en sterke landbouw.”

Ook de sector wil de kalversterfte naar beneden krijgen, schrijft het ministerie. “Voor de boer is alles gericht op het geven van de juiste zorg voor het pasgeboren dier. Als dat – om wat voor reden dan ook – niet lukt, voelt dat voor de boer als een verlies.”